Het hokje

Gea-marit Dekker 19 mrt 2021

Er zijn van die mijlpalen die je liever niet wilt bereiken. Keerpunten die voelen alsof de aftakeling is begonnen. Mijn eerste keer naar de pedicure was typisch zo’n mijlpaal. En dan bedoel ik niet zo’n pedicure voor de mooiheid. Nee, die pedicure voor de medische noodzaak. Hieraan toegeven is hetzelfde als toegeven dat je eigen lichaam je in de steek laat.

In mijn hoofd zit de pedicure daarom in hetzelfde hokje als het kunstgebit, het gehoorapparaat en de bril. Een categorie vol met prachtige uitvindingen die ons het leven draaglijk maakt. Wat zijn we blij dat ze bestaan. En toch, als het er echt op aan komt, hebben we ze liever niet nodig. We stellen het zo lang mogelijk uit, totdat het echt niet langer kan. Toegeven aan dit hokje is hetzelfde als toegeven dat je lijf faalt. Want dat is toch hoe het voelt als je nagel precies die kant opgroeit dat hij niet aan de bovenkant, maar aan de zijkant je teen uit komt.

Roze sokken met stippels

Te lang wachten met het betreden van dit hokje wordt niet getolereerd door het lichaam. Het hokje is namelijk enkel voor kwaaltjes die zichzelf niet oplossen. En dus gaf ik toe. Ik had de hulp van een pedicure nodig. En net zoals het met alle andere zaken uit dit hokje gaat, deed ik ook na het toegeven nog een laatste poging. Mijn andere nagels knipte ik mooi recht af en rafeltjes vijlde ik nog even bij. „Ik weet heus wel wat mijn nageltjes fijn vinden”, probeerde ik naar de pedicure te communiceren. Ik wisselde nog een keer van sok want die roze met stippels waren toch wat heftig. Alsof een pedicure nooit heftige dingen ziet. Want uiteindelijk is ze er voor het behandelen van de ongelukkigste tenen van ons land. En toch trok ik mijn mooiste sokken aan.

Hetzelfde doe ik met de tandarts. Ik poets een kwartier mijn tanden om al die aangeplakte koek van een jaar geleden er nog even af te schrapen. Als ik bij de opticien zit, doe ik alsof ik zelfs de kleinste letters die op de verre muur geprojecteerd staan kan lezen. Alsof ik naar de opticien ga om te bewijzen dat mijn ogen geen hulp nodig hebben. Alsof ik niet elke half jaar enorm uitkijk naar weer sterkere lenzen. En toch is het daar altijd weer: die laatste wanhopige poging om uit het hokje te ontsnappen.