Socialisme in het Jiskefet
Marxisme, communisme, socialisme en verwante stromingen hebben geleid tot verschillende maatschappelijke invloeden. Wat deze ideologieën volgens critici met elkaar gemeen hebben, is niet alleen intolerantie, fanatisme, oorlog en geweld, maar vooral het verlies van naastenliefde en zelfrespect.
Van nature zijn de meeste mensen goed en sociaal ingesteld. Ze houden rekening met de behoeften van minderbedeelden en voelen zich verantwoordelijk voor hun leefomgeving. Eeuwenlang wordt bijvoorbeeld 10 procent van het besteedbare inkomen gereserveerd voor liefdadigheid en armoedebestrijding. Kinderen leren al op jonge leeftijd om zorg te dragen voor de armen. Dit stimuleerde zelfrespect en gemeenschapszin.
Voor degenen die minder bedeeld zijn, is deze hulp welkom en wordt met dankbaarheid ontvangen. Het stichten van weeshuizen, hofjes voor senioren en minder validen, huisartsenpraktijken en gaarkeukens zijn voorbeelden van onderlinge solidariteit. Mensen respecteren de welgestelden omdat hun giften en ondersteuning de samenleving ten goede komen.
Naastenliefde afgeschaft
Sinds de opkomst van het socialisme in de negentiende eeuw is deze dynamiek echter veranderd. De staat nam liefdadigheid grotendeels over, waardoor persoonlijke betrokkenheid verminderde. Naastenliefde werd in zekere zin ‘afgeschaft’ en het idee van liefdadigheid raakte naar de achtergrond. Mensen behoefden zich niet langer te bekommeren om de armen, want dat deed de staat. Solidariteit werd afgedwongen in plaats van dat men het hart liet spreken.
Wetgeving heeft bepaald dat hulpbehoevenden hun steun als recht mogen beschouwen. De persoonlijke verbinding die voorheen zo vanzelfsprekend was, is er niet meer. Tegelijkertijd vervreemdden mensen van elkaar wat heeft geleid tot egoïsme, wantrouwen en maatschappelijke onverschilligheid. De bereidheid om uit eigen beweging te helpen is afgenomen en vrijwilligerswerk, vaak door de Staat gesubsidieerd, blijkt in veel gevallen een slecht alternatief.
Ik heb jarenlang gedacht dat de meeste Nederlanders bij hun Belastingaangifte, net als ik, 10 procent van hun inkomen aan goede doelen schenken. Onlangs zag ik cijfers van de Belastingdienst. Wij schenken gemiddeld een half procent van ons besteedbare inkomen aan goede doelen. Deze ontwikkeling roept vragen op over maatschappelijke verantwoordelijkheid en het effect van de verzorgingsstaat.
Moed nodig
Ja, er is nog heel wat te verbeteren in Nederland maar daar is moed voor nodig. Wie die moed niet heeft, probeert zijn frustraties op andere wijze te uiten. Bijvoorbeeld door mee te doen aan vrijwel iedere demonstratie, door te vechten met de politie en openbaar bezit te vernielen en anderen het leven zuur te maken.
Ja, het sociale experiment is mislukt. Socialisme, communisme en marxisme worden door critici soms gezien als ideologische ‘zombiedrugs’ die mensen hun oorspronkelijke sociale instincten ontnemen. De meeste mensen deugen en daarom verdienen ze iets beters, zodat naastenliefde weer een betekenisvolle plaats krijgt in de samenleving.