Met gejuich onthaald, maar EMA is niet onbesproken

Wouter Bos was een belangrijke kracht in het binnenhalen van EMA/ANP

Foto van 'Kasper Hermans'

21 NOV 2017

Onder het voorbehoud dat de Brexit daadwerkelijk doorgaat, verhuist het Europees Geneesmiddelenbureau (internationaal afgekort als EMA) uiterlijk maart 2019 van Londen naar Amsterdam, zo werd maandag bekend. Een verhuizing die op grote lofzang kan rekenen van alle betrokkenen bij de onderhandelingen. Maar is deze hosanna terecht?

Wat doet EMA?

EMA is een soort waakhond op het gebied van de medicijnindustrie en is een onderdeel van de Europese Unie. Het bepaalt welke geneesmiddelen toegestaan zijn op de markt binnen de EU. De werknemers van EMA hebben dus de taak om van alle medicijnen die er in omloop zijn te beoordelen of ze naar behoren werken en wat de eventuele bijwerkingen ervan zijn. Dit geldt ook voor producten die gebruikt worden bij het genezen van dieren.

Zodra de medicijnen eenmaal op de markt zijn, blijft EMA ook de ontwikkelingen daaromheen controleren en heeft het de macht om producten terug te trekken. In totaal zijn er zes verschillende comités die allemaal hun eigen functie vervullen binnen de organisatie.

Lees verder na deze advertentieAdd Arrow

Economisch aantrekkelijk

Het binnenhalen van EMA is in eerste instantie vooral economisch aantrekkelijk. En dan gaat het hier nog niet eens om de gevolgen farmaceutische industrie. Het betekent namelijk dat zo'n 900 goedverdienende mensen in Nederland komen wonen en hier hun geld kunnen spenderen. Daarnaast levert de komst volgens het ministerie van Volksgezondheid nog zo'n 1500 indirecte banen op.

Ook voor het toerisme is de komst van EMA een belangrijke factor. Veel mensen zullen regelmatig afreizen naar de organisatie. Londen haalde hierdoor op jaarbasis zo'n 36.000 extra hotelovernachtingen binnen. Hier wordt onder andere op ingespeeld met de al geplande bouw van Nhow Amsterdam RAI, dat het grootste hotel van de BeNeLux moet gaan worden.

Bijwerkingen

Daarnaast kán de vestiging van EMA ook een enorme impuls geven aan de farmaceutische industrie zelf. Gerard Schouw, directeur van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen, hoopt dat op deze manier bedrijven uit de sector bepaalde activiteiten eerder in Nederland zullen uitvoeren. „Omdat weinig sectoren zo veel investeren in onderzoek en ontwikkeling als de farmacie kan dat de internationale reputatie van Nederland als koploper op het gebied van innovatie verder versterken.”

Verder hoopt Schouw dat het ook een impuls geeft aan de soms zorgelijke zorgsituatie in Nederland. „Het debat over met name de prijs van geneesmiddelen krijgt de laatste tijd soms harde tikken. Nu laten we zien dat we ook heel goed samen kunnen werken. Ik hoop dat de komst van EMA naar ons land ook leidt tot een meer productieve en constructieve dialoog tussen alle betrokkenen in de zorg."

Voorrang bij huisvesting

Dat klinkt allemaal behoorlijk positief, maar zitten er dan geen haken en ogen aan? Uiteraard zijn die er wel. Zo krijgen de mensen die voor hun werk van Londen naar Amsterdam voorrang bij het vinden van een huis in de hoofdstad of net daarbuiten. Op de site van de gemeente staat het nog vriendelijk. „Er komt een European Transition Team dat hen al in Groot-Brittannië gaat voorbereiden op hun komst naar Nederland en gaat begeleiden bij onder meer het vinden van huisvesting en scholen."

Maar in het Nederlandse bidbook is de omschrijving voor hulp bij het zoeken van huizen net even anders geformuleerd. „De verwachting is dat zodra er besloten wordt EMA naar Nederland te halen, er gekeken wordt naar de scenario's om de appartementen en huurhuizen in de private sector te reserveren voor EMA-medewerkers.”

Dit is een mededeling die nog al veel verontwaardigde reacties teweeg zal brengen bij mensen, die al tijden in en om de hoofdstad naar een huis opzoek zijn. Zeker nu de huurprijzen hun toppunt hebben bereikt en het vinden van een woning (zowel huur als koop) een onmogelijke opgave lijkt. Overigens moet er wel bij gezegd worden, dat er ook gekeken wordt naar woonopties in Den Haag, Utrecht, Almere, Haarlem, de Gooi- en Vechtstreek en Leiden en omgeving.

Geld uit de industrie

Daarnaast is niet iedereen even lovend over het imago van EMA en hoe onafhankelijk deze is. Ja, het is een instantie van EU, maar daar komt niet het grote geld vandaan, zo blijkt uit een verslag dat Follow The Money vorig jaar (al vóór de Brexit) schreef. Wat is dan de belangrijkste inkomstenbron? Dat zijn dat farmaceutische bedrijven zelf. Van de 300 miljoen euro die EMA jaarlijks nodig heeft is 83 procent (bijna 250.000 miljoen) afkomstige uit de industrie.

