Redactie Metro
Redactie Metro Sport 21 apr 2016

Meijer: Nederlaag tegen Utrecht nog in mijn kop

Clubicoon Gerard Meijer (80) zat bij negen van de elf KNVB bekers die Feyenoord won als verzorger op de bank. „Veel, ja. Maar ik heb er vijftig jaar over kunnen doen, hè.”

Wat weet u over de gewonnen bekerfinales van 1930 en 1935, de enige twee waar u niet als verzorger bij aanwezig was?
Dat ik bij die tweede in de pijplijn zat, ha. Ik ben van ‘35. Bij negen gewonnen finales op de eerste rij zitten is veel. Maar ik heb er vijftig jaar over kunnen doen, hè. Ik was altijd rustig, ben geen zenuwlijer. Finaledagen zijn gekke dagen. Spelers die gespannen waren, naaide ik op. Even dollen, of het wereldleed met ze doornemen. Zodat ze weer wat rustiger werden. Lekker voetballen, dat moeten ze.

U houdt kantoor in een mini-Feyenoordmuseum. Wat herinnert aan de gewonnen bekers?
Achter me liggen een paar plakken op een kastje. Medailles zonder koord, voor elke beker één. Daar sta ik deze week al een paar keer boven te mijmeren. Er mag wel weer eens prijs bij. Al zal ik geen plak meer krijgen. Hoeft ook niet. Kom op, boys. Doe het voor jezelf, voor de club, voor de supporters.

Welke van die negen gewonnen bekerfinales springt er voor u uit?
Ik denk niet aan de bekers die we gewonnen hebben. Als het over de bekerfinale gaat, zit ik altijd met die nederlaag tegen Utrecht in mijn kop. Iedereen was ontgoocheld. Voor verhalen moet je in de boeken kijken. Ik heb vooral gevoelens overgehouden aan al die jaren Feyenoord. Ik leef intens mee met de club. Nog steeds, gelukkig.

Zit u hier zondagmiddag voor de wedstrijd ook?
Ik hoop het. De KNVB heeft het hele stadion overgenomen, ook deze gang. Maar ik zal vast niet ondeugend hoeven doen om in mijn eigen kamertje te komen.

Er hangt van slechts een paar spelers een foto aan de muur. Dirk Kuyt is er één van.
Blij dat-ie terug is. Dirk pakt me na de wedstrijd bij de kleedkamer altijd even beet met die sterke armen. Al dat zweet op m’n clubkostuum, ha. Heel warm. We kussen elkaar nog net niet. Ik heb diep respect voor wat hij dit seizoen presteert. Al die doelpunten, al dat gesleur, op zijn leeftijd. En hij is nog niet klaar, hè. Dirk wil die beker winnen en gelijk heeft-ie.

Komt hij wel eens bij u op de koffie?
Nee, spelers komen hier niet vaak. Hoeft ook niet, die jongens hebben de kleedkamer en ook niet zo veel te zoeken op kantoor. De trainers overleggen wel elke week hiernaast in de vergaderkamer. Gio loopt altijd binnen: even een paar snoeppies pikken, ome G. Engelse drop, geloof ik. Al mag hij pakken wat-ie wil. Dik wordt-ie toch niet.

U ook niet.
Je moet in beweging blijven, anders word je een ouwe lul. Een paar keer per week ga ik als de spelers naar huis zijn naar de kleedkamer. Een uurtje spinnen, wat oefeningen, douchen en dan naar mijn meissie. Die kleedkamer is vijftig jaar mijn leven geweest. Ik hoor niet meer bij de ploeg, maar probeer wel zo dichtbij mogelijk te blijven. Ik heb mijn leven lang Feyenoord gediend. Daar wil ik niet mee stoppen.

U vertegenwoordigt de club, bent de officiële ambassadeur.
Ik ben graag onder de mensen. Thuis- en uitwedstrijden, ik ga nog overal heen. Ik rij mee met jongens van de club, mijn meissie smeert de broodjes. Ossenworst met boter, altijd. Voor en na de wedstrijd even naar de kleedkamer. Succes wensen, feliciteren. Na de winterstop vond ik het lastig. Wat moet je zeggen na wéér een nederlaag? Die jongens zaten stuk. Gelukkig is die ellende voorbij.

Welk gevoel heeft u over de finale van zondag?
Gevoel? Het verwachtingspatroon is weer helemaal opgeblazen. Ik praat niet mee over de Coolsingel. Dat is gevaarlijk, hardop dromen over hoe je een prijs gaat vieren. De gemeente snap ik wel en dat de club erover moet nadenken ook, maar verder?

Feyenoord is toch favoriet?
Dat zal best, maar dat waren we in 2003 ook. Gaf Utrecht ons mooi een pak op de billen. Ik doe niet aan voorspellingen. Waarzeggers genoeg, ook in het voetbal. Wij mogen geen tegenstander onderschatten. Hoe fijn het ook is dat we alweer aardig wat wedstrijden achter elkaar hebben gewonnen.

Bij uw afscheid na vijftig seizoenen als verzorger werd er een tribune naar u vernoemd. Zit u daar zondag?
Ik ben er wel eens geweest. Voor de wedstrijd, met een sjaaltje boven mijn hoofd. Maar die drukte, zonder houvast aan leuningen, daar word ik onzeker van. Zonder kom ik de trappen ook niet meer op. Laat mij maar kijken naar die tribune, een geweldig gezicht en eervol dat mijn naam erop staat. Het liefst zit ik zondag gewoon naast Bennie Wijnstekers, mijn vriend. Hij schreeuwen en blèren, ik een colaatje-light en een balletje gehakt. Ik ben verwend, word in de watten gelegd door een bevriende sponsor.

En dan na afloop handen schudden in de kleedkamer.
Ik hoop het, o wat hoop ik het. Maar de boys moeten het doen, ik kan ze niet helpen.

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief! 🌐

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang donderdag de beste leestips in je mailbox!

Reageer op artikel:
Meijer: Nederlaag tegen Utrecht nog in mijn kop
Sluiten