Het gesprek

Politie Amsterdam wil praten over toestaan hoofddoek
Likeability of 5

Politie Amsterdam wil praten over toestaan hoofddoek

Foto: ANP.

Foto van 'Ingelise de Vries'

19 MEI 2017

Amsterdam is aan het kijken of hoofddoekjes toegestaan kunnen worden onder agenten. Van de Amsterdamse bevolking heeft 52 procent een niet-Nederlandse achtergrond. Bij de politie is dat slechts 18 procent. „Stel dat het niet lukt om voldoende agenten met een migratieachtergrond te werven, dan is dat een maatregel die effect kan hebben”, verklaart politiechef Pieter-Jaap Aalbersberg tegenover AD.

Het is nog geen keiharde ja of nee, de chef laat weten dat erover gepraat wordt. Het politiekorps hoopt hiermee meer allochtone agenten te werven. De chef wil dat de helft van de nieuwe agenten van allochtone afkomst is, omdat de samenstelling van Amsterdam verandert. „Ik vind dat het een onderwerp van debat moet zijn.” Die beslissing moet volgens hem niet alleen door het korps gemaakt worden, burgers moeten daarbij worden betrokken.

Gedragscode

Sinds 2011 is er een gedragscode bij de politie die stelt dat religieuze geloofsuitingen niet stroken met de neutraliteit van de politie. Een hoofddoekje is daarvan een voorbeeld, maar ook het dragen van een kruisje of een keppeltje is niet toegestaan. In Frankrijk is dat ook zo, al gaan ze daar nog een stapje verder. Daar zijn alle religieuze uitingen uit het publieke domein gehaald. Als ambtenaar mag je dus nooit een kruisje, keppeltje of hoofddoek dragen. Dat geldt voor de rechter, maar ook voor de schoonmaker van de rechtbank. In Engeland en New York is het juist andersom: daar heeft de politie zelfs een bijpassende hoofddoek voor agenten.

De Amsterdamse politiek werd donderdag overvallen door het nieuws, en is verdeeld. „We maken ons zorgen en we zijn hierdoor een beetje overvallen", zegt VVD-fractievoorzitter Marja Ruigrok tegen Het Parool. „We hebben de scheiding tussen kerk en staat, die afspraak geldt in het hele land. Ik zie niet in waarom we daar hier van af moeten wijken." GroenLinks is genuanceerder, en geeft aan dat het gek is dat gemeenteambtenaren wel een hoofddoek mogen dragen en agenten niet.

Verschillend beleid

In 2012 promoveerde Hana van Ooijen op onder andere dit onderwerp. Ze onderzocht in hoeverre staatsneutraliteit en religieuze symbolen dragen met elkaar samengaan. Tegen de website Binnenlands Bestuur zei ze destijds in een interview: „[Staatsneutraliteit] betekent in de kern dat de staat neutraal moet handelen, maar beide soorten beleid zijn mogelijk: uniform of pluriform.”

„Wij hebben geen uniforme opvatting over de staat. In verschillende functies kun je verschillend beleid voeren. Een agent achter een bureau is anders dan een agent op straat. Uit de huidige gedragscode spreekt de zoektocht naar de juiste balans tussen het belang van religieuze vrijheid van de functionaris en de plicht om neutraal te zijn.” Ook kaart ze in het interview nog een ander punt aan: „Zo is het de vraag hoe er moet worden opgetreden tegen een agent die een baard laat staan uit religieuze overwegingen.”

Den Haag

Uiteindelijk gaat het in Amsterdam dus vooral nog om het in gesprek gaan met elkaar over deze mogelijke beleidswijziging. Daarna is het waarschijnlijk niet aan de gemeente om te beslissen, maar aan Den Haag. Die moet uiteindelijk bepalen of er een aanpassing komt aan het politie-uniform.

LEES OOK


likedislike
user_dcacd241a517f45b7d3519574ef3f8bb174467f4_avataruser_ac51d01280c3803d2a78c5007c9299cca8fbb16e_avatar

Views

12

‘Je gaat ook naar seksshops voor een stukje advies’

‘Je gaat ook naar seksshops voor een stukje advies’

Seksshops hebben volgens deze medewerkers niets te vrezen van de online winkels. / AFP

Foto van 'Imre Himmelbauer'

GISTEREN

„We hebben allemaal nieuwe spullen binnengekregen, dus vandaag heb ik het erg druk.” Medewerker Rocco de Jager zit zoals wel vaker in zijn zwarte werkoverhemd de schappen van erotiekwinkel Miranda XXL in Utrecht te vullen. Hij herkent zich niet in het beeld dat seksshops als Miranda terrein verliezen aan online winkels. Volgens De Jager gaan de zaken nog altijd goed.