Een rare gewaarwording, aangezien EMA juist hun producten onafhankelijk dient te controleren in het belang van de gezondheid van alle Europese burgers. EMA zag hier zelf geen probleem in. „Je kunt het vergelijken met een rijexamen. Je moet betalen voor een rijexamen maar er is geen enkele garantie dat je de test gaat halen”, zo vertelde woordvoerder Sophie Labbé.

Afhankelijkheid

Dick Bijl, hoofdredacteur van het Nederlandse Geneesmiddelenbulletin, is een andere mening toegedaan. „Zo'n volledige financiële en directe afhankelijkheid van de industrie maakt toch dat er een relatie is van opdrachtgever en opdrachtnemer.” Hij wordt daarin gesteund door de Italiaan Silvio Garattini van het farmacologische onderzoeksinstituut Mario Negri, die het net even wat feller omschrijft. „Niemand die 80 procent van zijn salaris van de industrie ontvangt, zou toegelaten horen te worden tot wat voor een toelatingscommissie voor medicijnen dan ook.”

In 2012 maakte European Court of Auditors al bekend in een rapport dat EMA ondermaats scoort op het gebied van belangenverstrengeling. Sindsdien wijzigde het meermaals haar eigen regelgeving, maar de vooruitgang op dit gebied is miniem.

Aan banden leggen

Dat de EMA niet onafhankelijk is, staat haaks op het beleid dat SP, PvdA en GroenLinks uitgerekend dinsdag neerleggen in de Tweede Kamer. In hun plan om de farmaceutische industrie aan band te leggen, staat onder andere dat er een volledig onafhankelijk fonds moet komen dat onderzoek doet naar de werking van geneesmiddelen. En dat is EMA niet.

GroenLinks Kamerlid Corinne Ellemeet/ANP

„Het probleem is dat de farmaceutische bedrijven, die zulke grote winsten maken, overal een vinger in de pap hebben”, vertelt Corinne Ellemeet tegenover Metro. Het Tweede Kamerlid van GroenLinks is een van de grote stuwende krachten achter dit plan. „De eisen die het EMA stelt zijn minder streng dan veel nationale. Zo hoeven deskundigen het pas bij het EMA aan te geven als ze meer dan 50.000 euro krijgen van bedrijven uit de industrie.”

Patiëntgroepen

Daarmee gaat volgens Ellemeet een groot van de onafhankelijkheid verloren. „Dat geldt ook voor de patiëntgroepen die een stem hebben binnen EMA. Op zich is het heel goed dat patiënten een stem hebben, alleen worden al die groepen ook gesubsidieerd vanuit de farmaceutische industrie.”

Ondanks dat Ellemeet dus niet direct de grootste fan van EMA is, is ze niet per se een tegenstander van de vestiging in Amsterdam. „Het kan nooit kwaad om met kortere lijntjes te werken. De minister zal ze waarschijnlijk straks ook willen verwelkomen. Ik heb dan nog wel een paar puntjes, die ze kan aankaarten.”

Foutje gezien? Mail ons, we zijn je dankbaar


Views

100+

Lees verder na deze advertentieAdd Arrow
Presteren onder druk, hoe gaat dat in zijn werk?

Camera videoPresteren onder druk, hoe gaat dat in zijn werk?

Sven Kramer tijdens de 10 kilometer op de Spelen Foto: AFP

Foto van 'Sofie Smulders'

16 FEB 2018

Schaatser Sven Kramer wist donderdag de verwachtingen van de 10 kilometer op het olympisch ijs niet waar te maken. Zelf concludeert de Fries dat hij niet goed genoeg was, dat het gewoon niet gelukt is. In de studio van de NOS trokken de aanwezige oud-schaatsers donderdagavond een andere conclusie: het moet de druk zijn geweest.

Ger Post, schrijver van het boek Stalen Zenuwen – Hoe topsporters presteren onder druk, denkt dat druk een rol gespeeld kan hebben. „Hij zei vooraf dat het zijn belangrijkste race was, waarmee hij zichzelf extra druk oplegde.” De 10 kilometer van acht jaar geleden in Vancouver - die met de verkeerde wissel - is een ander voorbeeld van ‘bezwijken onder druk’. Alleen was het eerder Gerard Kemkers die toen verkrampte.

„Kemkers had te weinig tijd om na te denken. Dat is een van de oorzaken voor bezwijken onder druk, dat er te weinig tijd is om goed na te denken. Een andere oorzaak is dat je juist teveel nadenkt. Een beweging die normaal gesproken op de automatische piloot gaat, daarop grijp je in met bewuste gedachten. Maar daarmee verdwijnt de souplesse en effectiviteit uit een beweging – en vervolgens gaat de prestatie achteruit.”

Tijd, publiek, een kans

Hoe definiëren we druk? Volgens Post is dat een belangrijke vraag om te stellen. Er kunnen verschillende factoren meespelen: tijdsdruk, veel toeschouwers, het feit dat je maar een kans in de zoveel jaar krijgt. Niet alleen topsporters die op gezette tijden bijzondere prestaties moeten neerzetten ervaren druk. Ook mensen die een belangrijke speech moeten geven of een toets moeten maken, kunnen ermee te maken krijgen.

Marije Wielenga van de Online Speechacademy werd in 2017 Nederlands kampioen speechen. Pieken op het juiste moment is iets waar zij heel goed in is. Toen ze dit jaar meedeed aan het NK Pitchen, kreeg ze een blackout. Alhoewel een blackout volgens wetenschappers niet dezelfde oorzaak heeft als een verkramping, speelt druk wel degelijk een rol in dit proces.

