Welkom, sultan van Oman!
Nederland, land van kaas, klompen en knuffelen. En kijk: daar komt hij aan, de sultan van Oman, in volle glorie. De man die thuis drie jaar cel uitdeelt voor homoseksualiteit, maar hier onthaald wordt met koets, fanfare en staatsbanket. Alsof je een pyromaan uitnodigt voor de barbecue.
Natuurlijk, het draait om gas, olie en strategisch gewiebel. Diplomatie, noemen ze dat dan. Je zet de rode loper uit voor een man wiens mensenrechtenbeleid zijn oorsprong in de middeleeuwen vindt, maar dan zonder de charme van een toernooi. En de koning? Die moet toch ook iets te doen hebben!
Officieel ging het over samenwerking, innovatie en vriendschap. Inofficieel: geen woord over LHBTI-rechten, geen hint over vrijheid van meningsuiting. Alsof we bang zijn dat de sultan zijn koffers pakt zodra iemand „gelijkheid” zegt. Maar ja, we willen ook niet dat hij zich ongemakkelijk voelt met onze ‘vrije’ samenleving, toch?
Zonder stok
De sultan zelf genoot zichtbaar. Hij keek rond alsof hij net ontdekt had dat je hier mag trouwen met wie je wil zonder dat er een stok achter de deur zit, letterlijk. En zeg nou zelf: een man die zelf in een jurk loopt, maar anderen laat oppakken omdat ze te vrouwelijk overkomen? Dat is geen satire, dat is een zelfportret met een bijsluiter. De jurk is voor speciale gelegenheden… diplomatieke ontmoetingen, als het even meezit.
Zeker, diplomatie is ingewikkeld. Je kunt niet meteen roepen: „Hoi! Leuk dat je er bent. Waarom onderdruk je je bevolking eigenlijk?” Maar we hoeven ook niet te doen alsof dit normaal is. Alsof je best een mensenrechtencrisis kunt hebben, zolang je maar gas meeneemt en een strak gewaad draagt. Het lijkt wel alsof we een handelsovereenkomst sluiten met een slechte versie van een sprookje. „Sorry, maar we hebben een oplossing voor je prins. Hij kan terug naar zijn kasteel, zolang hij maar de juiste vlag niet ophangt.”
Toetje met een vlaggetje
Stel je voor dat Schoof in Oman zegt: „Zeg, hoe zit het met jullie censuur eigenlijk?” Grote kans dat hij het land verlaat via de achterdeur. Maar wij? Wij serveren de sultan een toetje met een vlaggetje erin en knikken beleefd weg bij elk gespreksonderwerp dat wringt.
Zo blijft het dus: de regenboogvlag wappert in Nederland, behalve als er net iemand langskomt die liever alles in zwart-wit ziet.
Welkom, sultan. Je jas hangt daar. Je principes leggen we wel even naast ons moreel kompas, want je zou wel eens kunnen denken dat we het niet serieus menen, maar we zouden toch bijna de indruk krijgen dat je denkt dat we alles voor je doen.