Het gesprek

Likeability of 5

Camera videoWie bepaalt waar noodhulp naartoe gaat?

Hulpverleners van het Rode Kruis op Sint-Maarten. Foto: ANP

Foto van 'Sofie Smulders'

14 SEP 2017

De noodhulp op Sint-Maarten is hard nodig. Het Rode Kruis is een inzamelingsactie gestart en er wordt gul gegeven. Op het moment - wanneer eigenlijk niet - voltrekken zich op andere plekken in de wereld echter eveneens rampen waarvan de slachtoffers de hulp keihard nodig hebben. Wie bepaalt waar de noodhulp naartoe gaat? Vijf vragen over de werkwijze van het Rode Kruis.

Wat zijn jullie overwegingen om een ramp in de schijnwerpers te zetten?

„In het geval van noodsituaties kijken we of wij als het Rode Kruis een verschil kunnen maken. Bij Sint-Maarten was die afweging direct duidelijk”, vertelt Merlijn Stoffels van het Rode Kruis. Hij legt uit dat er een tweedeling in rampen bestaat. „Ten eerste heb je de stroom rampen waarvoor je ziet dat er relatief veel media-aandacht is, zoals nu het geval is met Sint-Maarten. De andere stroom bevat de stille rampen. Kijk bijvoorbeeld naar wat er gebeurt in Zuid-Azië. Op een gegeven moment moeten we zeggen: dit is een vergeten groep. We vinden dat we als Rode Kruis ook tegen de stroom in moeten gaan en proberen dat zo goed mogelijk te doen.”

Welke rol spelen de media hierin?

Media-aandacht speelt logischerwijs een grote rol in het bewustzijn van mensen over crisissituaties in de wereld. Het is begrijpelijk dat je eerder de portemonnee trekt voor de slachtoffers van een ramp die het nieuws beheerst, dan voor mensen in een noodsituatie waar je eigenlijk weinig vanaf weet. Dit laatste is bijvoorbeeld het geval voor de cholera-epidemie in Jemen. Het heeft lang, te lang, geduurd voordat er echt aandacht kwam voor deze ramp. Het was geen toeval dat de media nagenoeg tegelijkertijd meerdere malen schreven over de schrijnende situatie aldaar en dat de Samenwerkende Hulporganisaties giro 555 openstelden voor dit doel. Treurig genoeg zijn er nog talloze mensen op andere plekken in de wereld die hulp keihard nodig hebben.

Het Rode Kruis ziet het als hun taak de media te wijzen op dit soort stille rampen en daar met hen over in gesprek te gaan. „Wat wij ook doen is zelf afreizen naar gebieden als we merken dat de media daar moeilijk toegang krijgen”, vertelt Stoffels. Het is voor veel mensen nu eenmaal van belang om letterlijk een beeld te hebben van een ramp en de slachtoffers ervan. „Wij proberen die beelden naar buiten te brengen. Als je op tv mensen ziet die lijden, dan kun je je beter met hen identificeren en ga je eerder over tot actie.”

Moeten rampen 'vechten' om aandacht?

Het Rode Kruis trok in augustus aan de bel omdat er te weinig geld binnenkwam voor de slachtoffers van de overstromingen in Zuid-Azië. Daar speelde het probleem van lastige toegangswegen voor het journaille zeker een rol, maar tegelijkertijd gooide orkaan Harvey roet in het eten. Niet lang daarna was het Irma die alle aandacht opeiste. „Dat is heel ingewikkeld”, legt Stoffels uit. „Er voltrekken zich nu zoveel rampen tegelijkertijd en we proberen ons op de allergrootste te focussen.”

Dat is op dat moment de ravage op Sint-Maarten. Dat betekent echter niet dat de noodhulp aan Zuid-Azië niet meer aan de orde is, het gironummer voor hulp aan de mensen daar staat nog steeds open, zegt Stoffels. „En we zijn nu ook aan het nadenken hoe we na deze ramp aandacht kunnen krijgen voor de Rohingya.” Deze mensen vluchtten voor het geweld in hun thuisland Myanmar en vertrokken naar Bangladesh. De terugkeer van de Rohingya-moslims wordt echter nagenoeg onmogelijk gemaakt door veiligheidstroepen uit Myanmar die meerdere van hun dorpen in brand hebben gestoken, zo claimen mensenrechtenorganisaties. De overheid spreekt dit tegen.