„Ik had nooit verwacht dat het me zou overkomen. Maar toen het me gebeurde, wist ik meteen: dit is een blackout. Normaal gesproken speech ik, waarbij je wat meer tijd hebt. Nu ging ik nadenken, schoot ik in de stress en wist ik niet meer wat ik moest doen. Ik voelde me toen vooral heel kwetsbaar”, vertelt Wielenga. „Dat ik deze ervaring nu een keer heb gehad, vind ik eigenlijk wel fijn. Ik heb direct na de mislukte pitch een filmpje opgenomen waarin ik erover vertel. Ik heb dit op social media geplaatst en kreeg er veel positieve reacties op. We zijn allemaal mensen, dat is wat ik ervan heb geleerd. Het is niet zo dat mensen alleen maar van je houden als je wint.”

Wielenga bereidt zich altijd goed voor: „Ik bespreek met anderen hoe ik het aan kan pakken en probeer voor mezelf te bepalen of winst binnen mijn bereik ligt. Wat ik nu hoop, is dat ik een dezer dagen een inzicht krijg: he, hier zat het hem in.” Als het goed gaat, merkt ze dat ook meteen. „Vorig jaar tijdens het NK speechen zat ik zo lekker in het verhaal. Ik stond echt in mijn kracht.” Bij de pitch van afgelopen week gebeurde het tegenovergestelde. „Op de een of andere manier voel je je al zo als je er staat en je begint. Ik stond er, ik was zenuwachtig, het was iets nieuws. Die elementen zouden die blackout wel deels kunnen verklaren.”

Oefenen, oefenen, oefenen

Post: „Het belangrijkste punt dat ik in mijn boek maak is dat je moet oefenen met die lastige situaties. Probeer erachter te komen wat zo’n moment nu zo moeilijk maakt. Heb je dat geanalyseerd, dan kun je dat gaan trainen. Heb je een examen met beperkte tijd, zorg dan dat je een oefenexamen maakt met een stopwatch erbij. Moet je die speech houden voor een groot publiek, oefen dan eerst voor een klein groepje. Zo bereidden Barack Obama en wijlen Steve Jobs hun presentaties ook voor.”

„Tijdens de voorbereidingen willen we onszelf nog wel eens voorhouden dat het allemaal goed komt en dat we vooral aan ons zelfvertrouwen moeten werken”, gaat Post verder. „Het nadeel daarvan is echter dat je dan vooral jezelf goed denkt – en dit niet test. Wil je beter worden en goed presteren, dan zorg je dat je al eens in die situatie geweest bent.” Dat wordt in het geval van topsporters nog vaak vergeten, vindt Post. Zeker als het goed gaat.

„Dan gaat het over Sven en wordt zijn karakter of flow als oorzaak aangedragen voor zijn geweldige prestatie onder druk. Al die keren dat hij tijdens zijn trainingen en wedstrijden onder druk stond worden vergeten. Je ziet alleen het moment van presteren. Als je ziet hoe Obama vol vertrouwen een speech geeft, denk je misschien: ‘als ik net zoveel zelfvertrouwen zou hebben, dan gaat die speech ook zo goed’. Maar dan mis je dus die belangrijke voorbereiding.”


Views

65

Vechten tegen kinderkanker: 'Onze wereld stortte in'

Vechten tegen kinderkanker: 'Onze wereld stortte in'

Susanne Boon en haar dochter Madelief. (Eigen foto).

Foto van 'Amarins de Boer'

15 FEB 2018

De wereld van Mark en Susanne Boon, ouders van vijf kinderen, stortte in toen hun tweejarige dochter de diagnose neuroblastoom kreeg. Een zeldzame vorm van kwaadaardige kinderkanker, waarbij de overlevingskans twintig procent is. „Twee jaar lang dachten we dat we een gezond vijfde kindje hadden gekregen, totdat we ineens hoorden dat het niet zo was.”

Madelief is net twee jaar als ze mank begint te lopen. Susanne typt de woorden ‘tweejarig kind loopt mank’ in op Google en komt al snel uit bij woorden als ‘neuroblastoom’, ‘weinig overlevingskans’ en ‘overleden op’. Ze belt meteen de huisarts, die haar doorstuurt naar het ziekenhuis. ‘Het is een griepje, dat moet ze uitzingen’, zeiden ze daar.

Geen griep

„Even later wist ik het zeker: dit is geen griep”, zegt Susanne, die inmiddels ook blauwe vlekken op het gezicht van haar dochtertje had gezien. „We gaan opnieuw naar het ziekenhuis. De ontstekingswaarde in het bloed van Madelief blijkt zo hoog, dat ze meteen wordt opgenomen. Toen we vervolgens hoorden dat Madelief de diagnose neuroblastoom kreeg, ging het allemaal heel snel.”

Vechten tegen kinderkanker: 'Onze wereld stortte in'

Madelief. (Eigen foto)

Er sterven steeds minder kinderen aan kanker, blijkt donderdag uit cijfers van het CBS. Begin jaren zeventig stierven nog 200 kinderen onder de vijftien aan kanker, in 2016 waren dat er 61.

Dat komt doordat de zorg voor kinderen met kanker de afgelopen 45 jaar veel beter is geworden, zegt Wim Tissing, kinderoncoloog in het Universitair Medisch Centrum Groningen. „We doen veel onderzoek en werken zowel nationaal als internationaal veel samen. Dat resulteert in betere chirurgie, radiotherapie, chemotherapie en betere ondersteunende behandelingen.”