„Er komen hier veel mensen van allerlei groepen”, zegt de kale, gebrilde man tegen Metro. „Je ziet hier mensen van 18 en er komen ook senioren in de winkel. Hoewel ik wel moet zeggen dat het aantal jongeren steeds meer toeneemt.”

Welkom

Woensdag kwam de NOS met het bericht dat de handel van seksshops naar online winkels verhuist. De Jager denkt zelf dat dat wel meevalt: „Mensen komen hier ook voor een stukje advies. Als je iets online bestelt, heb je eigenlijk geen flauw idee hoe het er echt uitziet. Daarnaast is het als verkoper je taak om mensen op hun gemak te stellen, want je praat toch over een best wel intiem onderwerp. Soms komen hier heel verlegen mensen binnen, die moeten eerst even wennen en als verkoper moet je zorgen dat zij zich welkom voelen.”

Die verlegenheid snapt de 33-jarige klant Dianne (niet haar echte naam) wel. Zij is voor het eerst in de seksshop: „Straks kom je nog een bekende tegen. Maar nu ik eenmaal binnen ben geweest, voel ik wel minder schaamte. Mijn vriendinnen hebben me hiertoe aangezet, misschien ga ik een keertje met hen samen”, zegt ze vrolijk.

Jongeren

Volgens De Jager neemt de verlegenheid bij klanten wel af. Dat komt vooral doordat er steeds meer jongeren komen: „Soms komen er gewoon vriendengroepen van vier meiden of vier jongens naar de winkel. Die jongeren zijn vaak mondiger, weten precies wat ze willen. Ze komen hier natuurlijk vaak ook omdat ze nieuwsgierig zijn en om te lachen. Dat mag natuurlijk: lol is niet verboden en bij erotiek gaat het om plezier. Maar ze kopen ook vaak genoeg wat.”

‘Je gaat ook naar seksshops voor een stukje advies’

Sexshop De Dom. / Imre Himmelbauer

Rini Kersten is medewerker van Sexshop de Dom in Utrecht,. Ook hij ziet de online winkels echt als een ander soort ervaring: „Mensen mogen de artikelen hier met onze hulp uit het cellofaan halen. Zo kun je voelen hoe groot iets is, hoe het vibreert, hoe luidruchtig het is, dat soort eigenschappen. Dat kan bij internet allemaal niet. En veel mensen willen ook gewoon niet dat het via de post komt, omdat ze met andere mensen wonen.”

Bovendien heeft Sexshop de Dom op bepaalde vlakken nog wat extra’s te bieden. „Wij zijn ten eerste een van de enige winkels in Utrecht die nog boekjes heeft. Daar komen best wat mensen speciaal voor. En wij hebben boven privéruimtes, daar kun je voor 12 euro een film uit de winkel bekijken. Daar vind je ook kranen en handdoeken om naderhand achter je op te ruimen. Mensen zijn daar over het algemeen heel netjes in.”

Foutje gezien? Mail ons, we zijn je dankbaar

LEES OOK


Views

84

Likeability of 5

Jongeren vertonen extreem veel risicovol gedrag

Colourbox

Foto van 'Rosan de Vos'

24 APR 2018

Veel alcohol drinken, blowen, roekeloos rijden en onnodig veel geld uitgeven: een kwart van de jongeren tussen de 12 en 24 jaar neigt naar erg risicogedrag. Dat blijkt uit onderzoek dat TeamAlert heeft laten uitvoeren door MWM2. Een conclusie waar menig Nederlander even van achter zijn oren kan gaan krabben. Is 25 procent niet veel te veel?

Studentengedrag?

„Nee, want het gaat in dit geval echt om het overmatige gebruik”, laat Hannah Hamans, persvoorlichter van TeamAlert weten aan Metro. „We hebben het dan ook over alcohol drinken onder je achttiende of onder invloed in de auto stappen.” Risicogedrag omvat volgens Hamans ook het maken van onnodige schulden, appen in de auto, spijbelen, opzettelijk de wet overtreden, vechten, stelen, wiet roken of joyriden. Ookwel gedrag dat tot eventueel ongezonde, onveilige of ongelukkige keuzes kan leiden.

