Betaalbaar Wonen: papieren belofte op een gouden randje
Ergens in Den Haag zat ooit een ambtenaar met een ideaal: wonen moest betaalbaar worden. Politici riepen het vol vuur. Ministers knikten ernstig in talkshows. En het volk dacht: eindelijk.
Maar wat volgde, was geen woonrevolutie. Het werd een papieren belofte, met een gouden randje – voor de verhuurder welteverstaan.
Want sinds die mooie woorden werd de woningmarkt alleen maar gekker. Betaalbaar? Alleen als je betaalbaar herdefinieert tot: ‘een bedrag waarvoor je ook in Toscane een villa kunt huren’. Starters staan in de rij voor een studio van 18 vierkante meter boven een shoarmazaak, voor 1100 euro exclusief muizen.
Raket op zonne-energie
Er is een puntensysteem bedacht, zogenaamd om huurprijzen te reguleren. Op papier werkt het. In de praktijk zijn de punten te omzeilen met wat slim rekenwerk, een stoomdouche en een wasbak van natuursteen. Dan schiet de huur ineens omhoog als een raket op zonne-energie. De wet is er, dus niemand kijkt meer om. Probleem opgelost. Althans: voor de beleidsmakers.
En de gemeente? Die knikt netjes mee met het landelijke beleid, maar heeft zelf nauwelijks middelen. Een overtredende verhuurder aanpakken? „Dat valt buiten ons mandaat.” Een illegale onderhuurconstructie? „Niet onze portefeuille.” Maar kom vooral wel je afval op de juiste dag aanbieden, anders krijg je een prent.
Grondrecht
Wonen is een grondrecht, roept men. En dus wordt het behandeld als een markt. Waar beleggers sprookjes schrijven over rendement en huurders worden teruggebracht tot Excel-regels. Waar starters tot hun 30e bij hun ouders wonen, of tot hun 40e in een antikraakpand met gedeelde douche. Gezellig!
We bouwen bij, zeggen ze. Maar niet voor wie écht iets zoekt. De villa’s, appartementen in het ‘hogere segment’ en vakantieparken met permanente bewoning schieten als paddenstoelen uit de grond. Betaalbaar wonen? Ja hoor. Voor wie niet hoeft te vragen wat het kost.
En ondertussen blijft het stil op het ministerie. De wet is er toch? Wat zeuren jullie?