Gehinnik en gehuil

Frits Enk 25 apr 2025

Ze schuift het dienblad naar de duif. Ze lacht naar de vriendin die tegenover haar zit.

Ik klap in mijn handen. De oude truc.

„Ach, ik vind het niet erg”, zegt ze.

„Ze hebben problemen hier met het poepen”, zeg ik wat geïrriteerd en denkend aan trauma’s.

„Ik vind het niet erg. Meneer houdt u zich rustig.” Stom gehinnik, ze weet duidelijk niet wat ze ermee aan moet.

Ze herhaalt: „Meneer, houdt u zich rustig.”

Ik hinnik mee, weglopend.

Zij snapt er niets van.

Zij houdt zich rustig, maar heeft weer dat onnozele schaapachtige bakvislachje.

Na enkele minuten vertrekt ze met haar vriendin. Nu kan ik hinniken.

Vreetzin

Een duif is ondanks de drukte binnengekomen. Die vliegt ineens snel naar de deur. Geschrokken? Zijn vreetzin overwonnen?

Een moeder danst haar baby’tje in slaap. De vader snelt naar de balie om water voor het flesje te halen.

Is het jongetje geschrokken van de plotselinge duif? Is het jongetje getraumatiseerd door die duif? Of is dat alleen mijn gedachte? Of is het gehuil om het flesje?

„Mond dicht houden en eten”, hoor ik zijn oma zeggen.

Of zijn het de darmpjes? Of toch dat trauma?

Zo is het met Glannis ook gegaan. Als klein kind van achteren benaderd door een meeuw. Voor haar toen een enorme vogel.

Er hoeft nu alleen maar een duif binnen te komen. Als de dood is ze ervoor en ziet hem aan voor een adelaar.

Geen duif vertoont zich in de winkel. Iets geleerd? Is die duif ook getraumatiseerd?

Reacties