De verkeerde kant van de zoldertrap
Het is zondagochtend. Ik zit met een bakje muesli met melk achter de laptop mijn werk voor de komende week door te nemen. Dat moet, want mijn prestaties van vorige week kunnen zèker worden overtroffen. Vorige week was goed genoeg, maar iedereen weet, dat ‘goed genoeg’ betekent dat het beter kan. Ik vertel mezelf, dat ik grotere opdrachten aankan en meer subsidie kan binnenhalen als ik gewoon wat meer lèf toon. De peptalk maakt me nerveus, zoals elke zondag, maar de remedie daarvoor staat al te pruttelen in de keuken. Als ik opsta om een mok te vullen met verse koffie, hoor ik de kleine blote voetjes van mijn neefje op het laminaat. Eens in de maand komt hij een weekendje logeren. Hij heet Stef en is vijf, maar dat weet hij zelf allemaal nog niet. Stef kreeg bij zijn geboorte te weinig zuurstof en daardoor heeft hij nu te weinig hersentjes. Vrolijk trappelt hij mijn kant op.
“Ommm!” roept hij! Hij wijst naar de douche. Er volgt een lang verhaal waarin ik de woorden ‘tieta’ en ‘nijn’ herken. Ik begrijp, dat hij me laat weten dat tante hem heeft gewassen en hij nu graag naar boven wil om de cavia’s te voeren. Stef kan nog niet echt praten, maar hij vertelt de hele dag verhalen. Ik antwoord dat hij eerst zelf gaat eten en daarna de cavia’s mag voeren. Stef eet graag chocopops en na lang zelf proberen, maak ik het pakje voor hem open en giet er wat melk overheen. Dan mag hij naar de cavia’s. Om boven te komen moet hij een zoldertrap beklimmen. Stef begint opgewonden aan de klim, maar aan de verkeerde kant van de trap. Op die manier lukt het niet. Ik laat hem even begaan, maar lang kan ik het niet aanzien. Het moet pijnlijk voor hem zijn om keer op keer te ontdekken wat hij graag wil, maar niet kan. Ik voel het verdriet in me opborrelen vanuit mijn maag. Stef begint een nieuw verhaal waarin hij regelmatig ‘nijn’ roept. Hij is niet verdrietig. Hij lacht bij alles wat hem wel of niet lukt. Plotseling dringt het tot me door. Beneden staat de laptop nog open, maar die agenda heb ik niet meer nodig. Ik ga de komende week doen wat Stef altijd al doet; met plezier ontdekken wat ik niet kan, want dàt is pas lef.