Wat zet school shooters aan tot hun gruweldaden?

Scholieren rouwen in het Duitse Winnenden waar een schietpartij plaatsvond. Foto: AFP

Foto van 'Sofie Smulders'

7 NOV 2017

Wat bezielt iemand die het vuur opent op onschuldige mensen in een school, een kerk of een andere openbare gelegenheid? Van de dader wordt vaak het beeld geschetst dat het een persoon is met psychiatrische problemen of met een verleden waarin geweld centraal staat. Dit beeld klopt niet, zegt promovenda Birgit Pfeifer, die vrijdag haar proefschrift School shootings - Existential concerns and implicit religion aan de Vrije Universiteit Amsterdam verdedigt. „Het zijn stuk voor stuk jonge mensen die worstelen met levensvragen."

Eric Harris was één van de schutters op Columbine High School

„Ik wil beginnen door te zeggen dat de ‘school shooters’ heel verschillend zijn. Het algemene beeld dat het allemaal einzelgängers en weirdo’s zijn, klopt niet. De een was populair met veel vrienden, de ander heeft gescheiden ouders en weer een ander komt uit juist een heel warm gezin.” ‘Je moet naar ze luisteren’, zei Marilyn Manson in de documentaire Bowling For Columbine tegen Michael Moore. De zanger werd ervan beticht de daders van de Columbine High School-schietpartij met zijn muziek geïnspireerd te hebben. Pfeifer deed juist dat: luisteren. „Ik zag dat er nog geen analyse gedaan was van de teksten die de daders achterlieten en wilde weten: wat zeggen ze nu eigenlijk?”

Levensvragen

Pfeifer spitte duizenden pagina’s van dagboeken, afscheidsbrieven en notities van school shooters (bijvoorbeeld de daders van de shooting op Columbine High School) en lone wolves (bijvoorbeeld Anders Breivik) door. „Wat ik heb opgemerkt is dat ze stuk voor stuk worstelen met levensvragen. Ze maken hun eigen verhalen, waarin zij de helden zijn. Sommigen noemen zich God en praten zichzelf aan dat ze het recht hebben te beslissen over wie mag leven en wie moet sterven. Ze zijn onoverwinnelijk en onsterfelijk.” Daarnaast constateerde Pfeifer dat de daders allemaal de sterke behoefte hebben hun werkwijze te delen. Ook zien ze zichzelf als een martelaar die zich opoffert voor de strijd tegen het kwaad. Deze drie elementen, respectievelijk de transcendente ervaring, het delen van rituelen en het creëren van een mythe, zijn ook kenmerken van traditionele godsdiensten. De shooters bedenken als het ware hun eigen impliciete religie.

Lees verder na deze advertentieAdd Arrow

Anders Breivik

Pfeifer keek naar de berichtgeving over school shootings in de media vanaf 1999 en ontdekte hierin een clichébeeld: „Er wordt vrij snel iets geconcludeerd over die jongens, wat overigens heel begrijpelijk is. ‘Die gaat in een school staan schieten, die moet wel gek zijn’. Maar hier speelt juist die existentiële crisis een rol.” Uit een groot onderzoek van de Amerikaanse overheid blijkt dat slechts 17 procent van de studenten vóór hun daad gediagnosticeerd werd met een psychiatrische aandoening. Wanneer zo’n onderzoek na de daad werd uitgevoerd, bleek dat een dergelijke diagnose in de helft van de gevallen werd geconstateerd. Pfeifer pleit voor een zorgvuldige omgang met berichtgeving over schietpartijen en hun daders. Niet alleen kan de wereldwijde aandacht aanzetten tot kopieergedrag, ook draagt het bij aan het vergroten van onze angst.

Ook in Nederland

De meeste gevallen waar Pfeifer haar licht op scheen, vonden plaats in de VS. De rest van de casussen is afkomstig uit Frankrijk, Finland en Duitsland. „Natuurlijk”, antwoordt Pfeifer op de vraag of zoiets ook in Nederland kan gebeuren. Denk hierbij aan Tristan van der V., die in 2011 zes mensen en zichzelf om het leven bracht bij een schietpartij in Alphen aan den Rijn. Helaas heeft Pfeifer de brief van Van der V. niet kunnen analyseren. „Hij is gediagnosticeerd met een psychische stoornis. Maar los hiervan lijkt wat hij deed heel erg op een school shooting: hij zocht een publieke plek op, maakte willekeurige slachtoffers. Als je de bewakingsbeelden bekijkt, zie je hoe rustig hij is. Bijna gevoelloos.”

De weg naar een school shooting is een soort radicaliseringsproces en ontwikkelt zich geleidelijk, legt Pfeifer uit. „Er gebeuren een aantal dingen in iemands leven, er is niet één aanleiding.” Wat in ieder geval niet meewerkt, is de huidige focus op prestaties. „Ook in Nederland zijn we steeds meer prestatie gedreven. De insteek: ‘als je maar je best doet, kun je alles bereiken wat je wilt.’ De realiteit is echter anders: niet iedereen kan beroemd worden of een belangrijke publieke rol vervullen. Het is belangrijk dat we hiermee in onze opvoeding geconfronteerd worden.”