Waar halen jullie naast donaties het geld vandaan?

Naast de donaties hebben organisaties als het Rode Kruis ook andere financieringsbronnen. „We kunnen aan de slag met het potje dat we krijgen van het ministerie van Buitenlandse Zaken, net als bijdragen van grote bedrijven als Philips, Campina en KLM.” Iets wat ook ontzettend belangrijk is, maar misschien nog wel moeilijk om onder de aandacht te brengen, is de rampenvoorbereiding. Dit is waar het Rode Kruis het Prinses Margriet Fonds voor heeft opgericht. „We willen mensen verleiden om te doneren voordat een ramp plaatsvindt, noodhulp achteraf is immers een stuk duurder. Wij vinden dat iets heel relevants om in te investeren. Prinses Margriet is onze beschermvrouwe. Ook André Kuipers, Eric Corton en Chris Zegers proberen voor dit doel geld op te halen, bijvoorbeeld door middel van crowdfunding.”

Bepaalt het Rode Kruis dan wie onze aandacht krijgt?

Stoffels beaamt de impact die het Rode Kruis heeft op onze beeldvorming. „Je hebt natuurlijk zeker wel invloed. Dat is logisch, omdat wij hier de grootste noodhulporganisatie zijn. Ik denk dat het verschil tussen ons en andere organisaties is dat wij altijd overal zijn, we zitten in de haarvaten van alles. Daarom hebben wij een goed beeld waar de crises zich afspelen.”

Een voorbeeld daarvan is Serious Request, de samenwerking van het Rode Kruis met 3FM waarmee elk jaar aandacht wordt gevraagd voor een stille ramp. „Dit jaar ligt de focus op vermiste personen, mensen die op zoek zijn naar hun familieleden. Wij helpen hen het contact te herstellen. Een heel actueel thema nu zoveel mensen op de vlucht zijn voor de oorlog”, vertelt Stoffels.

BEKIJK OOK


like
user_13c284b5b222150c1980947013dbddec0b813afd_avatar

Views

84

Waarom PRIMA een effectief anti-pestprogramma is

Waarom PRIMA een effectief anti-pestprogramma is

Tijdens de lessenserie bekijkt de docent met de leerlingen verschillende situaties Foto: Colourbox

Foto van 'Sofie Smulders'

24 MEI 2018

Pesten wordt op veel Nederlandse basisscholen aangepakt met speciale anti-pestprogramma’s, maar uit gezamenlijk onderzoek van vijf universiteiten en het Trimbos Instituut blijkt dat veel van die methodes amper effect hebben. Vier programma’s werken wel, Metro licht er een uit: PRIMA.

„Het belangrijkst bij PRIMA is dat er voor de interventie samen wordt gewerkt. Van verschillende kanten wordt het pesten aangepakt. Dus niet alleen voor het kind en de school, maar ook voor de ouders”, vertelt Patricia Bolwerk van Stop Pesten Nu. „Wat hier ook heel goed werkt, is dat de sancties van tevoren voor iedereen helder zijn. Ik denk dat daarin een groot verschil zit ten opzichte van andere interventies.”

Rollen

Saskia Kloet van VeiligheidNL vindt net als Bolwerk dat het de brede aanpak is die PRIMA zo effectief maakt. “We bieden verschillende modules aan, die apart gebruikt kunnen worden, maar samen het best uitpakken”, vertelt Kloet. „De eerste is een e-learningmethode voor docenten. Hierin krijgen ze achtergrondinformatie over pesten. Bijvoorbeeld over de rollen die kinderen kunnen hebben: pester, gepeste, omstander, meeloper, en hoe deze zich tot elkaar verhouden. Hoe docenten een goed rolmodel kunnen zijn, hoe ze pesten kunnen signaleren en hoe ze kunnen ingrijpen.”

Daarnaast is er een lessenserie, bestaande uit compleet uitgewerkte lessen, die docenten in hun klas geven, vertelt Kloet. „In de klas gaan docent en leerlingen aan de slag met situaties die uitgewerkt zijn aan de hand van drie pijlers: het groepsproces, weerbaarheidsstrategie en sociale vaardigheden.”