Toch is het een feit dat als een kwart van de jongeren zich hiermee bezighoudt, we het over een flink aantal mensen hebben. „Maar het hadden ook meer jongeren kunnen zijn”, aldus Hamans. „Ik denk dat het juist betekent dat we grip kunnen krijgen op deze groep en het zouden kunnen verminderen.”

Statuszoeker

Teamalert heeft zes verschillende ‘typen’ jongeren onderscheiden: de bedachtzame denker, het gewoontedier, de zelfverzekerde ondernemer, de extraverte statuszoeker, de nuchtere planner en de eigenzinnige avonturier. Van deze zes types jongeren zijn er twee zeer geneigd naar het nemen van grote risico’s: de extraverte statuszoeker (17%) en de eigenzinnige avonturier (8%). De extraverte statuszoekers houden van aandacht, zijn statusgericht, durven veel en vinden vrijheid belangrijk. Ook hebben hun ouders minder invloed op hen. De eigenzinnige avonturiers herkennen gevaren slecht, zijn impulsief, hebben veel behoefte aan avontuur en leggen bevelen van hun ouders naast zich neer.

Extremiteit

„Dat jongeren zich van hun ouders afzetten, is juist heel normaal”, zegt opvoeddeskundige en puberexpert Marina van der Wal. „Dat is juist gezond en hoort bij de puberteit”. Volgens van der Wal is het vertonen van risicovol gedrag helemaal niet nieuw. „Je mag je best afvragen of jongeren bepaalde acties daadwerkelijk risicovol vinden. Er zijn nu ook zat veertigers die recreatief drugs gebruiken, waardoor jongeren daar anders over denken”. De grens van ‘dat doe je niet’, is dus vervaagd. „Zo denken ze: een pil niet onderzoeken is risicovol gedrag, maar die pil gebruiken niet.”

Volgens van der Wal ligt het nemen van risico’s onder jongeren voornamelijk aan de opvoeding. „Jongeren moeten al voor hun pubertijd voorbereid worden op het ‘grote mensen leven’ en daarbij leren wat het effect is van bepaalde daden. Als ouders voor de puberteit altijd héél veel voor hun kinderen doen, waarbij kinderen afhankelijker zijn en minder snel zelf denken, hebben jongeren korter de tijd om te experimenteren of risico’s te nemen. Dus als deze leeftijdsgroep al vanaf jongs af aan te weinig grenzen gesteld krijgen, is het logisch dat ze dat gedrag op zoeken.”

Foutje gezien? Mail ons, we zijn je dankbaar

LEES OOK


like
user_2907a435c169588b5ee9632bad423f086d733f39_avatar

Views

200+

Kinderen zouden vaker buiten moeten spelen

Kinderen zouden vaker buiten moeten spelen

Het aantal kinderen dat elke dag buiten speelt is in vijf jaar drastisch gedaald, blijkt uit onderzoek van Jantje Beton. Foto: Colourbox

Foto van 'Rosan de Vos'

17 APR 2018

Enzo Knol plaatst elke dag om 16:00 uur een nieuwe video op YouTube, STUK TV overdondert je driemaal in de week met populaire filmpjes en met enige regelmaat is er weer een nieuwe game uit voor de pc, tablet of smartphone, waar je urenlang zoet mee bent. Kortom, er is altijd wat te doen. Daar waar (groot)ouders vroeger massaal naar buiten gingen, spelen kinderen nu ook veel binnen.

Het aantal kinderen dat elke dag buiten speelt is in vijf jaar drastisch gedaald. Dat blijkt uit onderzoek van Kantar Public in opdracht van Jantje Beton. Sinds 2013 is het aantal kinderen dat iedere dag buiten speelt gedaald naar 14 procent. 30 procent speelt nooit of maar één keer in de week buiten, vijf jaar geleden speelde nog maar 20 procent van de kinderen zelden buiten. Kortom, van de 1,2 miljoen kinderen op de basisschool zijn er meer dan 1 miljoen kinderen die niet meer dagelijks buiten spelen.

Kinderen zouden vaker buiten moeten spelen.

Buiten spelende kinderen. Foto: Colourbox

Kinderen spelen toch buiten op school?

„Op de basisschool spelen de jongere kinderen wel wat vaker buiten op school, maar op sommige scholen spelen de oudere kinderen slechts een kwartiertje op de speelplaats”, zegt Pauline van der Loo van Jantje Beton tegen Metro. „Het is belangrijk om er in de vrije tijd ook op uit te gaan. Alleen al voor de gezondheid. Het is goed voor de hersenontwikkeling, kinderen worden minder snel dik en ziektes kunnen hierdoor voorkomen worden. Door alleen al buiten te spelen beweeg je al een stuk meer.”

