Een late diagnose
Vorig jaar kreeg ik, toen ik 28 lentes jong was, de diagnose autisme. Dat is een vrij late leeftijd om deze diagnose te krijgen, maar steeds meer volwassenen krijgen deze diagnose.
Dat heeft er vooral mee te maken dat er meer onderzoek naar autisme plaatsvindt, maar ook dat de meeste mensen die autisme hebben, goed kunnen camoufleren. Vrouwen zijn hierin nog beter dan mannen en daarom is het lastig om de diagnose te stellen.
Toen ik uiteindelijk de diagnose kreeg, waar ik toch rekening mee hield omdat ik zelf om een doorverwijzing bij de huisarts had gevraagd, heerste er vooral boosheid en verdriet. Waarom had mijn huisarts niet eerder aan autisme gedacht of de vele van psychologen die ik heb bezocht?
Op de basisschool ging eigenlijk alles goed. Ik had een vaste vriend waar ik mee speelde en tussen de middag ging ik of thuis óf bij mijn oma eten. Er heerste een vaste structuur, de school stond in het dorp waar ik woonde en ik wist waar ik aan toe was.
Scheurtjes
Pas in groep acht, toen we moesten beslissen naar welke middelbare school we wilden gaan, kwamen er scheurtjes in mijn stabiele structuur die ik had gebouwd. Omdat ik gek op dieren ben, wilde ik per se naar een ‘groene’ school, waar ik alles over dieren kon leren. De meeste kinderen uit mijn klas kozen voor een andere school dan ik, waardoor de vertrouwde gezichten verdwenen. Uiteindelijk heb ik toch voor de groene school gekozen, maar het ging al snel bergafwaarts. Het onregelmatige rooster vond ik lastig, constant wisselen van lokaal voor een ander vak, de grootte van de school en tijdens de middagpauze de vele geluiden die ervoor zorgden dat ik geen hap door mijn keel kreeg.
Sinds die tijd heb ik regelmatig psychologen bezocht en gaat het leven met horten en stoten. Telkens kreeg ik de foute diagnose (depressie) en werd ik daarvoor behandeld. Dan ging het even goed, maar een paar maanden later was ik weer terug bij af. Tot ik dus vorig jaar de diagnose autisme kreeg. De boeken van Judith Visser – zij kreeg op volwassen leeftijd ook de diagnose – hebben mij geholpen. Zij beschrijft in haar boeken, in de vorm van een autobiografisch personage, hoe ze haar weg vindt in het leven. Mijn eigen weg moet ik nog gaan vinden, maar de grond voelt dag na dag wel stabieler.