O, was er maar een muze

Annemiek Wassenburg 2 mrt 2025

Zo begint een controversieel toneelstuk van Shakespeare. Het betreft Engelands nationale held koning Hendrik V, die vanwege een eigendomsgeschil over wat graafschappen in een oorlog met de Fransen belandt. Die hij won, natuurlijk. Nou ja, er vielen doden maar wat geeft dat nou? Dat was toch voor het goede doel?

Dat PR-gezever moet ons bekend voorkomen. Het moet mensen verleiden tot oorlogvoering. Dan kun je tenminste naderhand vertellen dat je erbij was, op Sint Crispinsdag. Of in ons geval, op 4 en 5 mei. En zo zal iedereen zijn herinneringen en herdenking hebben. Maar de mensen die het allemaal echt meemaakten, spreken er weinig tot helemaal niet over met hun verwanten. Het zit in hun ziel gegrift en houdt hen nog elke nacht uren wakker. Het enige dat zij wel zeggen was en is: „Nooit meer oorlog, asjeblieft.” En die stem gaat verloren in elk nieuw oorlogsgeschetter.

Maak oorlog zichtbaar

Dat doen ze nu met reportages en verslaggevers, maar in Shakespeares tijd gebeurde dat op het toneel. Nou was Schouwburg De Globe veel te klein voor special effects en decors, dus moesten de woorden het maar schilderen. Dat was Shakespeare wel toevertrouwd. En het mooie was: de magie van zijn woorden is onverslaanbaar. Ze sleuren de toehoorder mee en houden hem de spiegel voor waar hij niet in wil kijken.

Zogenaamd werd die oorlog verheerlijkt, maar niet heus. Hij begint met verraad. Na een lange tijd ziet de koning zijn jeugdvriend, de ouwe Falstaff, weer terug. Maar nu staat zijn kroon tussen hen in. Ik ken u niet, oude man, zegt de koning. „Maar…”, stamelt Falstaff. „Jij bent toch dat joch dat onder mijn hoede graag schelmenstreken uithaalde?” De koning antwoordt niet maar duwt de rollator van Falstaff omver. Val maar kapot, bedoelt hij. Fraai begin voor een koning. Van die frisse vrolijke oorlog blijft geen spaan heel.

Een ander schouwspel

Ik ga dus een nieuw decor ontwerpen en nieuwe rekwisieten. Geholpen door A1 en special effects, dan is er ook minder spul nodig. En deze keer gaat iedereen het snappen, reken maar. Om te beginnen: twee machtige koninkrijken, gesplitst door een gevaarlijke oceaan. Twee hoge podia met een wankel  bruggetje ertussen. Op elk podium een vlag, aangedreven door een blower. Op elke vlag een boksende leeuw. De vlaggen zijn zo geplaatst, dat de leeuwen oog in oog wapperen. De podia zijn leeg op een keukenstoel na die de koningstroon voorstelt. Anders kun je straks al die doden en grafstenen niet kwijt.

Op elke troon zetelt een prins Carnaval. Zijn nar rinkelt de bel bij elke dode, zodat je de helft van de tijd al het gebral niet eens verstaat. Mis je ook niks aan. De proloog – O, was er maar een muze die ons in vuur en vlam zette – en alle andere inleidingen worden gedaan door diezelfde narren. Ze lopen met twee stokken en een been in het gips. Zij zijn de veteranen, misleid en de zoveelste oorlog ingejaagd door hun vaderland. Ze gidsen het publiek door het stuk heen en vertellen als enige de waarheid.

Pang Pang

Elke dode blijft op het toneel liggen. Ze worden opgestapeld om de eigen vlag. Per dode een digitale grafsteen van lichteffecten. En bovenaan het toneel een teller die elke dode registreert. Net zolang tot alles zo vol ligt en staat met doden en stenen, dat de koningen hun stoel van het toneel moeten sleuren en het publiek vragen of ze even willen opschuiven. En als niemand meer een kant op kan, gaat het licht uit. Pas dan, als het te laat is en alles vernietigd, komen de verzoenende woorden: „Vrede voor onze broeder Frankrijk.” En: „Wij verheugen ons om jouw gezicht te zien, Meest waardige broeder Engeland.” Blabla. Hadden ze dat niet meteen kunnen zeggen? De narren huilen van het lachen.

Wereldtournee

Dit stuk, The Life of Henry the Fifth, wordt opgevoerd in Washington, recht vóór het Witte Huis en in Moskou (op het Rode plein voor het Kremlin, natuurlijk). Verder nog in Kiyiv, Gaza, Jerusalem, Sudan, Syrië, Somalië, Noord-Korea, Libanon en elke andere oorlogshaard. Ook ‘onze’ landgenoten die best een groot leger willen (waarin uiteraard ‘anderen’ moeten vechten terwijl ze zelf thuisblijven voor de poen), krijgen die bittere pil toegediend. Op de Dam in Amsterdam. Helemaal gratis, want anders komen ze niet. Die lage btw van 9 procent op cultuur vinden ze al onoverkomelijk.

Oorlog op een koopje bestaat niet. Daar weet Zelensky inmiddels alles van. Nou Trump nog.

Reacties