Omgaan met tegenslagen

Pfeifer refereert naar een recent onderzoek dat uitwijst dat het helemaal niet goed is om je kind te veel te complimenteren. Kinderen moeten ook leren omgaan met tegenslagen. „We moeten jongeren voorbereiden op het echte leven. Iedereen maakt voor- en tegenspoed mee en we worstelen allemaal met levensvragen. Iets wat zeker in de puberteit heel normaal is. Dat betekent dat we meer aandacht moeten besteden aan hoe om te gaan met de worstelingen in het leven”, aldus Pfeifer. Dat hoeven we niet te gieten in een apart vak op school. „Het zit ‘m juist in de communicatie: docenten of ouders moeten jongeren niet alleen prijzen maar soms ook eerlijk confronteren met hun beperktheden."

Foutje gezien? Mail ons, we zijn je dankbaar


Views

100+

Lees verder na deze advertentieAdd Arrow
Hoe is het om familie achter de tralies te hebben?

Hoe is het om familie achter de tralies te hebben?

Man kijkt uit het raam in de gevangenis. Foto: ANP

Foto van 'Sofie Smulders'

VANDAAG, 19:39

Wat doet het met je als een familielid van je zodanig in de problemen raakt, dat hij of zij voor langere tijd achter de tralies terechtkomt? Metro sprak Terry (24), wiens vader in de gevangenis zat.

Voor Terry kwam het als een schok dat zijn vader in de gevangenis zat. „We kregen in eerste instantie te horen dat hij overleden was. Dit bleek helemaal niet waar te zijn.”

Geen slachtofferhulp

Via de media moest Terry vernemen wat er echt met zijn vader aan de hand was. Volgens hem lopen veel gezinnen aan tegen dergelijke misinformatie. Terwijl je op dat moment eigenlijk net zo goed slachtoffer bent. ‘Het Ministerie van Veiligheid en Justitie moet zorgen dat kinderen en jongeren die getuige zijn van de aanhouding van hun ouder worden aangemerkt als slachtoffer. Nu vallen zij juridisch buiten die definitie en daarmee hebben ze ook geen recht op slachtofferhulp. Maar deze kinderen maken soms wel degelijk een trauma door’, aldus een aanbeveling van de kinderombudsman naar aanleiding van gesprekken waar ook Terry bij aanwezig was.

Terry heeft lang geheim gehouden dat zijn vader in de gevangenis zat. „Ik dacht: dit mag nooit naar buiten komen, dan word ik gezien als een slecht mens. Dat geheimhouden was hartstikke lastig. Toen ik nog op school zat en doordeweeks naar de reguliere bezoekuren wilde, moest ik iedere week weer een excuus klaar hebben.”

Taboe doorbreken

Op een gegeven moment was Terry er klaar mee, hij wilde zijn geheim niet langer bij zich dragen. „Ik besloot om het er helemaal uit te gooien en erover te praten. Dat deed ik voor het eerst in een documentaire, samen met Claudia Schoemacher. Er moet een taboe doorbroken worden.” Er schort een hoop aan de zorg voor familieleden van gedetineerden, vindt Terry. „Gemeenten moeten een coördinator hebben die hulp inschakelt. Maar wat er te vaak gebeurt is dat ze niet de juiste expertise hebben. Je wordt doorverwezen, maar dat loopt vaak op niets uit.”

En dat terwijl begeleiding zo hard nodig is, vooral in het begin. „Traumatische ervaringen die voorkomen hadden kunnen worden. Ik heb dat zelf ook gehad. Ik ben een binnenvetter en wilde niet teveel emoties laten zien. Ik voelde me op sommige momenten heel eenzaam en dan nog extra op dagen als Vaderdag of met kerst.” Ook financieel waren er problemen. „Mijn vader was kostwinner en als hij er niet is, begin je dat wel te merken. Ik ben er inmiddels wel achter dat vrij veel mensen in die situatie hebben gezeten.”

Het was uiteindelijk zijn vader die hem over stichting Exodus vertelde, waar Terry jongerenambassadeur voor is. Daarnaast studeert hij aan het Conservatorium. „Die twee dingen probeer ik bij elkaar te brengen. Ik doe onderzoek naar kinderen van gedetineerden en wil met muziektherapie iets concreets vinden om hen te helpen.” Terry heeft door die zware periode een enorme vechtlust: „Als mensen zeggen: ‘dit gaat je niet lukken’, wil ik koste wat het kost het tegendeel bewijzen.”

Over Exodus:
Exodus is een forensische nazorgorganisatie. Zij bieden steun, opvang en begeleiding aan gedetineerden en ex-gedetineerden. Buiten de gevangenis begeleiden zij ex-gedetineerden in elf Exodus-huizen en ambulant. Dat doen ze met professionals, maar ook met heel veel vrijwilligers. 

