Vrijheid met verantwoordelijkheid
Dat ik in Nederland een column kan schrijven over alles wat ik wil en over iedereen – dat is voor mij vrijheid. En een groot goed. Het betekent dat ik, zonder angst voor kloppende laarzen of knipperende censuurlampen, mijn mening mag geven.
Over de buurman die z’n heg nooit snoeit, de gemeente die beleid maakt met dartpijltjes, of de minister die alles onder controle heeft, behalve zijn eigen uitlatingen.
Maar die vrijheid is niet hetzelfde als vrijblijvendheid. Het is geen blanco cheque voor grofheid, geen vrijkaartje om elk moreel filter uit te schakelen. Vrijheid betekent niet dat je alles móét zeggen wat in je opkomt, alsof de hersenpan een lekkend vat is. Vrijheid is ook de ruimte om soms iets niet te zeggen. Of om na te denken vóór je typt.
Nationale hobby
In een tijd waarin ‘je mag ook niks meer zeggen’ een nationale hobby is geworden, is het goed om te beseffen: jawel, je mag nog steeds alles zeggen. Alleen: anderen mogen daar óók wat van vinden. En verantwoordelijkheid betekent dat je begrijpt dat woorden gevolgen hebben. Geen boetes of banvloeken – maar reacties, kritiek, discussie.
De vrijheid van meningsuiting is geen eenrichtingsverkeer. Het is een kruispunt. En wie daar met 120 km/u doorheen blaast, moet niet piepen als iemand toeterend zijn middelvinger opsteekt.
Kortom: ja, ik ben vrij om alles te schrijven. Maar dat betekent niet dat ik alles moet. Vrijheid is geen losbandigheid – het is volwassenheid met een scherpe pen. En soms is het dapperder om te zwijgen dan om te roepen.
Waar zou jij de grens leggen tussen zeggen wat je denkt en denken over wat je zegt?