Pestmeter

De PRIMA pestmeter is een andere belangrijke component. Kloet: „Meten werkt, dat komt duidelijk uit onderzoek naar voren. De pestmeter is een digitale vragenlijst voor de leerlingen. Deze is omgevormd tot een interactieve WhatsApp. Hierin worden vragen gesteld over het klassenklimaat, de sociale status, welke klasgenoten leerlingen aardig vinden of juist niet en of iemand zich een gepeste voelt of misschien juist een pester.” Voor de docent van de betreffende klas rolt er een rapportage uit, die ook weer besproken kunnen worden in de lessenserie. Kloet: „Wij raden dat sterk aan. Zo kun je bijvoorbeeld filmpjes laten zien die aansluiten op situaties die ook in de klas voorkomen.”

Ook ouders worden betrokken in de anti-pestmethode van PRIMA. Zo zijn er draaiboeken voor berichten in de nieuwsbrief naar ouders en voor het organiseren van ouderavonden.

Gedegen onderzoek

Kloet is van mening dat scholen goed onderzoek moeten doen als ze besluiten een anti-pestprogramma te implementeren. „Niet zomaar iets aanschaffen, maar goed overleggen wat past bij de school. Ook belangrijk: de motivatie van leerkrachten. Is die er niet, dan komt het ook niet goed over en kun je het beter niet doen. Wij vinden daarnaast dat het verplichten van een anti-pestprogramma niet werkt, iets dat ook terug kwam uit het onderzoek. En op scholen waar pesten niet of nauwelijks voorkomt, is het dan ook niet nodig of gebruik je alleen een module waarmee je de boel monitort.” Niet alle methodes passen bij alle scholen en daarom is het ook zo fijn dat er verschillende opties zijn, vindt Kloet: „Ons gezamenlijke doel is immers om pesten terug te dringen.”

BEKIJK OOK


Views

1k+

5 vragen over de nieuwe Privacywet. / ANP

5 vragen over de nieuwe Privacywet

Een stockproductie van de nieuwe privacywet, de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) of General Data Protection Regulation (GDPR). Vanaf 25 mei gaan privacywaakhonden als de Nederlandse Autoriteit Persoonsgegevens (AP) streng controleren of bedrijven en organisaties wel aan de wet voldoen. / ANP

Foto van 'Sarah Sitanala'

22 MEI 2018

Over enkele dagen zal er in de gehele Europese Unie een nieuwe privacywet in werking treden. De bedoeling van deze algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is dat het de burgers van de EU een betere bescherming kan bieden tegen inbreuk op hun privacy.

Maar wat de wet precies voor gevolgen gaat hebben is voor de meeste mensen vooralsnog onduidelijk. Daarom besloot Metro om opheldering te vragen aan David Janssen, analist online veiligheid bij de VPN-gids, en Güven Erkaslan, jurist privacyrecht. Zij proberen aan de hand van vijf vragen duidelijkheid te verschaffen.

1. Wat is de AVG precies?

De Algemene Verordening Gegevensbescherming, ook wel AVG genoemd, is de nieuwe Europese privacywetgeving, die gaat gelden voor alle 27 lidstaten van de Europese Unie. Deze regels treden in werking op 25 mei 2018, en de lidstaten zijn dus vanaf dan de hoofdverantwoordelijke voor het toezicht op deze regels. De al bestaande privacywetgeving in de verschillende lidstaten komen dus te vervallen. In Nederland gaat het dan om de Wet Bescherming persoonsgegevens.

2. Waarom wordt de AVG in het leven geroepen?

De maatschappij verandert voortdurend, technologie blijft zich ontwikkelen en de samenleving speelt zich steeds meer online af. Om de burger tegen deze ontwikkelingen te kunnen blijven beschermen is nieuwe wetgeving nodig.

„Daar komt bij dat de mogelijkheden die vandaag de dag nog tot onze beschikking staan, afstammen van privacywetgeving uit de jaren 90. Deze regelgeving is inmiddels flink verouderd en aan vervanging toe”, aldus Erkaslan. Het doel van de AVG is de rechten van Europese burgers beter te beschermen.