Maar we zijn nog niet tevreden, gaat Tissing verder. „Het moet allemaal nog beter. Op dit moment geneest gemiddeld genomen zo’n tachtig procent van de kinderen met kanker en we zijn pas tevreden als honderd procent geneest.”

„Om een volgende stap te maken, moeten we zorg met kanker concentreren”, zegt Tissing. „Per juni gaat de nieuwbouw van het Prinses Máxima Centrum in Utrecht open. Vanaf dan zullen alle kinderen met kanker in Utrecht behandeld worden.”

Amerika

Voor Madelief volgde een lang traject met chemo, bestralingen en een speciale behandeling van een half jaar in Amerika. „Veel mensen vroegen zich af waarom we met z’n allen naar Amerika gingen, maar voor ons was dat heel logisch. De kans dat het niet goed zou gaan was heel groot.”

Vechten tegen kinderkanker: 'Onze wereld stortte in'

Madelief is nog steeds schoon, aldus Susanne Boon.

Inmiddels is Madelief vijf jaar. „Het gaat het goed met haar”, vertelt Susanne. „We genieten enorm van onze dochter. Gister bracht ik haar voor het eerst naar dansles. Iedere ouder ging tussendoor even snel boodschappen doen, maar ik bleef en moest huilen. Huilen van geluk, omdat ons meisje nu gezond is.”

Toch blijft de angst groot. „De overlevingskans is nu vijftig procent. Je staat daarom constant paraat. Laatst klaagde ze over een zeer beentje. Dan denk ik meteen: het zal toch niet?”

Onbegrepen

Wat Susanne lastig vindt, is dat mensen het idee hebben dat alles klaar is wanneer de kanker weg is. „Iedere drie maanden wordt ze opnieuw onderzocht in het Prinses Máxima Centrum in Utrecht. Elke drie maanden krijgen wij te horen of ons kind blijft leven of niet.”

Mensen willen vaak het positieve horen, valt haar op. „Ze zeggen dan: ‘Alles gaat goed, hè? Ja dat dacht ik al!’. Dan voel ik me weleens onbegrepen. Het kan namelijk ook opeens niet goed gaan. Dan raken we haar alsnog kwijt.”

Foutje gezien? Mail ons, we zijn je dankbaar


Views

100+

Lees verder na deze advertentieAdd Arrow

Getroffen door phishing: 'Opeens is 9.750 euro weg'

Colourbox

Foto van 'Merel Driessen'

7 FEB 2018

Je spaargeld als sneeuw voor de zon zien verdampen, het overkwam Simon Lamers. Hij werd afgelopen september het slachtoffer van een goed opgezette phishingmail en verloor daardoor bijna 10.000 euro.

Vlak voordat hij op vakantie gaat, wordt hij benaderd door zijn bank. Althans, daar lijkt het op. „Ik kreeg een mail van ABN Amro en die zag er professioneel uit, er stonden geen taalfouten in”, vertelt Lamers in gesprek met Metro. Bovendien was de afzender onderaan iemand die ook daadwerkelijk bij ABN Amro werkt."

Wat is je pincode?

„Uiteindelijk heb ik op een zondagavond de mail beantwoord. Er stonden allemaal vragen in en dus ook wat mijn pincode was." Lamers vult het netjes in, maar dan gaat het toch knagen. „Is het wel slim van me geweest om dat in te vullen?"

Lamers gaat uiteindelijk op vakantie en kijkt er niet meer naar om. „Maar ik maak mij nooit zorgen over mijn geld en hoef ook niet elke dag mijn saldo te checken." Als hij dat bij thuiskomst wel doet, krijgt hij de schok van zijn leven. „Er waren allemaal bedragen van 500 tot 800 euro afgeschreven. Bij elkaar was de schade 9.750 euro. Bijna 10.000!"

Gelijk geblokkeerd

Direct komt hij in actie. „Ik heb gelijk mijn pinpas geblokkeerd. Een vervelende situatie, maar gelukkig hadden we een gezamenlijke rekening en werkte de pas van mijn vrouw nog gewoon wel. Vervolgens hebben we direct contact opgenomen met de bank en aangifte gedaan bij de politie. Het lukte uiteindelijk al vrij snel om de laatste afschrijvingen terug te halen."

Dat hij erin getrapt is, is niet direct iets waar hij zich voor hoeft te schamen. „De rechercheur begreep ook wel dat ik ervoor viel, want het mailtje zag er heel betrouwbaar uit. Toch snap ik niet dat ik uiteindelijk mijn pincode opgegeven heb. Het was voor mij direct een wijze les: dat je nooit 's avonds bankzaken moet doen met een wijntje op. Als je bankzaken doet, moet je scherp zijn."

Dader gevonden

Inmiddels heeft Lamers al zijn centen weer op zijn eigen bankrekening staan. „Ze hebben de dader gevonden. ABN Amro heeft mij sowieso heel goed begeleid tijdens het hele proces, terwijl dit toch iets is dat ik zélf fout heb gedaan. De bank gaf net als de rechercheur toe dat het mailtje heel misleidend was en zei dat dit bij iedere bank gebeurt. Al heb ik van de Rabobank nog nooit zo'n mailtje gehad."