Bij Exodus zijn ze ook bezig met het gezin van de gedetineerde. Ze geven ze vaderschapstrainingen, omdat het heel belangrijk is dat als vaders terugkeren naar huis, ze begrijpen wat hun kind heeft doorgemaakt. Ook leren ze hoe ze het contact kunnen herstellen.

Foutje gezien? Mail ons, we zijn je dankbaar


Views

200+

Presteren onder druk, hoe gaat dat in zijn werk?

Camera videoPresteren onder druk, hoe gaat dat in zijn werk?

Sven Kramer tijdens de 10 kilometer op de Spelen Foto: AFP

Foto van 'Sofie Smulders'

16 FEB 2018

Schaatser Sven Kramer wist donderdag de verwachtingen van de 10 kilometer op het olympisch ijs niet waar te maken. Zelf concludeert de Fries dat hij niet goed genoeg was, dat het gewoon niet gelukt is. In de studio van de NOS trokken de aanwezige oud-schaatsers donderdagavond een andere conclusie: het moet de druk zijn geweest.

Ger Post, schrijver van het boek Stalen Zenuwen – Hoe topsporters presteren onder druk, denkt dat druk een rol gespeeld kan hebben. „Hij zei vooraf dat het zijn belangrijkste race was, waarmee hij zichzelf extra druk oplegde.” De 10 kilometer van acht jaar geleden in Vancouver - die met de verkeerde wissel - is een ander voorbeeld van ‘bezwijken onder druk’. Alleen was het eerder Gerard Kemkers die toen verkrampte.

„Kemkers had te weinig tijd om na te denken. Dat is een van de oorzaken voor bezwijken onder druk, dat er te weinig tijd is om goed na te denken. Een andere oorzaak is dat je juist teveel nadenkt. Een beweging die normaal gesproken op de automatische piloot gaat, daarop grijp je in met bewuste gedachten. Maar daarmee verdwijnt de souplesse en effectiviteit uit een beweging – en vervolgens gaat de prestatie achteruit.”

Tijd, publiek, een kans

Hoe definiëren we druk? Volgens Post is dat een belangrijke vraag om te stellen. Er kunnen verschillende factoren meespelen: tijdsdruk, veel toeschouwers, het feit dat je maar een kans in de zoveel jaar krijgt. Niet alleen topsporters die op gezette tijden bijzondere prestaties moeten neerzetten ervaren druk. Ook mensen die een belangrijke speech moeten geven of een toets moeten maken, kunnen ermee te maken krijgen.

Marije Wielenga van de Online Speechacademy werd in 2017 Nederlands kampioen speechen. Pieken op het juiste moment is iets waar zij heel goed in is. Toen ze dit jaar meedeed aan het NK Pitchen, kreeg ze een blackout. Alhoewel een blackout volgens wetenschappers niet dezelfde oorzaak heeft als een verkramping, speelt druk wel degelijk een rol in dit proces.

„Ik had nooit verwacht dat het me zou overkomen. Maar toen het me gebeurde, wist ik meteen: dit is een blackout. Normaal gesproken speech ik, waarbij je wat meer tijd hebt. Nu ging ik nadenken, schoot ik in de stress en wist ik niet meer wat ik moest doen. Ik voelde me toen vooral heel kwetsbaar”, vertelt Wielenga. „Dat ik deze ervaring nu een keer heb gehad, vind ik eigenlijk wel fijn. Ik heb direct na de mislukte pitch een filmpje opgenomen waarin ik erover vertel. Ik heb dit op social media geplaatst en kreeg er veel positieve reacties op. We zijn allemaal mensen, dat is wat ik ervan heb geleerd. Het is niet zo dat mensen alleen maar van je houden als je wint.”

Wielenga bereidt zich altijd goed voor: „Ik bespreek met anderen hoe ik het aan kan pakken en probeer voor mezelf te bepalen of winst binnen mijn bereik ligt. Wat ik nu hoop, is dat ik een dezer dagen een inzicht krijg: he, hier zat het hem in.” Als het goed gaat, merkt ze dat ook meteen. „Vorig jaar tijdens het NK speechen zat ik zo lekker in het verhaal. Ik stond echt in mijn kracht.” Bij de pitch van afgelopen week gebeurde het tegenovergestelde. „Op de een of andere manier voel je je al zo als je er staat en je begint. Ik stond er, ik was zenuwachtig, het was iets nieuws. Die elementen zouden die blackout wel deels kunnen verklaren.”

Oefenen, oefenen, oefenen

Post: „Het belangrijkste punt dat ik in mijn boek maak is dat je moet oefenen met die lastige situaties. Probeer erachter te komen wat zo’n moment nu zo moeilijk maakt. Heb je dat geanalyseerd, dan kun je dat gaan trainen. Heb je een examen met beperkte tijd, zorg dan dat je een oefenexamen maakt met een stopwatch erbij. Moet je die speech houden voor een groot publiek, oefen dan eerst voor een klein groepje. Zo bereidden Barack Obama en wijlen Steve Jobs hun presentaties ook voor.”