3. Wat betekent de AVG voor ondernemingen en organisaties?

De AVG is van toepassing op overheidsinstellingen, eenmanszaken, multinationals, MKB en goede doelen. De verordening zal verstrekkende gevolgen hebben voor de inbedding van gegevensbescherming binnen deze ondernemingen en organisaties.

Het betekent concreet dat ondernemingen en organisaties een administratie de verwerking van alle persoonsgegevens moeten gaan bijhouden. Het moet duidelijk zijn welke persoonsgegevens waar worden gebruikt, voor welke doeleinden, en hoelang ze worden bewaard. Janssen: „dit vraagt dus om een doordachte visie op de bescherming van persoonsgegevens door de verantwoordelijke ondernemingen.”

Ook moet er rekening worden gehouden met datalekken. Organisaties moeten een specifiek beleid opstellen waarin wordt bekeken hoe er met een eventueel datalek wordt omgegaan. Er moet onder andere worden vastgelegd wie intern verantwoordelijk is voor het oplossen van het datalek.

Indien ondernemingen en organisaties de bepalingen van de AVG schenden, zullen zij hoge boetes opgelegd krijgen.

4. Wat betekent de AVG voor consumenten?

De komst van de AVG moet het voor consumenten inzichtelijk maken wat er precies met zijn persoonsgegevens gebeurt. „Organisaties kunnen persoonsgegevens niet langer voor allerlei doeleinden gebruiken, maar zijn gebonden aan een specifiek doel waarvoor de gegevens zijn verkregen. Ze mogen niet langer zomaar worden verstrekt aan derde partijen”, zegt Erkaslan.

5. Wat zijn de eventuele voor en nadelen van de wet voor de consument?

In de praktijk zullen consumenten vooral voordelen ondervinden aan de komst van de AVG. „Al zullen veel veranderingen niet direct concreet merkbaar zijn. Het is voornamelijk een administratieve last voor de ondernemingen. Achter de schermen moeten bedrijven namelijk veel intensievere inspanningen leveren om jouw privacy te beschermen. Daarnaast is de naleving vele malen strikter dan voorheen”, aldus Janssen.

Zoals hierboven omschreven, wordt het voor de consument duidelijk welke gegevens van hem of haar gebruikt worden en voor welke doeleinden. Als gevolg hiervan kunnen consumenten ondernemingen vragen om inzage, herziening, en verwijdering van hun persoonsgegevens.

Daarnaast wordt 'dataportabiliteit' eenvoudiger. Erkaslan: „als je bijvoorbeeld klant bent bij KPN, kan je KPN vragen om jouw gegevens aan te leveren zodat een gemakkelijke overstap naar een andere provider mogelijk is.”

In geval van een ernstige datalek moet je als consument direct geïnformeerd worden over het bestaan ervan, de omvang, en de stappen die genomen kunnen worden om de gevolgen weg te nemen of te beperken.

Tot slot moet voortaan in één opslag duidelijk zijn hoe er op iedere website wordt omgegaan met jouw persoonsgegevens. Hierbij is ook verplicht dat duidelijk staat aangegeven wat je rechten zijn.

Nadelen van de verordening zijn vooral voelbaar bij bedrijven. Toch kunnen de bepalingen indirect nadelen met zich meebrengen voor de consument.

„Het gaat dan om het mogelijk duurder worden van producten en diensten waar de consument gebruikt van maakt. Dit vanwege het naleven van de verplichtingen die voortvloeien uit de verordening, en de kosten die dat met zich meebrengt voor ondernemingen”, zegt Erkaslan. Deze kosten kunnen worden doorberekend aan de consument.

BEKIJK OOK


Views

1k+

Ben jij net zo grappig als de vier Gabbers?

Win! Ben jij net zo grappig als de vier Gabbers?

De vier Gabbers met vlnr Ali B, Najib Amhali, Martijn Koning en Roué Verveer. / Vincent van Dordrecht

In samenwerking met Gabbers

24 MEI 2018

We dagen je uit: probeer net zo grappig te zijn als Gabbers. Of grappiger!