Hoewel het dus goed afgelopen is, zat de schrik er afgelopen herfst wel even goed in bij Lamers en zijn vrouw. „We hebben er wel een paar nachten van wakker gelegen. Het voelde een beetje alsof ze bij ons hadden ingebroken. Je bent zo machteloos."

Tips om phishing te voorkomen

Ze zijn al vaker uitgelicht, maar het is zoiets dat je niet vaak genoeg kan benadrukken.

1. Check het e-mailadres

Phishers kunnen alles kopiëren, maar ze komen niet zomaar aan een e-mailadres van bijvoorbeeld ING (@ing.nl) of ABN Amro (@nl.abnamro.com).

2. Is het dringend?

Als het een mail van phishers betreft, proberen ze je met hun zinnen vaak het gevoel te geven dat er haast geboden is. Dit zodat jij als ontvanger door de tijdsdruk vergeet te controleren of het wel een echte mail is.

3. Stuur nooit je pincode

Banken zullen nooit, maar dan ook nooit, per e-mail of sms vragen om je pincode.

4. Kijk uit met links en bijlagen

Je pincode geven is niet de enige manier waarop je opgelicht kan worden. In veel phishingmails staan links of bijlagen die je kan openen. Via een link kan je bijvoorbeeld naar een site gelokt worden, die heel erg lijkt op die van je bank. Als je daar dan probeert in te loggen, kunnen zij je gegevens aflezen. Ook kunnen links en bijlagen gebruikt worden om je computer of telefoon te hacken en je gegevens te achterhalen, als je daarop klikt. Probeer daarom altijd de url van je link te lezen voor je deze überhaupt opent. Download verder nooit dergelijke bijlagen.

Door: Merel Driessen en Kasper Hermans

Foutje gezien? Mail ons, we zijn je dankbaar


Views

200+

Is aan één stuk door slapen nog wel van deze tijd?

Is aan één stuk door slapen nog wel van deze tijd?

Er zijn mensen die zweren bij een polyfasisch slaapschema, maar is dit wel een goed idee? Foto: Colourbox

Foto van 'Rosan de Vos'

6 FEB 2018

Er zijn mensen die zweren bij een polyfasisch slaapschema. Hierbij wordt je slaapritme opgeknipt in meerdere kleine stukjes, verdeeld over 24 uur. Je voelt je fitter en energieker en houdt in een dag meer uren over dan wanneer je ‘gewoon’ acht uur slaapt in de nacht. Zelfs bij grote techbedrijven als Google en Apple zou een slaappatroon als dit heel normaal zijn. Bij deze bedrijven zijn zelfs slaapzalen waar werknemers overdag korte dutjes kunnen doen. Maar in hoeverre is polyfasisch slapen een goed idee?

Zelf de gok wagen

Gerard Kerkhof, hoogleraar psychofysiologie van de 24-uurs ritmiek en slaap aan de Universiteit van Amsterdam, raadt het af. „Mensen die bijvoorbeeld werken in de IT-sector zouden dit qua werk kunnen uitproberen, maar je zult jezelf tegenkomen.” De reden hiervan is dat je misschien minder slaapt, maar alles eromheen wel meer tijd kost. Kerkhof heeft een tijd mensen gevolgd die voor een experiment hun slaappatroon drastisch omgooiden.

„Zo moet je je kleren uittrekken als je gaat slapen, je tanden poetsen als je wakker wordt, een washandje over je hoofd halen om je op te frissen, bovendien kan je nog een beetje slaapdronken zijn. Al met al kost dat verrekte veel tijd, en in de praktijk betekent het dat je kunt fluiten naar je tijdwinst. Er zijn zoveel randverschijnselen die een rol spelen en er zijn mensen die dat gemakshalve vergeten.”

Maar hoe zit dat dan precies, polyfasisch slapen?

„Er zijn wat slaap betreft drie situaties”, zegt Kerkhof. „Je hebt een normale slaaprust, waarbij je ’s nachts slaapt en ’s morgens gewoon weer uitgerust wakker wordt. Het kan ook voorkomen, situatie twee, dat je ’s middags nog een powernap moet doen wanneer je ’s nachts niet genoeg geslapen hebt: je geeft dan toe aan de slaapdruk die zich opgebouwd heeft. In de derde situatie praten we over polyfasische slaap: in dit geval verdeel je dus je slaap in stukjes, verspreid over 24 uur.”

„Neem als voorbeeld een solo-zeiler. De meest ervaren oceaanrijders maken onder invloed van slaaptekort fouten die een beginnend zeiler nog niet eens zou maken. Ze moeten slapen als ze willen winnen. Maar acht uur op één oor liggen? Dat kan niet. Ze slapen daarom polyfasisch: in korte periodes. Dat betekent dat ze bijvoorbeeld steeds een half uur slapen en dan weer iets aan de koers van de boot moeten doen. Maar dit is allesbehalve een ideale slaap, want er is géén duidelijk slaappatroon.”

En laat een redelijk en duidelijk slaappatroon nou net belangrijk zijn. „Als je een hele nacht slaapt, heb je verschillende soorten slaap: een lichte slaap, een diepe slaap en een droomslaap. Ze wisselen elkaar in een kenmerkend patroon af. En als je daar dan mee gaat rommelen, bijvoorbeeld door polyfasisch te slapen of overdag te slapen als je ’s nachts een festival hebt, resulteert dit vaak in een slechtere slaapkwaliteit. Veel mensen denken dat ze overdag op dezelfde manier kunnen slapen als wanneer ze ’s nachts naar bed zouden gaan, maar de structuur is behoorlijk anders. Je biologische klok raakt totáál in de war.”

