De Fontein
Els van Steijn schreef een boek over intergenerationeel trauma, De Fontein geheten. Hoewel ik het boek niet gelezen had, gaf ik me op voor een familieopstelling van Els. Ik wilde niet zelf de inbrenger zijn of centraal staan in een opstelling.
Ergens in het land, in een bosrijke omgeving, ging ik een dagje de familieleden van anderen representeren. Representant zijn was een stuk goedkoper ook. Aan inbrengen kleefde een flink prijskaartje.
Tijdens het kennismakingsrondje gingen er meteen een paar mensen huilen, door het verhaal over hun jeugd of door het verhaal over de jeugd van iemand anders. Iedereen hoopte door de opstelling weer te gaan stromen, want nu stroomde het niet. Els beaamde dit. Wat er wel of niet stroomde, begreep ik niet. Had ik het boek nu maar gelezen.
Er volgde een groepsmeditatie. We moesten van Els aan onze familieleden denken en voelen waar in het lichaam het niet stroomde. Ik voelde niet echt iets behalve menopauzale zaken zoals opgezwollen borsten en krampen in de onderbuik, omdat mijn cyclus weer eens was blijven steken. De enige man van het gezelschap viel in slaap en snurkte zachtjes. Her en der pruttelden er magen van de sterke kwaliteitskoffie en luxe koekjes die voor het oprapen lagen, gedurende de dag.
Verongelukte zus
Vier keer werd ik opgeroepen als representant. Ik speelde een familiebedrijf, een verongelukte zus, het lot dat iemand moest dragen en een moeder waar het kind op kon leunen. Daar voelde ik niets bij. Snel pikte ik op welke zinnetjes ik moest zeggen wanneer Els vroeg wat de verongelukte zus voelde. Dat ik spanning voelde in mijn buik, antwoordde ik. Dat mijn keel dichtgeknepen werd, of dat ik er juist lekker stevig bij stond. Ook een simpel „ik heb het warm” of „ik voel kou„ volstond. Er waren representanten die te diep in hun rol zakten en harder moesten huilen dan de inbrenger. Dat mocht niet van Els. Huilen was de norm maar te hard huilen was niet de bedoeling.
In een omhelzing als de moeder waar het kind nu wel op kon leunen, snotterde er iemand geruime tijd in mijn oksel. Wat ik daarbij voelde was angst – angst dat ik naar zweet rook. Misschien bedoelde Els dit met stromen, bedacht ik me aan het eind van de dag. Els van Steijn had een boek geschreven over een fontein – een fontein met stromen snot en zweet.