Roué Verveer, Martijn Koning, Najib Amhali en Ali B zullen op 29 en 30 juni de ene na de andere grap de Ziggo Dome in slingeren. Zij doen dat in een nieuwe formatie tijdens de derde Gabbereditie. Koop je kaarten met 20 euro korting via Metro.

koop gabber tickets

Maar… zijn Metrolezers misschien wel net zo grappig of zelfs grappiger dan deze vier comedians? Wij twijfelen daar uiteraard niet aan, maar we dagen de lezer wel uit. Vorige week kondigden we het in een interview met het kwartet heren al aan: er komt een wedstrijd ‘Ben jij net zo grappig als Gabbers?’

Stel, Gabbers voor je neus

„Geef de lezers een opdracht mee, dat werkt het beste. Donald Trump bijvoorbeeld”, zegt Martijn Koning. En met een lach: „Of Gabbers zelf natuurlijk. Pak ons maar hard aan.” De opdracht daarom deze keer: stel, de vier Gabbers staan voor je neus. Welke grap óver hen (of over een van de vier) zou je vertellen?

Inzenders van een onvervalste Gabbersgrap maken kans op 5x2 vrijkaarten voor een van de Ziggo Dome-shows. Maar, misschien nog wel belangrijker, bij plaatsing van je grap in Metro of op Metronieuws.nl verdien je uiteraard eeuwige roem!

Meedoen? Mail dan je grap naar marketing@metronieuws.nl.

Kaarten met korting

Metrolezers kunnen naast de prijsvraag profiteren van een speciale kortingsactie van deze krant en Gabbers. Kaarten voor de shows op 29 en 30 juni in Ziggo Dome bestel je via www.gabbers.nl. Metrolezers krijgen 20 euro korting voor elke rang! Dit door de vouchercode metro (met kleine letters) in te voeren.

koop gabber tickets

Lucky hour

Elke Gabber-donderdag wordt tussen 12.00 en 13.00 uur bovendien het Gabbers Lucky Hour gehouden. Wie vandaag tijdens dat uur kaarten met de metrocode bestelt, maakt kans op een gratis fastlane bij Ziggo Dome.

BEKIJK OOK


Views

2k+

Gespreid examen doen: een voordeel of juist niet? / ANP

Gespreid examen doen: een voordeel of juist niet?

De eindexamens zijn weer begonnen. / ANP

Foto van 'Sarah Sitanala'

15 MEI 2018

De eindexamens zijn maandag weer van start gegaan. Ook dit jaar zullen duizenden middelbare scholieren hun hersens laten kraken bij het zien van ingewikkelde wiskundige vraagstukken, het uitpluizen van Franse teksten, en het achterhalen van de juiste scheikundige formule. Maar wat als het niet nodig zou zijn al deze examens in dezelfde week te proppen?

De VO-raad, de vereniging voor middelbare scholen, bracht gister een verklaring naar buiten waarin zij pleit voor gespreide toetsmomenten gedurende het schooljaar, in plaats van één bomvol centraal-examen.

Flexibeler

Volgens de raad zou de indeling van examens een stuk flexibeler kunnen om op die manier de druk voor de scholieren iets te verlichten. Daarnaast brengt het met zich mee dat de leerlingen per examen meer tijd hebben, en hun tijd beter kunnen indelen. Maar wat denken ze zelf van deze gespreide toetsmomenten?

De 18-jarige Lynn van Breda doet dit jaar voor de tweede keer eindexamen havo. Op het programma staan Kunstgeschiedenis en Duits. Ze geeft aan dat ze er vertrouwen in heeft, maar dat ze tegelijkertijd wel druk voelt, omdat het haar vorig jaar niet is gelukt.

De spreiding van de examens lijkt Van Breda juist moeilijker. „Ik denk dat dat lastiger zou zijn aangezien je eigenlijk het hele jaar naar de centrale examens toewerkt. Als de examens op verschillende momenten in het jaar plaatsvinden, dan is het ook meerdere keren heel spannend, en ben je als ze vroeg in het jaar plaatsvinden misschien minder voorbereid.”