Maar het is nog voor veel meer dingen goed, laat Van der Loo weten. „Kinderen leren om te onderhandelen, om te winnen en te verliezen, ze worden daarnaast creatiever en socialer door met andere kinderen samen te spelen.” Maar waarom gaan ze dan niet naar buiten? Van der Loo: „De keuzemogelijkheid is simpelweg enorm”. Een op de drie kinderen zegt eigenlijk wel vaker buiten te willen spelen. „Een belangrijke barrière is dat ze speelplekken te saai vinden of dat ze te druk zijn met school en hobby’s". Veertig procent van de kinderen speelt dan ook liever binnen.

Ligt dit dan aan de ouders of aan de kinderen?

„Op een tablet spelen hoort natuurlijk ook een beetje bij de ontwikkeling”, aldus Kelly van Erk, pedagoog bij Buitenom. „En dat geeft natuurlijk ook veel voordelen. Het is bijvoorbeeld een handige manier om je kinderen even stil te krijgen.” Maar het is de kunst om er een goede balans in te vinden. „De maatschappij van nu heeft heel veel prikkels. Alleen al Disneyfilms zijn sneller vergeleken met hoe ze vroeger waren. Kinderen zijn van nature avonturiers, en moeten juist zintuigelijke prikkels opdoen. Buiten brengt daarom rust. Al likken ze aan het gras of rollen ze in de modder.”

Kinderen zouden vaker buiten moeten spelen.

Buiten spelende kinderen. Foto: Colourbox

„Acties gaan boven woorden”, aldus opvoedcoach Eline Weijers. „Volwassenen zeggen snel: ‘Ga maar buiten spelen’ en zitten vervolgens zelf op de bank. Kinderen doen wat je doet, niet wat je zegt.” Ouders beseffen volgens Weijers te weinig dat ze hierin een voorbeeldfunctie hebben. „Neem je bijvoorbeeld de fiets of de auto? Ga je in de speeltuin meespelen of zit je op een bankje met je telefoon?"

Ontladen

Moderne technologie hoort natuurlijk een beetje bij de maatschappij, maar buiten spelen is voor kinderen hetzelfde als een rondje hardlopen voor volwassenen. Weijers: „Kinderen moeten ook ontladen van alle prikkels die ze opdoen: opdrachten op school, schermpjes, de drukkere leefomgeving en ouders die gestrest zijn. Buiten spelen helpt hierbij."

Foutje gezien? Mail ons, we zijn je dankbaar

LEES OOK


Views

62

Een wethouder van 21 in Brabant, verstandig of niet? / ANP

Een wethouder van 21 in Brabant, verstandig of niet?

De Raadzaal van de gemeente Den Haag. / ANP

Foto van 'Sarah Sitanala'

11 APR 2018

In de gemeente Sint-Michielsgestel in de provincie Noord-Brabant is geschrokken gereageerd op de benoeming van Peter Raaijmakers (21) als wethouder in het college. Raaijmakers zou met zijn 21 jaar de jongste wethouder ooit worden.

Iemand van 21 zou de verantwoordelijkheid niet aankunnen, en het gebrek aan ervaring spreekt ook niet in zijn voordeel, aldus de Raad. Raaijmakers zelf reageerde laconiek op de kritiek en gaf aan er vertrouwen in te hebben.

Ervaring

„Ervaring heeft niet alles (of weinig) te maken met leeftijd”, zegt bijzonder hoogleraar ontwikkelingspsychologie Judith Dubas aan de Universiteit Utrecht. „Ervaring is natuurlijk een pluspunt, maar nieuw bloed kan dat ook zijn. En vergeet niet dat er ook oudere mensen zonder ervaring in de politiek die worden verkozen, dus dat argument kan ook tegen ze gebruikt worden” aldus Dubas.

Opvoedkundige Marina van der Wal zegt enerzijds de zorgen van de Raad wel te begrijpen, ze wijst hierbij naar hersenonderzoeken waarin werd aangetoond dat getwijfeld kan worden aan het vermogen van adolescenten de gevolgen van hun beslissingen op de lange termijn te overzien.

„Aan de andere kant vind ik het ook wel heel flauw. Ik adviseer de Raad hem een coach, of mentor aan te bieden die ervoor kan zorgen dat hij groeit in zijn functie, als wethouder en als mens.”

