André Venema
André Venema Sport 11 nov 2016 / 07:25 uur

Plooij ziet andere Verstappen als camera uit staat

Hij was er aantal jaartjes tussenuit, maar is sinds de start van dit Formule 1-seizoen als razende verslaggever weer de sidekick van commentator Olav Mol. Volgens Jack Plooij (55) voelt het alsof hij nooit is weggeweest. „Er is niet gek veel veranderd”, concludeert de pitreporter, die het tv-werk met zijn tandartspraktijk combineert. „De Formule 1 is nog steeds één grote familie die elke veertien dagen ergens anders kampeert met grote barbecues, eten en drinken. Heel gezellig.”

Superlief

Plooij maakte in de jaren 90 in dezelfde rol als nu de gloriedagen van Jos Verstappen mee, tegenwoordig vormt diens zoon Max op de circuits zijn belangrijkste gesprekspartner. De tiener heeft de Formule 1 stormenderhand veroverd, vandaar dat Ziggo Sport de pitreporter weer op het scherm heeft getoverd. Plooij is degene die Verstappen na de kwalificatie en race ondervraagt. „Max loopt altijd als eerste naar onze camera. Superlief van Red Bull en zijn management. Want ik kan me voorstellen dat het soms niet leuk voor hem is. Als er iets is misgegaan, moet -ie in het Nederlands meteen met de billen bloot.”

Voordeel, meent Plooij, is dat hij en de tiener geen vreemden voor elkaar waren. Ze kwamen elkaar de afgelopen jaren regelmatig tegen op de Europese kartbanen. Verstappen aan de hand van leermeester Jos, Plooij begeleidde zijn zoon. „Max had nog een beugel. ‘Wanneer kan die eruit?’, vroeg hij vaak. Tussen de races door haalden die jongens wel eens kattenkwaad uit, of voetbalden ze. Gewoon, voor de gezelligheid. Ik stond er nooit bij stil dat ik Max later misschien in de Formule 1 nog weer eens zou tegenkomen.”

Wat Plooij destijds opviel: de gedrevenheid van zowel de tiener als zijn vader. „Max was een heel bescheiden, stil en berekenend gastje. Geen opvallende verschijning of branieschopper, zo van: kijk mij eens goed zijn. Terwijl er in de karts toch veel patsertjes rondlopen. Max was toen al enorm gefocust: rijden, rijden, rijden en winnen, winnen, winnen.”

Spraakzamer

De gesprekjes met Verstappen bij de Grands Prix zijn over het algemeen vrij correct. De tiener is weliswaar zeer uitgesproken, maar van nature geen spraakwaterval. „In het begin kwamen de interviewtjes lastig op gang”, erkent Plooij. „Vaak was het ja of nee, korte antwoorden. Maar Max wordt al spraakzamer, misschien heeft hij meer vertrouwen in wat hij nu zegt. Er is trouwens één ding waar ik nooit naar vraag: privézaken. Vind ik een essentieel not done dingetje, is voor mij een principezaak. Ik houd het strikt gescheiden. En dat wordt op prijs gesteld.”

Als de camera niet draait, wordt de ware Max Verstappen volgens Plooij zichtbaar. Vrolijk en ad rem. „Dan zijn er de grapjes. Vooral tijdens de driversparade, een relaxmomentje. Zegt Max: ‘Waar stap ik nu toch weer in, wat is dat voor bak? Of: kan die vent wel rijden?’ Met de camera aan is hij heel serieus. Want die jongen is zo fucking serieus met het spelletje bezig…” Plooij begrijpt dat wel, roemt vooral Verstappens professionalisme. „Dat mannetje is pas 19, hè. Toen ik zo oud was wist ik niet eens wat een camera was.”

Kleintje

Hoogtepunt dit seizoen voor de academisch geschoolde pitreporter was de Spaanse GP, waar de tiener met zijn eerste overwinning historie sportschreef. „Ik stond beneden bij het podium een partij te janken, zeg. Ik hoorde voor het eerst in tien jaar het Wilhelmus. Dat is meteen ook het moeilijkste: bij succes je emoties beperken. Die kleine, zo noem ik Max nog steeds als ik met Jos praat, is geen kleintje meer. Maar een vent. Met hele grote ballen. En die laat hij ook wel zien. Voor mijn gevoel is Formule 1-baas Bernie Ecclestone één van zijn grootste fans. Want Max kan rijden en zegt wat hij denkt. Ik hoop zijn eerste wereldtitel nog eens mee te maken.”

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reageer op artikel:
Plooij ziet andere Verstappen als camera uit staat
Sluiten