„Tijdens de voorbereidingen willen we onszelf nog wel eens voorhouden dat het allemaal goed komt en dat we vooral aan ons zelfvertrouwen moeten werken”, gaat Post verder. „Het nadeel daarvan is echter dat je dan vooral jezelf goed denkt – en dit niet test. Wil je beter worden en goed presteren, dan zorg je dat je al eens in die situatie geweest bent.” Dat wordt in het geval van topsporters nog vaak vergeten, vindt Post. Zeker als het goed gaat.

„Dan gaat het over Sven en wordt zijn karakter of flow als oorzaak aangedragen voor zijn geweldige prestatie onder druk. Al die keren dat hij tijdens zijn trainingen en wedstrijden onder druk stond worden vergeten. Je ziet alleen het moment van presteren. Als je ziet hoe Obama vol vertrouwen een speech geeft, denk je misschien: ‘als ik net zoveel zelfvertrouwen zou hebben, dan gaat die speech ook zo goed’. Maar dan mis je dus die belangrijke voorbereiding.”


Views

65

Lees verder na deze advertentieAdd Arrow
Vechten tegen kinderkanker: 'Onze wereld stortte in'

Vechten tegen kinderkanker: 'Onze wereld stortte in'

Susanne Boon en haar dochter Madelief. (Eigen foto).

Foto van 'Amarins de Boer'

15 FEB 2018

De wereld van Mark en Susanne Boon, ouders van vijf kinderen, stortte in toen hun tweejarige dochter de diagnose neuroblastoom kreeg. Een zeldzame vorm van kwaadaardige kinderkanker, waarbij de overlevingskans twintig procent is. „Twee jaar lang dachten we dat we een gezond vijfde kindje hadden gekregen, totdat we ineens hoorden dat het niet zo was.”

Madelief is net twee jaar als ze mank begint te lopen. Susanne typt de woorden ‘tweejarig kind loopt mank’ in op Google en komt al snel uit bij woorden als ‘neuroblastoom’, ‘weinig overlevingskans’ en ‘overleden op’. Ze belt meteen de huisarts, die haar doorstuurt naar het ziekenhuis. ‘Het is een griepje, dat moet ze uitzingen’, zeiden ze daar.

Geen griep

„Even later wist ik het zeker: dit is geen griep”, zegt Susanne, die inmiddels ook blauwe vlekken op het gezicht van haar dochtertje had gezien. „We gaan opnieuw naar het ziekenhuis. De ontstekingswaarde in het bloed van Madelief blijkt zo hoog, dat ze meteen wordt opgenomen. Toen we vervolgens hoorden dat Madelief de diagnose neuroblastoom kreeg, ging het allemaal heel snel.”

Vechten tegen kinderkanker: 'Onze wereld stortte in'

Madelief. (Eigen foto)

Er sterven steeds minder kinderen aan kanker, blijkt donderdag uit cijfers van het CBS. Begin jaren zeventig stierven nog 200 kinderen onder de vijftien aan kanker, in 2016 waren dat er 61.

Dat komt doordat de zorg voor kinderen met kanker de afgelopen 45 jaar veel beter is geworden, zegt Wim Tissing, kinderoncoloog in het Universitair Medisch Centrum Groningen. „We doen veel onderzoek en werken zowel nationaal als internationaal veel samen. Dat resulteert in betere chirurgie, radiotherapie, chemotherapie en betere ondersteunende behandelingen.”

Maar we zijn nog niet tevreden, gaat Tissing verder. „Het moet allemaal nog beter. Op dit moment geneest gemiddeld genomen zo’n tachtig procent van de kinderen met kanker en we zijn pas tevreden als honderd procent geneest.”

„Om een volgende stap te maken, moeten we zorg met kanker concentreren”, zegt Tissing. „Per juni gaat de nieuwbouw van het Prinses Máxima Centrum in Utrecht open. Vanaf dan zullen alle kinderen met kanker in Utrecht behandeld worden.”

Amerika

Voor Madelief volgde een lang traject met chemo, bestralingen en een speciale behandeling van een half jaar in Amerika. „Veel mensen vroegen zich af waarom we met z’n allen naar Amerika gingen, maar voor ons was dat heel logisch. De kans dat het niet goed zou gaan was heel groot.”

Vechten tegen kinderkanker: 'Onze wereld stortte in'

Madelief is nog steeds schoon, aldus Susanne Boon.

Inmiddels is Madelief vijf jaar. „Het gaat het goed met haar”, vertelt Susanne. „We genieten enorm van onze dochter. Gister bracht ik haar voor het eerst naar dansles. Iedere ouder ging tussendoor even snel boodschappen doen, maar ik bleef en moest huilen. Huilen van geluk, omdat ons meisje nu gezond is.”

Toch blijft de angst groot. „De overlevingskans is nu vijftig procent. Je staat daarom constant paraat. Laatst klaagde ze over een zeer beentje. Dan denk ik meteen: het zal toch niet?”

