Kritiek en humor
Dat zijn broertje en zusje. Humor is eigenlijk kritiek met een grinnik. Beiden horen anderen te overkomen. Als de buuf over een bananenschil naar Tokio glijdt is dat lachen. Maar als die uitglijer een agent is en wij te horen krijgen dat hij gevallen is over onze bananenschil, lachen we echt niet om de bijbehorende bekeuring. @#$&!!!!!
Mijn vriendin heeft een vent om op te schieten. Een uit chagrijn opgetrokken naarling met priemoogjes en azijnzure opmerkingen. Hij jaagt al haar vriendinnen de keet uit en wil zelf ook nooit ergens heen. Ik zie weinig meer van haar, helaas. Behalve laatst, toen was ze aan haar inktvis ontsnapt en liep boodschappen te doen. Hoofd naar beneden en tranerig. „Ik kan Henk wel wurgen”, zei ze. „Mag ik meedoen?”, vroeg ik. Ze gaf me een snauw. Henk was van haar en ik moest eraf blijven.
Jantje lacht en Jantje boos
Sjiieten, die mogen ook niks van Soennieten zeggen. Er is een sjiitisch mopje en dat gaat zo: Een Sjiiet loopt over straat en ziet zijn Soennitische buurman hollen. Hij vraagt naar de reden. Antwoord: „Het laatste oordeel begint, kom vlug mee!” Zegt de Sjiiet: „Nee hoor, wij hebben een andere datum.” Hierom liggen Sjiieten plat, en Soennieten worden boos.
Moppen en kritiek, die lukken het beste als ze gericht zijn op al wat zich buiten de eigen groep bevindt. De niet-gelovigen richten hun pijlen op gelovigen en de kouwe kant op de warme. Zwarten willen geen negerzoen, maar lachen zelf wel stiekem over een dom zwart dorp ergens in Suriname. Als die etters van kaaskoppen het maar niet horen. Die horen het ook niet, die zijn zelf druk met mopjes over domme kaaskop-Hollanders en dito Belgen. Dat merk je goed met carnaval. Dan krijgt alles buiten de eigen woonwijk of het eigen dorp het zwaar te verduren in een stortvloed van moppentappende tonproaters en buutreedners. En het mooie is dat er dan geen bloed vloeit, alleen bier.
Cabaretiers zijn beste moppentappers, maar je moet wel de goeie uitzoeken. Namelijk eentje die ook lid is van de eigen groep, dan wordt het lachen. Anders eindigt de avond bar en boos. Cabaretiers weten dat natuurlijk zelf ook, dus gooien ze ineens hun masker af en schoppen de eigen groep voor de poten. „Je kan tegenwoordig toch ook nergens meer van op aan”, moppert tante Toos, die net in aanvaring was gekomen met de antigroepsmoppen van haar favoriete volksliedzanger.
Leedvermaak
Humor en kritiek op afstand, die lukken het beste. Dat komt juist door die afstand. Voor beiden moet je kunnen relativeren en daarom moet je niet middenin het probleem zitten, dan is het niet leuk. Ik heb nog nooit iemand zien lachen die zelf van zijn fiets viel, maar de funniest homevideo’s zitten vol met vallende sterren. Om je te bescheuren, joh. Er zit ook een beetje wraak bij. We lachen het hardste om de pineut van mensen die we niet zo mogen. Daarom smullen we van die consumentenprogramma’s waarin banken op hun kop krijgen of een interview waarin een politicus wordt afgefakkeld. Net goed, wraak is zoet. Humor en kritiek zijn een afrekening. Daarom doet het zeer als wij zelf er het onderwerp van worden.
Jammer dan, wie kaatst moet de bal verwachten. Oftewel: vrijheid van meningsuiting.