Obama en Kurz

Raaijmakers zal niet de eerste zijn die op jonge leeftijd al politiek actief is. Van der Wal wijst op voormalig president Barack Obama die op jonge leeftijd een hulpprogramma opzette voor de katholieke kerk. En hierbij moet ook het Oostenrijkse politieke wonderkind Sebastian Kurz (31) genoemd worden. Kurz werd afgelopen oktober benoemd tot de jongste premier ooit van Oostenrijk.

En hoewel duidelijk is dat dit grote namen zijn op het gebied van het politieke wereldtoneel, is Raaijmakers hier wettelijk gezien net zo capabel voor. Hij is namelijk volgens de wet volwassen, wat hem net zo geschikt maakt voor de baan als ieder ander in de Raad.

Ofschoon er de laatste tijd in de media wel berichten zijn opgedoken waarin het vraagstuk van volwassenheid wordt besproken. Experts gaven aan dat de leeftijd van adolescentie misschien moet worden opgehoogd naar 24 jaar.

Voordeel

Volgens Dubas is het inderdaad mogelijk dat de hersenen van iemand van 21 nog niet volledig ontwikkeld zijn, maar dat betekent absoluut niet dat iemand niet op een rationele manier beslissingen kan nemen. Hij is 21, geen puber.”

Het feit dat hij minder levenservaring heeft, is volgens Dubas misschien wel goed. „Dat hij jong is kan een voordeel zijn. Veel ontwikkelingen komen uit handen van jonge mensen. Hij kan zijn leeftijd misschien in zijn voordeel gebruiken om jongeren positief te beïnvloeden en hun politieke betrokkenheid te vergroten.”

Van der Wal sluit zich hierbij aan. „Als wethouder en als mens gaat deze man met gebrek aan ervaring juist geweldige levenservaring tegemoet. Wat dat betreft boft de raad, want ze zijn waarschijnlijk een van onze toekomstige politici aan het kneden voor de toekomst. En wat ik echt nog even gezegd wil hebben: volwassenen onderschatten jongeren echt veel en veel teveel, dat moet stoppen.”

Foutje gezien? Mail ons, we zijn je dankbaar

LEES OOK


Views

100+

Rookverbod door overheid: betutteling of niet? / ANP

Rookverbod door overheid: betutteling of niet?

Een vrouw rookt in sigaret bij een verbod sticker. / ANP

Foto van 'Sarah Sitanala'

9 APR 2018

Dat roken ongezond is weten we al lang, tot voor kort was het aan een ieder hier rekening mee te houden of niet. Al in 2008 werd het rookverbod voor de horeca ingevoerd, maar dat belette de roker niet veelvuldig gebruik te maken van de aanwezige rookruimten. Afgelopen week besloot het kabinet ook deze ruimten te verbieden.

In navolging hiervan riep de antirookbeweging op dit verbod uit te breiden naar openbare ruimten. Het kabinet maakte vervolgens maandag bekend er naar te streven binnen twee jaar een einde te maken aan rookruimtes in openbare gebouwen.

Zal het rokers helpen?

Uitgangspunt van deze besluitvorming is het door Nederland ondertekende verdrag van de Wereldgezondheidsorganisatie, waarin staat dat overheden het roken niet mogen faciliteren. De vraag is echter of het verbod rokers zal helpen te stoppen met roken, en of de bemoeienis van de overheid niet betuttelend valt te noemen?

Gershon (18) uit Woudenberg denkt van niet. „Ik denk dat je door de rookruimten af te schaffen het probleem alleen maar verlegt. De overheid wil dat mensen minder roken of stoppen met roken, wat ik wel snap. Alleen uit milieuoverwegingen is dit niet handig. Als je buiten rookt gooi je je sigaret altijd gewoon weg, in een rookruimte heb je vaak asbakken of aspalen staan waardoor dit netjes blijft. Bij het bedrijf, een openbaar gebouw, waar ik werk moet er dagelijks een schoonmaker aan te pas komen om buiten de deur de tientallen sigaretten op re ruimten. Dat kan denk ik niet bedoeling zijn.”

Op de vraag of hij denkt dat het hem zal helpen te stoppen met roken, zegt hij: „nee, en met mij geen roker denk ik.” Navraag in mijn omgeving levert geen andere resultaten op. „Dan maar buiten roken” is de veelgehoorde conclusie.

Keuzevrijheid

Gaat de overheid door uitbreiding van dit verbod echter niet te ver. Met andere woorden: tast de overheid met het verbod niet de individuele keuzevrijheid van de mens aan? Volgens hoogleraar Privaatrecht Anne Keirse aan de Universiteit Utrecht is dat niet het geval.

