De grote volksverhuizing van troep
Ja hoor, het was weer zover. Nee, ik heb het niet over de verjaardag van de koning, dat jaarlijkse hoempapa-festival met oranje hoedjes en gezichtsverf alsof we allemaal op auditie moeten voor een mislukte clownschool. En nee, het is ook niet de staatsbegrafenis van de paus, al zou die qua organisatie waarschijnlijk minder chaos opleveren.
Nee, ik heb het over het hoogtepunt van de Hollandse kringloopcultuur: de vrijmarkt.
De gratis markt, jawel. De plek waar de rommel van de ene zolder via een korte tussenstop op een kleedje uiteindelijk belandt op een andere zolder, kelder of schuurtje. Een soort circulaire economie, maar dan zonder de illusie dat iemand erop zit te wachten.
Terwijl jij je nog eens lekker omdraait en denkt ‘wat een zalige Koningsdagstilte’, staan onder je raam al de eerste fanatiekelingen dozen open te trekken. Het is dan 4.00 uur ‘s ochtends. In normale landen gaat men dan naar de bakker of slaapt men door. Hier staan we dan, gewapend met campingstoelen en thermoskannen, om vooral die éne Dora-knuffel te bemachtigen waar een zeldzaam plekje stof nog ontbreekt.
Snikkend kind
En dan die ouders. Die slepen een halve speelgoedwinkel naar het park, al pratend tegen elke voorbijganger: „Daar speelt ze toch nooit meer mee.” Ondertussen zit ‘ze’ – het kind in kwestie – tien minuten later snikkend naast het kleedje omdat papa net haar favoriete pop voor 50 cent aan een gretige oma heeft verkocht. „Maar daar speelde ik nog wél mee!” Natuurlijk deed ze dat. Gisteren nog, en vandaag was het net die pop die haar leven betekenis gaf. Drama alom.
Na een uur zijn de meeste kinderen verdwenen. Niet ontvoerd of verdwaald, hoor. Nee, ze zijn simpelweg opgelost in een oranje massa van andere verveelde kinderen, plakkerige suikerspinvingers en huilbuien op natte springkussens. De ouders zitten achter het kleedje met een thermoskan slappe koffie en een zucht van 80 kilo vermoeidheid. „Ach ja, het is voor de gezelligheid.”
Precies. De gezelligheid. Zoals we die alleen in Nederland kennen: een collectieve rommelbedevaart waarbij iedereen doet alsof het fantastisch is, terwijl niemand het eigenlijk echt leuk vindt.