Johan van Boven
Johan van Boven Sport 27 jan 2015
Leestijd: 4 minuten

Spelers Irak roepen fans op geweer thuis te laten

Als 3-jarige jochie vluchtte Osama Rashid vanuit Irak naar Nederland, nu maakt hij tijdens de Azië Cup met de nationale voetbalploeg zijn geboorteland trots.

Het land werd gek van vreugde, toen Irak in de kwartfinale van de Azië Cup de grote vijand Iran versloeg. Duizenden mensen gingen de straat op om uit rijdende auto’s te hangen, te zingen en te dansen. En om met geweren in de lucht te schieten. Vreugdesalvo’s.

„Dat is daar gebruikelijk”, zegt Osama Rashid vanuit het Australische Newcastle, waar Irak zich opmaakt voor de strijd om de derde plaats van komende vrijdag tegen de Verenigde Arabische Emiraten. „Er vielen doden door die kogels. Als spelers hebben we daarom via filmpjes opgeroepen niet meer met geweren de straat op te gaan na een overwinning van ons. In de halve finale verloren we van Zuid-Korea, dus we weten nog niet of het heeft geholpen. Hopelijk winnen we vrijdag en vallen er niet opnieuw slachtoffers.”

Geen ramp

Het toernooi is sowieso al geslaagd voor Irak. Niemand had verwacht dat het nietige voetballand Down Under nog in de race zou zijn voor het brons. „Natuurlijk gaan we voor die derde plek, maar het is geen grote ramp als we het niet redden. De Verenigde Arabische Emiraten hebben een betere ploeg. Heb je die nummer 10 gezien? Niet normaal! Ik snap niet dat hij in Dubai blijft. Hoewel, hij verdient daar 8 miljoen euro per jaar… Onze bond heeft gezegd dat ze trots blijven op onze prestatie, ook al verliezen we vrijdag.”

Het zijn de woorden uit de mond van een amateurvoetballer. De 23-jarige Rashid, die opgeleid werd door Feyenoord en stage liep bij Werder Bremen, speelt bij zondag eerste klasser Alphense Boys. Nu zit hij aan de andere kant van de wereld midden in een prachtig voetbalavontuur. „Natuurlijk is dat bijzonder. Maar ik heb bijvoorbeeld ook op het EK -17 gespeeld met jongens als Luc Castaignos en Stefan de Vrij. De contacten met hen zijn verwaterd, al kreeg ik laatst nog wel een sms van de vader van Stefan.”

Feyenoord

Rashid voelt zich meer Nederlander dan Irakees, maar is trots op het Irakese bloed dat door zijn aderen loopt. Het wonderlijke verloop van de Azië Cup gaf daar een extra impuls aan. Het scheelde weinig of hij was niet eens geselecteerd. „Ik was twee keer uitgenodigd door de bondscoach, maar toen liep ik stage op de marketingafdeling van Feyenoord. Ik studeer commerciële economie en ik wilde geen vertraging oplopen, dus ik kon echt niet weg. Daarna werd ik alsnog uitgenodigd voor het trainingskamp in Dubai. Daar heb ik me blijkbaar bewezen.”

In Australië heeft hij het met zijn teamgenoten over de situatie in Nederland en uiteraard komen ook de omstandigheden in Irak ter sprake. „Als nationale ploeg hebben we geen thuisbasis, meestal spelen we in Dubai of Qatar. Maar de meeste jongens spelen nog steeds in de Iraakse competitie. Die werd vorig seizoen zeven wedstrijden voor het eind afgebroken vanwege de opmars van IS. Dit jaar is de competitie verdeeld in Noord en Zuid, zodat de teams niet door IS-gebieden hoeven te reizen. Veel te gevaarlijk. Ik krijg vaak vragen over de eredivisie. Die jongens denken echt dat ze daar miljoenen kunnen verdienen, maar ik help ze altijd snel uit de droom, haha.”

Leger

Zelf woonde Rashid drie jaar in Kirkuk, in het noorden van Irak. „Daarna ben ik met mijn moeder en twee broers naar Nederland gevlucht. Mijn vader zat in het Iraakse leger en moest vanuit Baghdad urenlang naar Kirkuk lopen. Daar kwam hij er pas achter dat wij weg waren. Toen is hij direct achter ons aan gereisd. Vooral van mijn vaders kant heb ik nog veel familie in Irak. Drie jaar geleden ben ik er voor het laatst geweest. Ik heb niet het idee dat het gevaarlijk is, al dreigde IS een tijdje geleden wel Kirkuk in te nemen. Gelukkig kon het Koerdische leger dat voorkomen.”

Inclusief het trainingskamp is Rashid al vijftig dagen van huis. Wat dat betreft is hij blij dat het toernooi er bijna op zit. De middenvelder van Alphense Boys hoopt dat hij de kraker van zondag tegen De Meern ’gewoon’ mee kan doen.

„Het ligt eraan hoe ik me voel als ik op Schiphol aankom”, lacht hij. „Het zal in ieder geval een behoorlijke omschakeling zijn. Maar dat heb ik bij mijn vorige club Excelsior Maassluis al eerder meegemaakt. Toen speelde ik met Irak een oefenwedstrijd tegen Brazilië en stond ik in het veld met Neymar, Kaká en Dani Alves. Een paar dagen daarna stond ik gewoon weer op een amateurveld.”

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Het beste van Metro in je inbox

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang twee keer per week een selectie van onze mooiste verhalen.

Reageer op artikel:
Spelers Irak roepen fans op geweer thuis te laten
Sluiten