Op een terras in Groningen

Bhargita 1 jun 2015

Folkingerstraat in de lente.

Wil je op een mooie dag de ongedwongen sfeer van Groningen ervaren, ga dan eens op het terras op de hoek van de Folkingerstraat zitten rond koffietijd. Laverende fietsers glippen links en rechts tussen de wandelaars die met hun rolkoffertje richting station gaan. Het is verbazend dat er niemand omver wordt gereden, soms gaat het maar net goed. Een stap opzij en je zit met je rolkoffertje tussen de wielen. Studenten hebben haast. Meestal bepalen zij het Groninger straatbeeld maar om elf uur ’s morgens zijn zij waar zij behoren te zijn. Het seizoen is in between. De ouderen hebben hun parka nog niet verruild voor iets luchtigers.

De jongeren durven zich al bloot te geven aan de zon. Af en toe komt er een baardig figuur langs, gebukt onder het torsen van zijn rugzak. Het zou een vluchteling of een clochard kunnen zijn. Clochards dragen baarden, zwervers en vluchtelingen rugzakken. Vroeger, in de tijd van George Moustaki, viel ik op mannen met baarden. Les cheveux aux quartres vents. Mooier kun je het niet zeggen in je moerstaal. Moustaki maakte plaats voor Ramses. Veel later volgde Jacques Brel. Aan dat laatste stadium kwam abrupt een eind toen ik een date aan huis had uitgenodigd. Ik dacht hem te ontvangen in de passende intieme sfeer van “le plat pays”. Eerbetoon aan zijn platte Friese land. Omdat hij later kwam dan afgesproken, de trein had vertraging, had ik het apparaat op repeat gezet, het vlakke land op herhaling. Verderop op de CD stond: ne me quitte pas…maar het zou kunnen dat ik deze meneer na tien minuten zat was en dan is ne me quitte pas erg voorbarig en ongewenst.

De man verscheen. Ik had het geluid terug gedraaid naar luisterniveau. In de deuropening riep hij, nog voordat hij me een hand en naam gaf: “Goh, daar was mijn moeder ook zo gek op!”.
Het ijs brak en daarmee ook de nieuwsgierigheid. Ik draaide het geluid op nul. En niet alleen het geluid. De nul is op de kop af negenentwintig minuten gebleven.
Jelle. Herleefd in de Folkingerstraat waar de klanken van Brel in mij doorklinken.