Onbegrepen

Wat Susanne lastig vindt, is dat mensen het idee hebben dat alles klaar is wanneer de kanker weg is. „Iedere drie maanden wordt ze opnieuw onderzocht in het Prinses Máxima Centrum in Utrecht. Elke drie maanden krijgen wij te horen of ons kind blijft leven of niet.”

Mensen willen vaak het positieve horen, valt haar op. „Ze zeggen dan: ‘Alles gaat goed, hè? Ja dat dacht ik al!’. Dan voel ik me weleens onbegrepen. Het kan namelijk ook opeens niet goed gaan. Dan raken we haar alsnog kwijt.”

Foutje gezien? Mail ons, we zijn je dankbaar


Views

100+

Getroffen door phishing: 'Opeens is 9.750 euro weg'

Colourbox

Foto van 'Merel Driessen'

7 FEB 2018

Je spaargeld als sneeuw voor de zon zien verdampen, het overkwam Simon Lamers. Hij werd afgelopen september het slachtoffer van een goed opgezette phishingmail en verloor daardoor bijna 10.000 euro.

Vlak voordat hij op vakantie gaat, wordt hij benaderd door zijn bank. Althans, daar lijkt het op. „Ik kreeg een mail van ABN Amro en die zag er professioneel uit, er stonden geen taalfouten in”, vertelt Lamers in gesprek met Metro. Bovendien was de afzender onderaan iemand die ook daadwerkelijk bij ABN Amro werkt."

Wat is je pincode?

„Uiteindelijk heb ik op een zondagavond de mail beantwoord. Er stonden allemaal vragen in en dus ook wat mijn pincode was." Lamers vult het netjes in, maar dan gaat het toch knagen. „Is het wel slim van me geweest om dat in te vullen?"

Lamers gaat uiteindelijk op vakantie en kijkt er niet meer naar om. „Maar ik maak mij nooit zorgen over mijn geld en hoef ook niet elke dag mijn saldo te checken." Als hij dat bij thuiskomst wel doet, krijgt hij de schok van zijn leven. „Er waren allemaal bedragen van 500 tot 800 euro afgeschreven. Bij elkaar was de schade 9.750 euro. Bijna 10.000!"

Gelijk geblokkeerd

Direct komt hij in actie. „Ik heb gelijk mijn pinpas geblokkeerd. Een vervelende situatie, maar gelukkig hadden we een gezamenlijke rekening en werkte de pas van mijn vrouw nog gewoon wel. Vervolgens hebben we direct contact opgenomen met de bank en aangifte gedaan bij de politie. Het lukte uiteindelijk al vrij snel om de laatste afschrijvingen terug te halen."

Dat hij erin getrapt is, is niet direct iets waar hij zich voor hoeft te schamen. „De rechercheur begreep ook wel dat ik ervoor viel, want het mailtje zag er heel betrouwbaar uit. Toch snap ik niet dat ik uiteindelijk mijn pincode opgegeven heb. Het was voor mij direct een wijze les: dat je nooit 's avonds bankzaken moet doen met een wijntje op. Als je bankzaken doet, moet je scherp zijn."

Dader gevonden

Inmiddels heeft Lamers al zijn centen weer op zijn eigen bankrekening staan. „Ze hebben de dader gevonden. ABN Amro heeft mij sowieso heel goed begeleid tijdens het hele proces, terwijl dit toch iets is dat ik zélf fout heb gedaan. De bank gaf net als de rechercheur toe dat het mailtje heel misleidend was en zei dat dit bij iedere bank gebeurt. Al heb ik van de Rabobank nog nooit zo'n mailtje gehad."

Hoewel het dus goed afgelopen is, zat de schrik er afgelopen herfst wel even goed in bij Lamers en zijn vrouw. „We hebben er wel een paar nachten van wakker gelegen. Het voelde een beetje alsof ze bij ons hadden ingebroken. Je bent zo machteloos."

Tips om phishing te voorkomen

Ze zijn al vaker uitgelicht, maar het is zoiets dat je niet vaak genoeg kan benadrukken.

1. Check het e-mailadres

Phishers kunnen alles kopiëren, maar ze komen niet zomaar aan een e-mailadres van bijvoorbeeld ING (@ing.nl) of ABN Amro (@nl.abnamro.com).

2. Is het dringend?

Als het een mail van phishers betreft, proberen ze je met hun zinnen vaak het gevoel te geven dat er haast geboden is. Dit zodat jij als ontvanger door de tijdsdruk vergeet te controleren of het wel een echte mail is.

3. Stuur nooit je pincode

Banken zullen nooit, maar dan ook nooit, per e-mail of sms vragen om je pincode.

4. Kijk uit met links en bijlagen

Je pincode geven is niet de enige manier waarop je opgelicht kan worden. In veel phishingmails staan links of bijlagen die je kan openen. Via een link kan je bijvoorbeeld naar een site gelokt worden, die heel erg lijkt op die van je bank. Als je daar dan probeert in te loggen, kunnen zij je gegevens aflezen. Ook kunnen links en bijlagen gebruikt worden om je computer of telefoon te hacken en je gegevens te achterhalen, als je daarop klikt. Probeer daarom altijd de url van je link te lezen voor je deze überhaupt opent. Download verder nooit dergelijke bijlagen.