Minder serieus

Ook de 19-jarige Raquel van Heuvelen twijfelt aan het pleidooi van de VO-raad. Van Heuvelen startte op het vwo, waarna ze afzakte naar het vmbo-t, waar ze vorig jaar examen voor deed. Dit jaar begint ze aan haar havo-examen voor de vakken aardrijkskunde, Engels en maatschappijleer.

„Aan de ene kant denk ik dat het verspreiden van de examens heel chill zou zijn, omdat je soms gewoon minder lekker in je vel zit. Als tiener kan ieder klein probleempje soms aanvoelen alsof je dood gaat. In die zin is het dus wel fijner dat je niet alle stress in één keer hoeft te doorstaan.”

„Maar aan de andere kant”, vervolgt Van Heuvelen, „merk ik dat omdat ik nu maar drie examens heb, ik er veel minder serieus mee omga. Alles in één keer doen brengt dan wel meer stress met zich mee, maar je ziet het wel als een belangrijk ding aan het einde van het jaar.”

Stress

Ondanks het feit dat Van Breda en Van Heuvelen beiden dus niet erg enthousiast worden van het afleggen van meerdere examens per jaar, erkennen ze allebei dat de druk en stress aan het eind van het jaar toch zeker wel aanwezig zijn.

Van Breda draagt een andere oplossing aan voor de verlichting van deze druk: „wat wel zou kunnen helpen is als de centrale-examens minder zwaar meetellen.” Misschien iets voor de VO-raad om over na te denken.

BEKIJK OOK


Views

1k+

Kind van gescheiden ouders: ‘Ik wilde hem niet zien'
Likeability of 5

Kind van gescheiden ouders: ‘Ik wilde hem niet zien'

Yannick (26) vertelt over de scheiding van zijn ouders. Foto: Yannick La Gordt Dillié

Foto van 'Rosan de Vos'

1 MEI 2018

„Ik was 18 toen mijn ouders gingen scheiden. Mijn vader bleek een affaire te hebben, voor mijn moeder was dat een breuk in het vertrouwen. Ik weet het nog als de dag van gisteren, woedend was ik”, vertelt Yannick La Gordt Dillié (26) aan Metro. „Het vertrouwen in mijn vader was ik kwijt, ik wilde hem een hele tijd niet zien.”

Per jaar maken duizenden kinderen in Nederland een scheiding mee. In 2016 ging dit om maar liefst 53.000 kinderen. Momenteel woont dertig procent van de vijftienjarige kinderen niet meer bij beide ouders, terwijl dit eind jaren ’90 nog om twintig procent ging, blijkt uit cijfers van het CBS. Dit terwijl een scheiding een enorme impact heeft op de kinderen. „Als je als ouders de handtekening onder de scheidingsconvenant zet, is het lot van de kinderen ook meteen bezegeld”, vertelt gezinscoach en mediator Gideon de Haan tegen Metro.

Hoe de scheiding ook in zijn werk gaat, voor kinderen is het altijd lastig. „Als kind wil je geen partij kiezen”, vertelt de Haan. „Je wil allebei je ouders blijven houden en het met allebei de ouders leuk hebben.” Maar midden in een scheiding kan het er nogal onvriendelijk aan toegaan. „Dat doet de kinderen pijn. Mensen denken vaak dat kinderen heel veerkrachtig zijn en dat ze er vrij snel weer bovenop komen, maar kinderen worden zomaar tot deze situatie gedwongen.”

Pijnlijke momenten

„Ik had jarenlange herinneringen aan ons hechte gezin”, vervolgt Yannick. „Dat maakte het extra pijnlijk voor me. Niet meer samen naar verjaardagen, toffe dingen doen, aan de eettafel zitten. Wat mensen vaak vergeten is dat het pijnlijkste niet de scheiding zelf is, maar vaak wat er daarna gebeurt.”

„Duidelijke afspraken en je daaraan houden is het belangrijkst”, vertelt de Haan. „De belangen en wensen van de kinderen horen centraal staan. Je moet zorgen dat er voor kinderen weinig verandert. Eigenlijk moeten ze op dezelfde school blijven, dezelfde sport blijven beoefenen en dezelfde vrienden houden. En vooral: als ouder moet je niets beloven wat je niet waar kunt maken.”