Lekker slapen en middagdutjes doen?

Volgens Kerkhof heb je een ontzettend sterke discipline nodig om polyfasisch te slapen. Bovendien is het lastig te combineren met een sociaal leven. Misschien toch beter om gewoon ’s nachts je ogen te sluiten. En ’s middags toch een dutje doen? Dat is toch alleen maar lekker. Kerkhof: „Dan ben je even weg van de wereld en neem je wat afstand. Misschien kun je een probleem dat in je hoofd speelt van een andere kant bekijken. Als mensen dat willen, ben ik helemaal voor.”

Foutje gezien? Mail ons, we zijn je dankbaar


Views

33

Wanneer ben je verslaafd aan social media?

Wanneer ben je verslaafd aan social media?

Gebruik jij deze apps ook wat te vaak? / Pexels

Foto van 'Imre Himmelbauer'

5 FEB 2018

Er moet een erkende behandeling komen voor sociale media-verslaving. Daarvoor pleiten experts vandaag. Verslaving aan Instagram, Facebook, WhatsApp en gelijksoortige media hebben tegenwoordig nog niet hun eigen behandeling en dat is volgens kenners een ernstige zaak.

„Een minderheid van de mensen verliest zich in sociale media”, zegt Gert-Jan Meerkerk van onderzoeksbureau IVO tegen het AD. „Dat is net als met gokken. Maar er zijn mensen die problemen ervaren, dus het zou onwenselijk zijn als die naar huis worden gestuurd.”

Onduidelijke normen

De normen voor wat een verslaafde is, zijn bij social media echter nog altijd onduidelijk. Dat komt doordat het een relatief nieuwe verslaving is: Facebook werd bijvoorbeeld pas in 2004 opgericht.

Toch zijn er volgens Dick Trubendorffer van kliniek Trubendorffer wel manieren om een dergelijke verslaving te herkennen. Volgens hem zijn er namelijk een aantal algemene kenmerken die ook een social media-verslaving kunnen herkennen.

Licht, matig, ernstig

„Deze kenmerken zijn eigenlijk voor ‘normale’ verslavingen als alcohol of gokken, maar zijn ook onverminderd van toepassing op andere obsessief-dwangmatige patronen. Als je bijvoorbeeld vaker en langer bezig bent met social media en al een paar keer zonder succes hebt proberen te stoppen, duidt dat op een verslaving.” De volledige lijst van kenmerken staat onderaan het artikel.

In totaal zijn het tien kenmerken. Trubendorffer: „Als je twee of drie van de verschijnselen vertoont, dan spreken we van een licht probleem. Bij vier tot vijf is er sprake van een matig probleem en bij zes of meer hebben we te maken met een ernstig probleem.”

Groot probleem

Er wordt nog geen erkenning aan de verslaving gegeven middels bijvoorbeeld een vermelding in de DSM, de diagnosehandleiding voor psychologen. Dat is als je naar de cijfers kijkt raar, want social media-verslaving lijkt een groot probleem. Trubendorffer vertelt: „Er is een onderzoek geweest onder Amerikaanse jongeren. Daaruit blijkt dat de helft van de jongeren daar zich verslaafd voelt aan de smartphone, 77 procent minstens één keer per uur naar z’n telefoon kijkt en ze gemiddeld liefst vierenhalf uur per dag op hun smartphone zitten. Dat is, zelfs als je het vergelijkt met ‘verslavingen van vroeger’ als tv kijken, behoorlijk extreem.”

Ook Peggy-Sue Figueira van verslavingskliniek Peggy-Sue schrikt van de cijfers. „Dat zijn echt hele dikke cijfers als je kijkt naar hoeveel uur je vrij te besteden hebt in een dag. Je slaapt meestal acht uur per dag en werkt ook acht uur per dag. Dan houd je dus acht uur over voor vrije tijd. Daarvan gaat gewoon meer dan de helft aan social media. Dat is gewoon heel veel.”

Het probleem zal echter snel meer aandacht krijgen en grappig genoeg hebben we ook daar social media tot op zekere hoogte voor te danken. „Ik denk dat het uitwisselen van expertise tegenwoordig zo snel gaat door het internet”, aldus Trubendorffer. „We kunnen heel snel de koppen bij elkaar steken om het probleem op te lossen en heel snel de oplossing verspreiden. Social media zijn niet alleen maar slecht.”

De volledige lijst van verslavingskenmerken bij social media is als volgt:

1. Je bent vaker en langer bezig met social media dan dat je van plan was.

2. Je hebt een paar keer geprobeerd te stoppen, maar dat lukt niet.

3. Het kost je veel tijd, omdat je niet met social media kunt stoppen.

4. Je hebt als je niet bezig bent met social media een sterk verlangen om wel online te gaan.

5. Je schiet tekort op het gebied van werk, school en/of huishouden tekort, omdat je bezig bent met social media.

6. Ondanks dat het problemen met zich meebrengt op het rationele vlak, blijf je toch met het gebruik van social media doorgaan.

7. Je geeft hobby's, sociale activiteiten of werk op voor social media.

8. Je gaat door met social media, zelfs als je erdoor in gevaar komt.

9. Je gaat door met social media, ondanks dat je weet dat het lichamelijke of psychische problemen met zich mee kan brengen.

