Bomen over bomen

Monique Louis 14 apr 2025

Als de kersenbloesem op z’n hoogtepunt is, noemen ze dat in Japan mankai, las ik. De schrijver van het stukje vroeg zich af of de bloesemboom die hij onderweg zag, door zijn schoonheid de omgeving mooier maakte of juist de lelijkheid van alles benadrukte.

Even later wandelde ik over de heide. Nul kans op een kersenbloesemboom. Misschien wel op een krentenboom, met zijn witte bloemetjes die zo lekker ruiken.

Het was droog, er stond nauwelijks wind. Degene met wie ik liep, had een verrekijker.
„Kijk.”
„De boomklever is mooi gekleurd”, legde ze uit. „Hij maakt het nest niet zelf, maar gebruikt bijvoorbeeld een verlaten hol van een specht. Hij kan zowel omlaag als omhoog langs boomstammen klimmen. De boomkruiper is saaier gekleurd en kan alleen omhoog kruipen. Als hij naar beneden wil, doet hij dat vliegend.”

Ik keek om me heen, naar het weidse, paarse uitzicht: we waren op een goed moment op de juiste plek.

Alsof ik niet bestond

Met een half oog zochten we naar een mobiele telefoon; hij kon ook thuis liggen. We probeerden dezelfde paden te bewandelen. Kwamen we nou uit dat pad, of toch deze?

„Zie je daar in de verte die liggende berkenboom?”
Ik knikte.
„Ik voelde mij die berkenboom, omdat niemand mij vroeg hoe het met me ging. Alsof ik niet bestond.”

Ze had een gedicht gemaakt en het hardop voorgelezen, naast de boom, aan de persoon met wie zij er toen was. Ik liet het op me inwerken. De warmte van de zon deed de sjaal om mijn nek prikken.

In de plaats waar ik woon staan twee grote bomen die ik in gedachten groet. Ze staan naast elkaar, fier, sterk geworteld. De een wat kleiner dan de ander –  als de vertrouwde mensen uit mijn jeugd.
Een boom kiezen die groot en sterk is, waar je naartoe kan als je zijn kracht nodig hebt.
Zou dat iets voor haar zijn?
Ik ging misschien te snel, maar het beeld van de kwetsbare, liggende berk greep me aan.

Met bomen spreken

Ik moest denken aan prinses Irene, de oudste zus van koningin Beatrix. Ooit kwam in het nieuws dat zij met bomen sprak. Daar werd hard om gelachen – ook door mij.

We stonden stil en keken om ons heen.
Naar bomen, zonder te bomen.
Dat is nog best moeilijk.

We liepen verder met de zon in ons gezicht. Geen krentenboom gezien, maar wel een aantal mooie andere soorten. Soms zie je niet wat je zoekt, maar wel wat je nodig hebt.

Bij thuiskomst lag haar telefoon aan de oplader.

Reacties