Verdachten kindermishandeling Stadskanaal naar Pieter Baan Centrum
De twee verdachten van de zeer ernstige mishandeling van een nu 6-jarig meisje in Stadskanaal worden medio november geplaatst in het Pieter Baan Centrum (PBC) voor een gedragskundige observatie. Daarbij zal ook gekeken worden hoe zij met elkaar omgaan.
Dat bleek donderdag tijdens een eerste inleidende zitting in de strafzaak tegen de twee bij de rechtbank in Groningen. Een van de verdachten, Liza van A. (34) is de moeder van het kind. Medeverdachte Sharona B. (31) is een vriendin van haar. Beiden bleven donderdag weg uit de rechtszaal.
Het tweetal zou het meisje veelvuldig aan extreme mishandelingspraktijken hebben onderworpen. Het kind zou onder meer zijn vastgebonden, in een donkere kelder zijn opgesloten en geslagen. Ook zou zij zijn gedwongen haar eigen braaksel op te eten. In mei kwam de zaak aan het licht, wat leidde tot grote onrust in de wijk Parkwijk, waar de vrouwen woonden.
Chatgesprekken
Volgens het OM heeft die onrust gevolgen gehad „voor alle betrokkenen” en is deze vooral „niet in het belang van het slachtoffer”. Haar belang heeft in het onderzoek van meet af aan vooropgestaan, aldus de officier van justitie, „en zal ook altijd voorop blijven staan.” De rechtbank heeft de media verzocht de naam van het meisje niet te gebruiken.
Beide vrouwen hebben tot dusver meegewerkt aan het onderzoek, aldus hun advocaten, en bekennende verklaringen afgelegd. Er loopt nog onderzoek naar een enorme reeks chats tussen de verdachten, waarin onder meer beschrijvingen van de wreedheden staan.
Verstandelijke beperking
De raadslieden hebben aangegeven dat het tweetal ook zal meewerken aan het PBC-onderzoek. De vrouwen zeggen te hopen dat de bevindingen van de deskundigen hun inzicht geeft in hoe het zover heeft kunnen komen. De advocaat van Van A. gaf aan dat er aanwijzingen zijn voor een verstandelijke beperking en persoonlijkheidsproblematiek bij zijn cliënte. Het gaat bijvoorbeeld om „beperkte autonomie” en „beïnvloedbaarheid”.
Op de huidige, zeer uitvoerige aanklacht tegen de beide vrouwen staat alleen het dochtertje van Van A. als slachtoffer. Of de 7-jarige zoon van verdachte B. ook slachtoffer is geworden van vergelijkbare praktijken, is volgens het OM „tot op heden” niet vastgesteld. Wel is duidelijk dat hij bij veel van hetgeen het meisje is aangedaan aanwezig is geweest, aldus de officier. „Welke conclusies hieraan eventueel verbonden zouden moeten worden, moet nog nader worden beslist.” Het onderzoek daarnaar loopt nog.
De volgende inleidende zitting is op 17 november.
ANP