Door: Merel Driessen en Kasper Hermans

Foutje gezien? Mail ons, we zijn je dankbaar


Views

200+

Is aan één stuk door slapen nog wel van deze tijd?

Is aan één stuk door slapen nog wel van deze tijd?

Er zijn mensen die zweren bij een polyfasisch slaapschema, maar is dit wel een goed idee? Foto: Colourbox

Foto van 'Rosan de Vos'

6 FEB 2018

Er zijn mensen die zweren bij een polyfasisch slaapschema. Hierbij wordt je slaapritme opgeknipt in meerdere kleine stukjes, verdeeld over 24 uur. Je voelt je fitter en energieker en houdt in een dag meer uren over dan wanneer je ‘gewoon’ acht uur slaapt in de nacht. Zelfs bij grote techbedrijven als Google en Apple zou een slaappatroon als dit heel normaal zijn. Bij deze bedrijven zijn zelfs slaapzalen waar werknemers overdag korte dutjes kunnen doen. Maar in hoeverre is polyfasisch slapen een goed idee?

Zelf de gok wagen

Gerard Kerkhof, hoogleraar psychofysiologie van de 24-uurs ritmiek en slaap aan de Universiteit van Amsterdam, raadt het af. „Mensen die bijvoorbeeld werken in de IT-sector zouden dit qua werk kunnen uitproberen, maar je zult jezelf tegenkomen.” De reden hiervan is dat je misschien minder slaapt, maar alles eromheen wel meer tijd kost. Kerkhof heeft een tijd mensen gevolgd die voor een experiment hun slaappatroon drastisch omgooiden.

„Zo moet je je kleren uittrekken als je gaat slapen, je tanden poetsen als je wakker wordt, een washandje over je hoofd halen om je op te frissen, bovendien kan je nog een beetje slaapdronken zijn. Al met al kost dat verrekte veel tijd, en in de praktijk betekent het dat je kunt fluiten naar je tijdwinst. Er zijn zoveel randverschijnselen die een rol spelen en er zijn mensen die dat gemakshalve vergeten.”

Maar hoe zit dat dan precies, polyfasisch slapen?

„Er zijn wat slaap betreft drie situaties”, zegt Kerkhof. „Je hebt een normale slaaprust, waarbij je ’s nachts slaapt en ’s morgens gewoon weer uitgerust wakker wordt. Het kan ook voorkomen, situatie twee, dat je ’s middags nog een powernap moet doen wanneer je ’s nachts niet genoeg geslapen hebt: je geeft dan toe aan de slaapdruk die zich opgebouwd heeft. In de derde situatie praten we over polyfasische slaap: in dit geval verdeel je dus je slaap in stukjes, verspreid over 24 uur.”

„Neem als voorbeeld een solo-zeiler. De meest ervaren oceaanrijders maken onder invloed van slaaptekort fouten die een beginnend zeiler nog niet eens zou maken. Ze moeten slapen als ze willen winnen. Maar acht uur op één oor liggen? Dat kan niet. Ze slapen daarom polyfasisch: in korte periodes. Dat betekent dat ze bijvoorbeeld steeds een half uur slapen en dan weer iets aan de koers van de boot moeten doen. Maar dit is allesbehalve een ideale slaap, want er is géén duidelijk slaappatroon.”

En laat een redelijk en duidelijk slaappatroon nou net belangrijk zijn. „Als je een hele nacht slaapt, heb je verschillende soorten slaap: een lichte slaap, een diepe slaap en een droomslaap. Ze wisselen elkaar in een kenmerkend patroon af. En als je daar dan mee gaat rommelen, bijvoorbeeld door polyfasisch te slapen of overdag te slapen als je ’s nachts een festival hebt, resulteert dit vaak in een slechtere slaapkwaliteit. Veel mensen denken dat ze overdag op dezelfde manier kunnen slapen als wanneer ze ’s nachts naar bed zouden gaan, maar de structuur is behoorlijk anders. Je biologische klok raakt totáál in de war.”

Lekker slapen en middagdutjes doen?

Volgens Kerkhof heb je een ontzettend sterke discipline nodig om polyfasisch te slapen. Bovendien is het lastig te combineren met een sociaal leven. Misschien toch beter om gewoon ’s nachts je ogen te sluiten. En ’s middags toch een dutje doen? Dat is toch alleen maar lekker. Kerkhof: „Dan ben je even weg van de wereld en neem je wat afstand. Misschien kun je een probleem dat in je hoofd speelt van een andere kant bekijken. Als mensen dat willen, ben ik helemaal voor.”

Foutje gezien? Mail ons, we zijn je dankbaar


Views

33

Lees verder na deze advertentieAdd Arrow
Wanneer ben je verslaafd aan social media?

Wanneer ben je verslaafd aan social media?

