Sohani

Monique Louis 6 feb 2025

Ik wandelde rond in het oude centrum, voorbij de Barbarakerk, terug via de Lekdijk, langs het water, luisterend naar het gekwetter van de vogels in de uiterwaarden.

Het gekwetter werd overstemd door het geronk van een helikopter. Dichter bij huis, hoorde ik de sirenes van politiewagens en zag ik mijn buurman. Zijn gezicht een vraagteken, op dat moment net zo onwetend. Zowel de buurman als ik, liepen aarzelend ons eigen huis weer binnen, deinsden ervoor terug om de plek van het onheil op te zoeken.

Ik wist niet van de man in de buurt die mensen bang maakte met zijn aanwezigheid, het geschreeuw, de kille ogen en bedreigingen. Het speelde zich af buiten mijn gezichtsveld. Een buurvrouw vertelde dat haar kinderen al eens door hem waren bedreigd. Ik luisterde naar de buurtgenoot die zijn honden uitliet en was achtervolgd door dit duistere figuur. Ooit moet ik hem zijn tegengekomen.

Wanhopig verdriet

Ik denk aan de ouders van het meisje, hun wanhopige verdriet. Vanuit Eritrea zijn ze ooit naar Nederland gekomen om de oorlog daar te ontlopen. Ik denk aan de vriendelijke buurman, voor wiens huis deze terreur gebeurde, hij kan er niet van slapen. Aan haar klasgenootjes, vrienden en vriendinnen uit de buurt. Aan het verslagen gezicht van mijn zoon.

De berg bloemen, kaarten, teddyberen van alle buurtgenoten groeit, als eerbetoon aan een onvergetelijk meisje.

Sinds ik weet hoe het meisje heette, herhaal ik steeds de lettergrepen van haar naam in mijn hoofd. Op het ritme van mijn stappen, als ik de straat uitloop richting het park. Ik kende haar niet maar zie haar voor me. In het licht van de zon, blij, met haar vrienden pratend op straat.

Reacties