Lager Weserlust in Bremen – nooit bevrijd
Zwijgen is de beste keuze als je geen keuze hebt om iets te vergeten wat nooit vergeten mag worden. Lager Weserlust in Bremen – een getto voor dwangarbeiders, „waar de luizen op de vensterbank dansten”, zo vertelde mijn vader.
„En uit strafkamp Farge kwam je niet of verminkt terug. Een betonnen bunker voor de mof en een van zand voor de dwangarbeider. Liggend op de grond knepen we in elkaars hand, of we nog leefden. Je zag niets aan jonge lijken met kapotte longen door de luchtdruk; je liet hun hand maar los. Jongens die bevrijd waren zonder het te willen.”
Ik haal het onder valse voorwendselen (‘kleding halen in Nederland’) verkregen verlofpasje uit mijn vaders bureau en voel er voorzichtig aan, kijk naar mijn vingers, beweeg ze… Het had niet veel gescheeld of die vingers waren er nooit geweest. Mijn vader was lopend gevlucht uit Bremen naar Nederland op versleten damesschoenen met poetslappen als sokken. Ernstig ziek ondergedoken bij de boer uit Rijssen, zijn oude mobilisatieadres. „Je blijft voorlopig hier, je komt de IJssel niet over.” De boer haalde met gevaar voor eigen leven en zijn gezin een dokter erbij en maakte op de deel een schuilplaats van stro en ijzer. Duitse soldaten met snerpende laarzen staken er hun bajonetten in…
Al voor de bevrijding had mijn vader een brief geschreven en een tekening gemaakt, die door de ondergrondse naar mijn moeder werd gestuurd: hij boven op een trein, armen juichend in de lucht. De bevrijding duurde nog ‘even’, zijn verdere leven lang.
Op het dorpsplein meisjes met gebogen hoofd in boerenkarren: moffenhoeren werden kaalgeschoren. Hartverscheurend gejuich. Vrijheid hoeft geen blijheid te zijn.
De bevrijding die hem niet bevrijdde, dwangarbeiders waren collaborateurs. Alsof ze vrijwillig voor de mof hadden gewerkt en er geen represaillemaatregelen genomen zouden zijn als ze geen gehoor aan de oproep voor De Arbeitseinsatz hadden gegeven: broers of vaders werden dan opgepakt. Dacht je dat hij graag naar Duitsland was gegaan als 23-jarige jongen? Op weg naar Bremen wilde hij zelfs nog uit de trein springen; een jongen was hem net voor en werd in zijn rug geschoten.
Ergens tussen hoop, leven en het leven laten, bracht hij een beschermlaag aan. Zolang hij er niet aan dacht, bleef die wel zitten, dacht hij.
Voor zijn gezin leek het een niet-doorlatende isolatielaag, waar geluid niet doorheen drong. Voor hem meer een verzachtende schuimlaag tegen de ergste herinneringen. Op 4 mei waterdoorlatend, met de grootst mogelijke moeite te stoppen. Een slecht onderhouden dijk, waarachter hij niet dorst te kijken, maar waarover de herinneringen als golven de uiterwaarden blank zetten. Ieder jaar weer. Ook al was het voorjaarswarm, de koude drong door alles heen, tot op het vernederde bot.
De flinterdunne beschermlaag had geen veerkracht meer. Het schuim was gesmolten, heden en verleden vergroeiden als wervels zonder segment tijdloos pijnlijk met elkaar.