Gebruik jij deze apps ook wat te vaak? / Pexels

Foto van 'Imre Himmelbauer'

5 FEB 2018

Er moet een erkende behandeling komen voor sociale media-verslaving. Daarvoor pleiten experts vandaag. Verslaving aan Instagram, Facebook, WhatsApp en gelijksoortige media hebben tegenwoordig nog niet hun eigen behandeling en dat is volgens kenners een ernstige zaak.

„Een minderheid van de mensen verliest zich in sociale media”, zegt Gert-Jan Meerkerk van onderzoeksbureau IVO tegen het AD. „Dat is net als met gokken. Maar er zijn mensen die problemen ervaren, dus het zou onwenselijk zijn als die naar huis worden gestuurd.”

Onduidelijke normen

De normen voor wat een verslaafde is, zijn bij social media echter nog altijd onduidelijk. Dat komt doordat het een relatief nieuwe verslaving is: Facebook werd bijvoorbeeld pas in 2004 opgericht.

Toch zijn er volgens Dick Trubendorffer van kliniek Trubendorffer wel manieren om een dergelijke verslaving te herkennen. Volgens hem zijn er namelijk een aantal algemene kenmerken die ook een social media-verslaving kunnen herkennen.

Licht, matig, ernstig

„Deze kenmerken zijn eigenlijk voor ‘normale’ verslavingen als alcohol of gokken, maar zijn ook onverminderd van toepassing op andere obsessief-dwangmatige patronen. Als je bijvoorbeeld vaker en langer bezig bent met social media en al een paar keer zonder succes hebt proberen te stoppen, duidt dat op een verslaving.” De volledige lijst van kenmerken staat onderaan het artikel.

In totaal zijn het tien kenmerken. Trubendorffer: „Als je twee of drie van de verschijnselen vertoont, dan spreken we van een licht probleem. Bij vier tot vijf is er sprake van een matig probleem en bij zes of meer hebben we te maken met een ernstig probleem.”

Groot probleem

Er wordt nog geen erkenning aan de verslaving gegeven middels bijvoorbeeld een vermelding in de DSM, de diagnosehandleiding voor psychologen. Dat is als je naar de cijfers kijkt raar, want social media-verslaving lijkt een groot probleem. Trubendorffer vertelt: „Er is een onderzoek geweest onder Amerikaanse jongeren. Daaruit blijkt dat de helft van de jongeren daar zich verslaafd voelt aan de smartphone, 77 procent minstens één keer per uur naar z’n telefoon kijkt en ze gemiddeld liefst vierenhalf uur per dag op hun smartphone zitten. Dat is, zelfs als je het vergelijkt met ‘verslavingen van vroeger’ als tv kijken, behoorlijk extreem.”

Ook Peggy-Sue Figueira van verslavingskliniek Peggy-Sue schrikt van de cijfers. „Dat zijn echt hele dikke cijfers als je kijkt naar hoeveel uur je vrij te besteden hebt in een dag. Je slaapt meestal acht uur per dag en werkt ook acht uur per dag. Dan houd je dus acht uur over voor vrije tijd. Daarvan gaat gewoon meer dan de helft aan social media. Dat is gewoon heel veel.”

Het probleem zal echter snel meer aandacht krijgen en grappig genoeg hebben we ook daar social media tot op zekere hoogte voor te danken. „Ik denk dat het uitwisselen van expertise tegenwoordig zo snel gaat door het internet”, aldus Trubendorffer. „We kunnen heel snel de koppen bij elkaar steken om het probleem op te lossen en heel snel de oplossing verspreiden. Social media zijn niet alleen maar slecht.”

De volledige lijst van verslavingskenmerken bij social media is als volgt:

1. Je bent vaker en langer bezig met social media dan dat je van plan was.

2. Je hebt een paar keer geprobeerd te stoppen, maar dat lukt niet.

3. Het kost je veel tijd, omdat je niet met social media kunt stoppen.

4. Je hebt als je niet bezig bent met social media een sterk verlangen om wel online te gaan.

5. Je schiet tekort op het gebied van werk, school en/of huishouden tekort, omdat je bezig bent met social media.

6. Ondanks dat het problemen met zich meebrengt op het rationele vlak, blijf je toch met het gebruik van social media doorgaan.

7. Je geeft hobby's, sociale activiteiten of werk op voor social media.

8. Je gaat door met social media, zelfs als je erdoor in gevaar komt.

9. Je gaat door met social media, ondanks dat je weet dat het lichamelijke of psychische problemen met zich mee kan brengen.

10. Je hebt steeds grotere hoeveelheden nodig om hetzelfde effect te krijgen. Bij social media kun je hierbij denken aan het vergaren van steeds sensationelere informatie of steeds verder gaan in je posts om likes te vergaren.

Foutje gezien? Mail ons, we zijn je dankbaar


Views

0

Goed idee? Terugkomdag voor beginnende chauffeurs

Een 2toDrive-rijles Foto: ANP

Foto van 'Sofie Smulders'

2 FEB 2018

In België moeten bestuurders die vanaf juli hun rijbewijs halen, verplicht na een half jaar opnieuw bij de rij-instructeur verschijnen. Zo’n terugkomdag is helemaal niet zo’n gek idee: het kan de veiligheid op de weg ten goede komen, maar het zelfvertrouwen van de beginnende chauffeur absoluut ook.

