Het dorp dat foetsie is
We kennen allemaal het gezegde ‘It takes a village’. Wil iemand mij vertellen waar dat dorp is gebleven? Is er een WhatsApp-nummer dat ik kan appen, een klantenservice-medewerker die ik mag bellen of real life chatGPT-robot die in mijn woonkamer kan staan? Want wat is er met dat dorp gebeurd?
Thuis heb ik een 4 maanden oude fulltime melkslurper en een dramaking van 5 jaar die niet genoeg Dinorobots, Play-Doh, Marvel-merchandise en spelletjes op zijn kindertablet heeft. Die twee hebben een oh zo zwaar leventje en moeten op hun wenken bediend worden door zowel mijn man als ik. En wat ik verder doe, vraag je je af? Alles. Werkelijk alles. Werken, koken, entertainen, poepluiers verschonen, schooltassen vullen, boterhammen smeren (mind you: zonder korst) en vergeet niet met koekjesdag ook een koekje erbij, vergaderen over alles behalve waar we over moeten vergaderen, tieners les Engels geven, ouders van genoemde tieners te woord staan wanneer ze vinden dat ik het niet goed genoeg heb gedaan.
En mijn huis… Oh jongens, mijn huis, het moet eruit zien alsof er niemand woont, zo steriel als een showroom-woonkamer, maar niet van Ikea. Want die is té druk voor mijn millenial-beige.
Maar hé, dat moet ik prima kunnen als mama. Althans… Als ik de professional moet geloven. Je weet wel, die 28-jarige single man, die vanaf een strand op Bali tijdens zijn remote job moeders vertelt dat ze ‘een tikkeltje meer’ kunnen. Of sterk genoeg moeten zijn om hulp te vragen.
Hulp vragen
Hulp zeg je… Waar? Mama woont op 130 km afstand, de buren houden zich stil en ja, gek hè, maar als je loon ontvangt, moet je er ook de uren voor maken. Lukt het niet? Dan moet je maar stoppen met werken en fulltime huisvrouw zijn. Want ja, daar is de samenleving wél voor ingericht… not.
En elke keer als ik op het punt sta om alle hydrofiele luiers de kliko in te mikken, het overgebleven haar uit mijn kop te rukken, krijg ik een ieniemienie glimlach. Een klein plakkerig kusje bij het ophalen van school. Een grijns wanneer zijn kleine oogjes me de opvang in zien lopen.
Oersterke stad
Mijn dorp is inderdaad vrijwel non-existent, maar wat ben ik zelf een ontiegelijk sterke stad. En mijn oersterke stadsmuren laten andere mama’s binnen die ook niemand hebben, collega’s die begrijpen waarom ik ben vergeten dat ene mailtje te beantwoorden en een partner die na een hint of drie ook de baby ’s nachts in slaap wiegt.