10. Je hebt steeds grotere hoeveelheden nodig om hetzelfde effect te krijgen. Bij social media kun je hierbij denken aan het vergaren van steeds sensationelere informatie of steeds verder gaan in je posts om likes te vergaren.

Foutje gezien? Mail ons, we zijn je dankbaar


Views

0

Lees verder na deze advertentieAdd Arrow

Goed idee? Terugkomdag voor beginnende chauffeurs

Een 2toDrive-rijles Foto: ANP

Foto van 'Sofie Smulders'

2 FEB 2018

In België moeten bestuurders die vanaf juli hun rijbewijs halen, verplicht na een half jaar opnieuw bij de rij-instructeur verschijnen. Zo’n terugkomdag is helemaal niet zo’n gek idee: het kan de veiligheid op de weg ten goede komen, maar het zelfvertrouwen van de beginnende chauffeur absoluut ook.

Beginnende bestuurders vormen de grootste risicogroep als het gaat om ongelukken. Om deze reden is de Belgische overheid bezig met het hervormen van de rijopleiding. Het terugkommoment is hier onderdeel van. Nieuwbakken bestuurders krijgen zes maanden na het behalen van hun rijbewijs de uitnodiging om een middag terug te komen.

Hoe de cursus eruit komt te zien is nog niet helemaal duidelijk, maar gedacht wordt aan een groepsgesprek en een rijcursus op afgesloten terrein. Dit zal de bestuurder naar verluidt ongeveer 100 euro kosten. Weigert de chauffeur na een half jaar terug te komen, dan hangt hem of haar een boete van 4.000 euro boven het hoofd. Is het een idee om zoiets ook in Nederland in te voeren?

Puntensysteem

„We doen in Nederland al veel voor de beginnende bestuurder”, vertelt Irene Heldens van het CBR. „Zo biedt het begeleid rijden voor veel jongeren van 17 al echt een uitkomst. En we hebben strenge eisen voor beginnende bestuurders: het toegestane alcoholpromillage is minder hoog, er zijn minpunten voor fout gedrag. We wijzen kandidaten erop dat het belangrijk is om je goed voor te bereiden op het examen, we denken dat dit de kilometers erna ten goede kan komen.”

Dat is Belinda van Drosthagen van rijschool Overtoom in Amsterdam met Heldens eens. „Als het bedoeld is voor de veiligheid op de weg, dat wordt al gecontroleerd met een puntensysteem. Maar een soort evaluatie vind ik wel een goed idee.” Van Drosthagen kent veel gevallen van mensen die nog niet zo lang hun rijbewijs hebben en de weg niet op durven. Iets waar volgens haar tijdens de opleiding meer aandacht aan besteed moet worden.

„Op het moment dat je dan alleen gaat rijden steekt de spanning de kop op. Dat kan door iets heel kleins veroorzaakt worden, bijvoorbeeld doordat de motor afslaat. Vervolgens komt daar vermijdingsgedrag bij kijken: ‘ik woon in de stad en heb ook geen parkeervergunning, mijn vriend rijdt graag’. Met een goede opleiding kun je al heel veel doen aan de zelfverzekerdheid van de bestuurder.”

Ze krijgen bij rijschool Overtoom veel telefoontjes van mensen die ergens anders een tiendaagse cursus hebben gevolgd. „Angst om te rijden wordt bij dit soort cursussen niet behandeld, dan krijg je dat mensen later gaan zeggen: ik voel me niet veilig achter het stuur.” Idris Ozaltun van opfris-rijles.nl beaamt dit. „Laat ik het zo zeggen: dat wij opfrislessen aanbieden, geeft al aan dat de behoefte er is. Veel rijlessen in Nederland worden examengericht gegeven. Er zijn heel veel onderdelen die je heel snel doorloopt, zo wordt het meer een soort productiewerk van de instructeurs.”

Verplichte bijscholing

Ozaltun is dan ook een groot voorstander van de terugkomdag die ze in België willen invoeren. „Niet met het idee dat je je rijbewijs kan verliezen, maar meer als een verplichte bijscholing. Een half jaar na het examen is daarvoor het goede moment, want dan zit je er dicht genoeg op. Ik denk dan aan een opfriscursus van minstens 90 minuten, het liefst verdeeld over een aantal dagen.”

Van Drosthagen ziet ook wel wat in de terugkomdag: „Los van de consequentie, want dan komen er weer faalangst en spanning bij kijken en daar ga je niet fijner van rijden. Waar ik wel benieuwd naar ben, is hoe dat juridisch in elkaar zou steken. Doe je dat bij dezelfde rijschool als waar je gelest hebt, of is dat onafhankelijk?”

Drama op de snelweg

Eva de Jong* (23) is zo iemand die het autorijden vermijdt. „Op een landweggetje in Friesland bij mijn ouders is het prima hoor, maar zodra ik op een drukke (snel)weg rijd: drama. Dan begin ik te zweten, kan ik niet meer multitasken en word ik heel gestrest. Ik vergeet afslagen, waardoor ik nog meer in paniek raak.”