„Door het verbod ontneemt de overheid je niet het recht om te roken. Het tast alleen je vrijheid aan te roken in rookruimtes in horeca en openbare gebouwen. In vliegtuigen is het tenslotte ook al heel lang verboden om te roken, dat betekent niet dat je niet meer mag roken.”

Meeroken

Keirse vervolgt dat het rokers misschien niet zal bewegen te stoppen met roken, maar dat primaire doel van het verbod is meerokers te beschermen. „Het is mooi meegenomen als het verbod wel zou leiden tot minder rokers. Maar zelfs als dat niet zo zou zijn, is het beleid nog steeds effectief. Denk daarbij aan mensen die rookruimtes schoonmaken, de asbakken moeten leggen, of horeca-personeel die drankjes bezorgen, zij lopen in en uit.”

Brigit Toebes, hoogleraar Internationaal Gezondheidsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen, sluit zich hierbij aan: „het verdrag verplicht tot effectieve bescherming tegen de blootstelling aan tabaksrook en een rookruimte voldoet hier niet aan.” Ook Toebes noemt hierbij deuren die open en dichtgaan en mensen die in en uitlopen.

Trend

Toebes ziet tevens een trend in de rest van de wereld wat betreft rookverboden. „In Japan hebben ze zelfs straten gearceerd waar je niet meer mag roken, in het Verenigd Koninkrijk en Italië mag je niet meer roken in de auto als er een kind bij is, en in Finland is roken zelfs in huis verboden.”

Mede daarom is het gevecht om het rookverbod in rookruimtes al een gelopen zaak. „We willen volwassenen niet teveel aan banden leggen, maar waar ligt de grens? Uit onderzoek is gebleken dat een groot deel van de rokers voor hun negentiende begint met roken. Deze kwetsbare groep moeten we beschermen. Het belangrijkste is jongeren te beschermen tegen het beginnen met roken, en kinderen te beschermen tegen de rook van anderen.”

Restaurants

Na de invoering van het rookverbod in 2008 was er ook veel weerstand en onbegrip. „Nu is iedereen blij dat na een avond in een restaurant je kleren niet meer stinken naar rook” aldus Toebes.

Hoewel een deel van de rokers al heeft laten weten dat een dergelijk verbod hen niet af zal houden van het roken, valt er misschien toch iets voor het verbod te zeggen. Betutteling of niet, een mee-roker kiest er namelijk niet voor schadelijke rook in te ademen.

Foutje gezien? Mail ons, we zijn je dankbaar

LEES OOK


Views

100+

Bierquiz slaat aan, wat weet jij van speciaalbier?

Bierquiz slaat aan, wat weet jij van speciaalbier?

In samenwerking met Beer in a Box

19 APR 2018

De Grote Bierquiz van Metro en Beer in a Box is een doorslaand succes.

Duizenden mensen hebben de afgelopen twee weken meegedaan aan de Grote Bierquiz. Omdat de quiz nog tot en met 1 mei te maken is, hebben Beer in a Box en Metro alvast een reeks interessante uitkomsten op een rijtje gezet. Doe uiterlijk 1 mei ook mee, want er zijn mooie prijzen te winnen. Ga naar www.beerinabox.nl/quiz.

Meer brouwerijen dan in 'bierland'

Je moet echt onder een steen geleefd hebben om niet te zien dat speciaalbier een trend is in Nederland. Het aantal nieuwe brouwerijen dat er jaarlijks bijkomt is duizelingwekkend te noemen (ons land heeft inmiddels meer dan vijfhonderd geregistreerde brouwers, dat zijn er meer dan in ‘bierland’ België). Maar waar krijgt speciaalbier nu zijn bijzondere smaak van? En hoe lang brouwen we eigenlijk al bier? Van hele simpele vragen tot supermoeilijke, je test je eigen kennis in een paar minuten op www.beerinabox.nl/quiz.

Bierquiz slaat aan, wat weet jij van speciaalbier?

„Of je nu net komt kijken of al heel veel weet, de Grote Bierquiz is bedoeld om je kennis te testen. Wij willen mensen vooral op een leuke manier meer leren over speciaalbier. Daarom krijgen alle deelnemers na 2 mei een persoonlijke pagina met alle informatie over de vragen die ze goed of fout hadden”, zegt Victor Kuppers, chef quiz bij Beer in a Box, de startup die op basis van jouw smaak de beste speciaalbieren voor je selecteert.