Je vader als vader zien

„Ik merkte dat ik hulp moest zoeken om de scheiding te verwerken”, vertelt Yannick verder. „Dat lukte al door voetbal en doordat ik mijn gevoel opschreef.” Hij schreef blogs voor Villa Pinedo, de plek voor kinderen van gescheiden ouders. Ook ging hij in gesprek met een psychologe. „Ik leerde mijn vader niet meer te beoordelen als partner van mijn moeder, maar als vader.”

Yannick: „Ik heb nu een betere band met mijn vader dan ooit tevoren. Ik zie hem soms drie of vier weken niet, maar zodra we elkaar zien, is het altijd goed. Dan kijken we elkaar nog weleens aan en zie ik dat hij hetzelfde denkt als ik: wat ben ik blij dat we nu zo goed met elkaar omgaan.”

BEKIJK OOK


like
user_4f74404226a1ac0aaf314fe86cdf6166fc98419b_avatar

Views

300+

‘Je gaat ook naar seksshops voor een stukje advies’

‘Je gaat ook naar seksshops voor een stukje advies’

Seksshops hebben volgens deze medewerkers niets te vrezen van de online winkels. / AFP

Foto van 'Imre Himmelbauer'

25 APR 2018

„We hebben allemaal nieuwe spullen binnengekregen, dus vandaag heb ik het erg druk.” Medewerker Rocco de Jager zit zoals wel vaker in zijn zwarte werkoverhemd de schappen van erotiekwinkel Miranda XXL in Utrecht te vullen. Hij herkent zich niet in het beeld dat seksshops als Miranda terrein verliezen aan online winkels. Volgens De Jager gaan de zaken nog altijd goed.

„Er komen hier veel mensen van allerlei groepen”, zegt de kale, gebrilde man tegen Metro. „Je ziet hier mensen van 18 en er komen ook senioren in de winkel. Hoewel ik wel moet zeggen dat het aantal jongeren steeds meer toeneemt.”

Welkom

Woensdag kwam de NOS met het bericht dat de handel van seksshops naar online winkels verhuist. De Jager denkt zelf dat dat wel meevalt: „Mensen komen hier ook voor een stukje advies. Als je iets online bestelt, heb je eigenlijk geen flauw idee hoe het er echt uitziet. Daarnaast is het als verkoper je taak om mensen op hun gemak te stellen, want je praat toch over een best wel intiem onderwerp. Soms komen hier heel verlegen mensen binnen, die moeten eerst even wennen en als verkoper moet je zorgen dat zij zich welkom voelen.”

Die verlegenheid snapt de 33-jarige klant Dianne (niet haar echte naam) wel. Zij is voor het eerst in de seksshop: „Straks kom je nog een bekende tegen. Maar nu ik eenmaal binnen ben geweest, voel ik wel minder schaamte. Mijn vriendinnen hebben me hiertoe aangezet, misschien ga ik een keertje met hen samen”, zegt ze vrolijk.

Jongeren

Volgens De Jager neemt de verlegenheid bij klanten wel af. Dat komt vooral doordat er steeds meer jongeren komen: „Soms komen er gewoon vriendengroepen van vier meiden of vier jongens naar de winkel. Die jongeren zijn vaak mondiger, weten precies wat ze willen. Ze komen hier natuurlijk vaak ook omdat ze nieuwsgierig zijn en om te lachen. Dat mag natuurlijk: lol is niet verboden en bij erotiek gaat het om plezier. Maar ze kopen ook vaak genoeg wat.”

‘Je gaat ook naar seksshops voor een stukje advies’

Sexshop De Dom. / Imre Himmelbauer

Rini Kersten is medewerker van Sexshop de Dom in Utrecht. Ook hij ziet de online winkels echt als een ander soort ervaring: „Mensen mogen de artikelen hier met onze hulp uit het cellofaan halen. Zo kun je voelen hoe groot iets is, hoe het vibreert, hoe luidruchtig het is, dat soort eigenschappen. Dat kan bij internet allemaal niet. En veel mensen willen ook gewoon niet dat het via de post komt, omdat ze met andere mensen wonen.”