Beginnende bestuurders vormen de grootste risicogroep als het gaat om ongelukken. Om deze reden is de Belgische overheid bezig met het hervormen van de rijopleiding. Het terugkommoment is hier onderdeel van. Nieuwbakken bestuurders krijgen zes maanden na het behalen van hun rijbewijs de uitnodiging om een middag terug te komen.

Hoe de cursus eruit komt te zien is nog niet helemaal duidelijk, maar gedacht wordt aan een groepsgesprek en een rijcursus op afgesloten terrein. Dit zal de bestuurder naar verluidt ongeveer 100 euro kosten. Weigert de chauffeur na een half jaar terug te komen, dan hangt hem of haar een boete van 4.000 euro boven het hoofd. Is het een idee om zoiets ook in Nederland in te voeren?

Puntensysteem

„We doen in Nederland al veel voor de beginnende bestuurder”, vertelt Irene Heldens van het CBR. „Zo biedt het begeleid rijden voor veel jongeren van 17 al echt een uitkomst. En we hebben strenge eisen voor beginnende bestuurders: het toegestane alcoholpromillage is minder hoog, er zijn minpunten voor fout gedrag. We wijzen kandidaten erop dat het belangrijk is om je goed voor te bereiden op het examen, we denken dat dit de kilometers erna ten goede kan komen.”

Dat is Belinda van Drosthagen van rijschool Overtoom in Amsterdam met Heldens eens. „Als het bedoeld is voor de veiligheid op de weg, dat wordt al gecontroleerd met een puntensysteem. Maar een soort evaluatie vind ik wel een goed idee.” Van Drosthagen kent veel gevallen van mensen die nog niet zo lang hun rijbewijs hebben en de weg niet op durven. Iets waar volgens haar tijdens de opleiding meer aandacht aan besteed moet worden.

„Op het moment dat je dan alleen gaat rijden steekt de spanning de kop op. Dat kan door iets heel kleins veroorzaakt worden, bijvoorbeeld doordat de motor afslaat. Vervolgens komt daar vermijdingsgedrag bij kijken: ‘ik woon in de stad en heb ook geen parkeervergunning, mijn vriend rijdt graag’. Met een goede opleiding kun je al heel veel doen aan de zelfverzekerdheid van de bestuurder.”

Ze krijgen bij rijschool Overtoom veel telefoontjes van mensen die ergens anders een tiendaagse cursus hebben gevolgd. „Angst om te rijden wordt bij dit soort cursussen niet behandeld, dan krijg je dat mensen later gaan zeggen: ik voel me niet veilig achter het stuur.” Idris Ozaltun van opfris-rijles.nl beaamt dit. „Laat ik het zo zeggen: dat wij opfrislessen aanbieden, geeft al aan dat de behoefte er is. Veel rijlessen in Nederland worden examengericht gegeven. Er zijn heel veel onderdelen die je heel snel doorloopt, zo wordt het meer een soort productiewerk van de instructeurs.”

Verplichte bijscholing

Ozaltun is dan ook een groot voorstander van de terugkomdag die ze in België willen invoeren. „Niet met het idee dat je je rijbewijs kan verliezen, maar meer als een verplichte bijscholing. Een half jaar na het examen is daarvoor het goede moment, want dan zit je er dicht genoeg op. Ik denk dan aan een opfriscursus van minstens 90 minuten, het liefst verdeeld over een aantal dagen.”

Van Drosthagen ziet ook wel wat in de terugkomdag: „Los van de consequentie, want dan komen er weer faalangst en spanning bij kijken en daar ga je niet fijner van rijden. Waar ik wel benieuwd naar ben, is hoe dat juridisch in elkaar zou steken. Doe je dat bij dezelfde rijschool als waar je gelest hebt, of is dat onafhankelijk?”

Drama op de snelweg

Eva de Jong* (23) is zo iemand die het autorijden vermijdt. „Op een landweggetje in Friesland bij mijn ouders is het prima hoor, maar zodra ik op een drukke (snel)weg rijd: drama. Dan begin ik te zweten, kan ik niet meer multitasken en word ik heel gestrest. Ik vergeet afslagen, waardoor ik nog meer in paniek raak.”

Of ze ooit over een opfriscursus autorijden heeft nagedacht? „Nee, maar het zou zeker geen gek idee zijn. Ik denk ook dat zo’n terugkomdag een goed idee is. Als je dat verplicht invoert, maakt dat jongeren ook bewust. Ik zou het niet insteken als een examen. Zeker mensen die al staatsexamen hebben gedaan, zullen er dan enorm tegen opzien. Wel als een bepaalde cursus, een verplichte. En de lengte ervan zou ik laten afhangen van hoe goed je het doet.”

* echte naam is gefingeerd en bekend bij de redactie


Views

4