Feiten en getallen

Alles goed. Slechts 16 bierkenners hebben álle antwoorden goed. Dat is veel minder dan 1 procent. Er zijn 31 deelnemers die maar 1 fout hebben, 95 quizmakers hebben er 2 fout. „Dat is echt heel goed”, zegt de chef quiz. De gemiddelde score is 10 punten van de maximale 15.

Onze Belgische vrienden. Voorheen liep België mijlenver voorop in bierland. Maar die tijd is geweest. Van alle zuiderburen zit er geen één in de categorie die alles goed heeft.

Zuid-Holland nadrukkelijk aanwezig. Met 40 procent van de deelnemers heeft de provincie Zuid-Holland het hoogste aantal deelnemers (maar of zij ook het meeste van bier weten…). Noord-Holland komt op plaats 2 (30 procent), Noord-Brabant op plek 3 (24 procent van de quizmakers).

Bierquiz slaat aan, wat weet jij van speciaalbier?

Bierkennis omschrijven

Wat denken we van onszelf? Meer dan de helft van de mensen vulde bij de vraag ‘hoe zou jij je bierkennis omschrijven?’ met ‘best wel wat’. Slechts 2 procent van de deelnemers durfde het aan om ‘ik ben de beste speciaalbierkenner ever’ aan te klikken.

Meest gedronken drank. 95 procent van de deelnemers denkt dat bier na water (inclusief koffie en thee) de meest gedronken drank in Nederland is.

Waar staan de brouwerijen? 63 procent van de mensen die hun bierkennis testen, denkt dat Noord-Brabant de meeste brouwerijen heeft. 40 procent van hen denkt dat Nederland vorig jaar ongeveer 520 brouwerijen had.

Die middeleeuwers toch. 28 procent van de deelnemers denkt dat in de middeleeuwen jaarlijks makkelijk 800 liter bier per persoon naar binnen geklokt werd. En jawel – wat een kenners zijn we toch met z’n allen -  66 procent van hen denkt te weten wat cenosillicafobie is.

Wat valt er te winnen?

Ben jij de beste bierkenner? Dan maak je kans op een verrassingspakket van Beer in a Box ter waarde van 250 euro (geen bier, want dat mag niet!). Onder alle deelnemers wordt een aantal kleinere prijzen verloot, zoals een workshop bierbrouwen, rondleidingen bij spraakmakende brouwerijen en allerhande bierdingen. Snel naar Beerinabox.nl/quiz dus. Ga je nog meedoen? Veel succes en proost!


Views

300+

Mindervalide voelt zich vaak niet veilig op festival

Mindervalide voelt zich vaak niet veilig op festival

De regels moeten aangescherpt worden. Foto: ANP.

Foto van 'Hester Ramaker'

3 APR 2018

Jonge mindervaliden hebben een brandbrief gestuurd naar de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. Zij stellen dat de nieuwe veiligheidsregels op festival ,die sinds 1 januari van kracht zijn, aangepast moeten worden. „Festivalterreinen zijn op dit moment gewoon niet veilig genoeg voor rolstoelgebruikers.”

Brandbrief

De 23-jarige Nick Bootsman is een van de initiatiefnemers voor het sturen van de brandbrief. Hij is werkzaam als zelfbenoemd ‘manusje van alles’ voor de jongerenorganisatie ‘Wij staan op’. De organisatie maakt zich hard voor de rolstoelgebruikers in Nederland. Nu het festivalseizoen weer start, trekken zij aan de bel: fijn dat er nieuwe regels zijn en dat festivalorganisaties zich eraan houden, maar ze zijn nog lang niet toereikend genoeg.

Bootsman bezocht tijdens het Paasweekend het kunstenfestival Tweetakt in Utrecht. Het is een van de weinig plekken waar Bootsman het aandurft om met zijn rolstoel naar toe te gaan. „Er zijn geen toegangspoortjes en het is er overzichtelijk. Ik kan van bijna het gehele terrein zien waar ik vandaan ben gekomen en waar ik naar toe moet als er paniek uitbreekt. Dat geeft mij een veilig gevoel.”