Bovendien heeft Sexshop de Dom op bepaalde vlakken nog wat extra’s te bieden. „Wij zijn ten eerste een van de enige winkels in Utrecht die nog boekjes heeft. Daar komen best wat mensen speciaal voor. En wij hebben boven privéruimtes, daar kun je voor 12 euro een film uit de winkel bekijken. Daar vind je ook kranen en handdoeken om naderhand achter je op te ruimen. Mensen zijn daar over het algemeen heel netjes in.”

BEKIJK OOK


Views

400+

Likeability of 5

Jongeren vertonen extreem veel risicovol gedrag

Colourbox

Foto van 'Rosan de Vos'

24 APR 2018

Veel alcohol drinken, blowen, roekeloos rijden en onnodig veel geld uitgeven: een kwart van de jongeren tussen de 12 en 24 jaar neigt naar erg risicogedrag. Dat blijkt uit onderzoek dat TeamAlert heeft laten uitvoeren door MWM2. Een conclusie waar menig Nederlander even van achter zijn oren kan gaan krabben. Is 25 procent niet veel te veel?

Studentengedrag?

„Nee, want het gaat in dit geval echt om het overmatige gebruik”, laat Hannah Hamans, persvoorlichter van TeamAlert weten aan Metro. „We hebben het dan ook over alcohol drinken onder je achttiende of onder invloed in de auto stappen.” Risicogedrag omvat volgens Hamans ook het maken van onnodige schulden, appen in de auto, spijbelen, opzettelijk de wet overtreden, vechten, stelen, wiet roken of joyriden. Ookwel gedrag dat tot eventueel ongezonde, onveilige of ongelukkige keuzes kan leiden.

Toch is het een feit dat als een kwart van de jongeren zich hiermee bezighoudt, we het over een flink aantal mensen hebben. „Maar het hadden ook meer jongeren kunnen zijn”, aldus Hamans. „Ik denk dat het juist betekent dat we grip kunnen krijgen op deze groep en het zouden kunnen verminderen.”

Statuszoeker

Teamalert heeft zes verschillende ‘typen’ jongeren onderscheiden: de bedachtzame denker, het gewoontedier, de zelfverzekerde ondernemer, de extraverte statuszoeker, de nuchtere planner en de eigenzinnige avonturier. Van deze zes types jongeren zijn er twee zeer geneigd naar het nemen van grote risico’s: de extraverte statuszoeker (17%) en de eigenzinnige avonturier (8%). De extraverte statuszoekers houden van aandacht, zijn statusgericht, durven veel en vinden vrijheid belangrijk. Ook hebben hun ouders minder invloed op hen. De eigenzinnige avonturiers herkennen gevaren slecht, zijn impulsief, hebben veel behoefte aan avontuur en leggen bevelen van hun ouders naast zich neer.

Extremiteit

„Dat jongeren zich van hun ouders afzetten, is juist heel normaal”, zegt opvoeddeskundige en puberexpert Marina van der Wal. „Dat is juist gezond en hoort bij de puberteit”. Volgens van der Wal is het vertonen van risicovol gedrag helemaal niet nieuw. „Je mag je best afvragen of jongeren bepaalde acties daadwerkelijk risicovol vinden. Er zijn nu ook zat veertigers die recreatief drugs gebruiken, waardoor jongeren daar anders over denken”. De grens van ‘dat doe je niet’, is dus vervaagd. „Zo denken ze: een pil niet onderzoeken is risicovol gedrag, maar die pil gebruiken niet.”

Volgens van der Wal ligt het nemen van risico’s onder jongeren voornamelijk aan de opvoeding. „Jongeren moeten al voor hun pubertijd voorbereid worden op het ‘grote mensen leven’ en daarbij leren wat het effect is van bepaalde daden. Als ouders voor de puberteit altijd héél veel voor hun kinderen doen, waarbij kinderen afhankelijker zijn en minder snel zelf denken, hebben jongeren korter de tijd om te experimenteren of risico’s te nemen. Dus als deze leeftijdsgroep al vanaf jongs af aan te weinig grenzen gesteld krijgen, is het logisch dat ze dat gedrag op zoeken.”

BEKIJK OOK


like
user_2907a435c169588b5ee9632bad423f086d733f39_avatar

Views

400+