Of ze ooit over een opfriscursus autorijden heeft nagedacht? „Nee, maar het zou zeker geen gek idee zijn. Ik denk ook dat zo’n terugkomdag een goed idee is. Als je dat verplicht invoert, maakt dat jongeren ook bewust. Ik zou het niet insteken als een examen. Zeker mensen die al staatsexamen hebben gedaan, zullen er dan enorm tegen opzien. Wel als een bepaalde cursus, een verplichte. En de lengte ervan zou ik laten afhangen van hoe goed je het doet.”

* echte naam is gefingeerd en bekend bij de redactie


Views

4

Hoe voorkom je een celstraf in het buitenland?

Hoe voorkom je een celstraf in het buitenland?

Een aantal toeristen is in Cambodja opgepakt, omdat zij 'pornografisch gedanst' zouden hebben. / AFP

Foto van 'Imre Himmelbauer'

31 JAN 2018

Een jaar cel. In Cambodja. Dat klinkt als een nachtmerrie, maar het hangt een 22-jarige Nederlandse toerist in Cambodja wel boven het hoofd. De Nederlander was op vakantie in het Aziatische land en zou daar ‘pornografisch gedanst’ hebben. En pornografie is strafbaar in Cambodja. Maar zowel de situatie als de straf zelf zijn volgens kenners te voorkomen.

In eerste instantie moet je je niet onsterfelijk voelen, vertelt Dr. John Kleinen, als Aziëkenner verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. „Buitenlanders worden niet zo makkelijk aangehouden als ze op de brommer zitten en een verkeersovertreding maken. Dan denkt zo’n agent dat een dergelijke toerist contact heeft met de ambassade en daar brandt hij zich liever niet aan. Dan melkt hij liever de lokale bevolking uit. Maar soms gedragen buitenlanders zich echt te slecht, zeker als ze wat gedronken hebben. Ik heb ook in Hanoi weleens een buitenlander gecorrigeerd, omdat het echt absurd was wat hij deed.”

Mr. Willem Jan Ausma van Ausma De Jong Advocaten ziet het geval van de toerist in Cambodja ook als bewijs dat een goede voorbereiding nooit mis is. „In dit land kan het zijn dat iets wat wij niet zo erg vinden je heel erg zwaar wordt aangerekend. We hebben eerder ook een Nederlandse toerist in Myanmar gezien die zich ergerde aan het geluid van een gebed en de stekker uit de speaker trok. Die is veroordeeld tot drie maanden celstraf voor heiligschennis. Die werd zo’n beetje gelyncht in het hotel. Mensen voelen zich dan zo aangetast in hun geloof en rituelen. Die dingen moet je gewoon niet doen.”

Opgepakt

Die informatie is voor de bovenstaande toerist echter mosterd na de maaltijd, want de Nederlander is al opgepakt. Maar ook na de arrestatie hoef je als toerist niet te vrezen dat je lot al vastligt. Ausma: „Als Nederlander zou je op zoek kunnen gaan naar een advocaat daar en daarmee in overleg kunnen treden. Meestal weten die de juiste weg wel te bewandelen. Je kunt bijvoorbeeld op borgtocht vrij komen of laten regelen dat er een boete betaald moet worden.”

Daarbij helpt onder meer het ministerie van Buitenlandse Zaken. „In principe wordt de Nederlandse ambassade eerst via de lokale autoriteiten op de hoogte gesteld”, vertelt een woordvoerder van het ministerie. „Daarna kan de opgepakte aangeven of hij behoefte heeft aan consulaire hulp. Sommigen zeggen ja en sommigen nee, maar de ervaring leert dat de meeste mensen dat wel willen. Wanneer dat het geval is, word je bezocht door de ambassade en kunnen we helpen met het zoeken naar een advocaat als dat niet zelf lukt. Ook kunnen we ervoor zorgen dat er een contactpersoon in Nederland komt en zit er een kleine financiële toelage van 30 euro aan vast.”

Maar ook de macht van Buitenlandse Zaken is begrensd. „Dat pakket consulaire bijstand is redelijk uitgebreid. Maar we kunnen ons nooit met de rechtsgang bemoeien, net zoals wij het niet leuk zouden vinden als een ander land zich met onze rechtsgang zou gaan bemoeien.”

Sisser

Over de specifieke zaak van de ‘pornodanser’ bestaat volgens de woordvoerder van BuZa nog onduidelijkheid. „Wij hebben nog geen officiële bevestiging van de Cambodjaanse autoriteiten gekregen dat er een Nederlander is opgepakt. Maar we willen wel kunnen blijven handelen. Dus we hebben, omdat wij geen ambassade in Cambodja hebben, aan de Britten gevraagd om de betrokkene te bezoeken. Daarna horen wij van hen hoe dat bezoek is verlopen en of betrokkene consulaire bijstand wil. Dat communiceren wij vervolgens met de contactpersoon.”

Men rekent echter op een goede afloop. Kleinen: „Het kan voor de lokale politiechef een makkelijke manier zijn om zijn zakken te vullen. Cambodja is door en door corrupt. Bij drugs moeten ze echt tot strafrecht overgaan en kun je zelfs de doodstraf krijgen. Maar dit kost die jongelui alleen hun vakantie en een boete.”

Ausma vult aan: „Ik denk dat het vooral een statement is. Sommige landen zijn wars van dit soort voorvallen, dus men zendt hiermee de boodschap: ‘Dit zijn onze regels en daar heb je je aan te houden.’ Dus het is even spierballen tonen en uiteindelijk zal het wel met een sisser aflopen.”


Views

1