Onveilig gevoel

Dat is bij menig ander festival niet het geval, zegt Bootsman. „Dat komt omdat de nieuwe regels niet toereikend zijn. Er wordt gezegd dat er ten minste een vluchtroute moet zijn die 85cm breed is waardoor rolstoelgebruikers naar binnen en buiten kunnen. De normale toegangspoorten moeten minimaal 50cm breed zijn. Maar van die laatste zijn er heel veel en voor de rolstoelgebruiker is er vaak maar een toegangspoort te vinden. Als er dan paniek uitbreekt op het terrein, moet je maar net weten waar die poort is. Bovendien zijn sommige rolstoelen breder dan 85cm en als je wilt keren heb je minimaal 150cm aan ruimte nodig.”

Mindervalide voelt zich vaak niet veilig op festival

Nick Bootsman wil maar wat graag naar festivals.

„Daar komt nog bij dat veel terreinen moeilijk begaanbaar zijn voor rolstoelgebruikers. Je hebt vaak te maken met gras, zand of zaagsel. Snel wegkomen uit een benarde situatie is er dan niet bij. Je zit ook veel lager dan de anderen waardoor je constant bang bent dat je omver gelopen wordt. Kortom: het geeft je een onveilig gevoel als je dan midden op zo’n terrein staat”, besluit Bootsman. Het resultaat is dat hij bijna nooit een festival bezoekt. „En geloof mij, ik zou dolgraag willen.”

Risico's

De huidige regelgeving weerhoudt ook Mike Reep (45) ervan om evenementen buiten de deur te bezoeken. Reep zit sinds acht jaar in een rolstoel door een zenuwaandoening in zijn benen. Ook zit er botkanker in zijn nekwervels, maar momenteel is dat onder controle. Hij wil dolgraag naar evenementen toe, mar voelt zich niet veilig.

Dit paasweekend was het de bedoeling dat hij met zijn vrouw naar Pasar Malam Istimewa XL in Ahoy Rotterdam ging. Een pasar malam (Indonesisch/Maleis voor avondmarkt) is een ontmoetingsplaats voor alles wat met Indonesië en de Indonesische of Indische cultuur te maken heeft. „Mijn vrouw en ik wilden er graag naar toe in verband met haar etnische achtergrond, maar toen wij van vrienden hoorden hoe druk het was, haakten we al af.”

Voor Reep is de drukte op bepaalde terreinen en het gebrek aan goede veiligheidsmaatregelen voor rolstoelgebruikers een reden om niet op pad te gaan. Hij heeft het gevoel dat hij zich niet veilig over het terrein kan begeven omdat hij door de drukte wellicht omver gelopen kan worden en dat is met zijn lichamelijke gesteldheid te risicovol. Zijn vrouw gaat wel, samen met hun gezamenlijke vrienden. Reep wil ook dolgraag een keer met zijn vrouw op pad. „Maar je zit altijd met hetzelfde euvel. Ik wil dolgraag naar Dance festivals of naar food festivals maar het is bijna allemaal op gras en bovendien erg druk en onoverzichtelijk. Dat is bijna niet te doen.”

Regelgeving

Het verbaast Bootsman dat deze regels zo zijn opgesteld. „Volgens het onlangs van kracht geworden VN-verdrag moeten dergelijke regels in samenspraak met mindervaliden gemaakt worden, maar dat is niet gebeurd. Wij hebben andere organisaties ernaar gevraagd en ook zij hebben geen contactverzoek gehad om deze regels op te stellen. Anders hadden er nu heel andere regels gelegen.”

Ook maakt Bootsman zich boos over de reactie van de Nationale Brandweer. Volgens hen worden gehandicapten niet als specifiek meldpunt gezien. Zij zeggen dat mindervaliden moeten bellen met de organisatie om de vluchtopties te bespreken. Bootsman: „Het VN-verdrag is er gekomen om vrijheid en inclusiviteit van mindervaliden te garanderen. Maar als je elke keer van tevoren moet bellen om je gevoel van veiligheid te vergroten, voel je je echt niet vrij.” Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland was niet beschikbaar voor commentaar. In een artikel van de NOS laat Bas Eenhoorn, waarnemend voorzitter van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland, echter weten dat hij gaat bekijken of er iets moet worden veranderd. 
 
GroenLinks gaat in de Tweede Kamer vragen stellen over de kwestie, in de hoop dat de regels zo snel mogelijk aangepast kunnen worden. Bootsman zou al blij zijn als er bij elke ingang een verbrede toegangspoort komt. Ook zouden de poorten het liefste 150 cm breed moeten zijn, zodat een rolstoelgebruiker kan keren als dat nodig is. „Ik ga nu niet omdat ik het niet durf. Ik hoop dat dat anders wordt.”

Foutje gezien? Mail ons, we zijn je dankbaar

LEES OOK


Views

46