Ruim 62.000 mensen met ernstige psychische problemen buiten beeld van ggz
In Nederland zijn naar schatting 62.500 volwassenen met een ernstige psychiatrische aandoening buiten beeld van de geestelijke gezondheidszorg (ggz). Dat is ongeveer een kwart van de totale groep van volwassenen met een ernstige psychiatrische aandoening.
Vooral op momenten waarop mensen van de ene vorm van zorg of ondersteuning naar de andere gaan, dreigen zij uit beeld te verdwijnen. Dat blijkt uit het nieuwe rapport Blijvend nabij van de Nederlandse ggz.
25 procent buiten beeld van ggz
In totaal telt Nederland volgens het rapport ongeveer 250.000 volwassenen met een ernstige psychiatrische aandoening. Zo’n 75 procent van hen ontvangt zorg, terwijl de overige 25 procent geen of onvoldoende zorg krijgt en buiten beeld van de ggz is. Bij deze groep spelen vaak ook problemen op andere terreinen. Ruim 40 procent heeft een licht verstandelijke beperking of is zwakbegaafd, 20 tot 50 procent kampt met een verslaving en 80 procent heeft geen betaald werk.
De problemen ontstaan volgens de onderzoekers niet simpelweg doordat mensen hulp weigeren. Een deel weet de juiste hulp niet te vinden, heeft na eerdere ervaringen weinig vertrouwen meer in instanties of heeft moeite met het regelen van de stappen die nodig zijn om zorg te krijgen. Daarom maakt het rapport onderscheid tussen mensen die zorg mijden en mensen die zorg missen.
Vooral overgangen zijn kwetsbaar
Een belangrijk probleem zit volgens de Nederlandse ggz in de overgang tussen verschillende instanties en regelingen. Denk aan iemand die uit een psychiatrische kliniek komt, een gevangenisstraf heeft uitgezeten of de forensische zorg verlaat. Zorg, huisvesting en begeleiding vallen onder verschillende wetten en organisaties. Juist in de periode waarin de verantwoordelijkheid van de ene partij ophoudt en die van een andere moet beginnen, kan ondersteuning wegvallen.
Daar komen wachtlijsten, personeelstekorten, problemen met informatie-uitwisseling en een tekort aan geschikte woon- en behandelplekken bovenop. Volgens de systeemanalyse in het rapport versterken die knelpunten elkaar.
De onderzoekers onderscheiden onder meer een draaideureffect in de acute zorg, problemen met terugkerende justitiecontacten, oplopende wachtlijsten en vastlopende doorstroming vanuit beschermd wonen.
Eerder vond de ggz al dat het verbeteren van de mentale gezondheid van Nederlanders een gezamenlijke taak is.
Dakloosheid
Dat kan uiteindelijk ook tot dakloosheid leiden. Het rapport ziet hetzelfde patroon bij mensen die uit detentie, de forensische zorg en de specialistische ggz komen: wanneer een stabiele woning en doorlopende begeleiding ontbreken, neemt het risico toe dat iemand opnieuw vastloopt.
Bij mensen die uit een ggz-kliniek vertrekken, gebeurt dat lang niet altijd direct. Iemand kan bij ontslag nog een adres hebben, maar tegelijkertijd kampen met schulden, weinig sociale contacten of het ontbreken van dagbesteding. Als na de opname de dagelijkse structuur verdwijnt, kan de situatie in de weken of maanden daarna alsnog verslechteren en uiteindelijk tot dakloosheid leiden.
Groot tekort aan woningen
Het woningtekort speelt daarbij een belangrijke rol. Voor de uitstroom uit beschermd wonen zouden volgens cijfers die in het rapport worden aangehaald jaarlijks ongeveer 3980 corporatiewoningen nodig zijn, uitgaande van een gemiddelde verblijfsduur van twee jaar. In 2023 kwamen daadwerkelijk 1320 woningen beschikbaar voor deze uitstroom.
Ook na detentie is het verschil groot. Jaarlijks verlaten ongeveer 5000 mensen de gevangenis nadat zij daar langer dan drie maanden hebben gezeten. Van hen is volgens het rapport 27 procent direct dakloos of is niet bekend waar zij verblijven. Nog eens 27 procent trekt tijdelijk bij anderen in. Naar schatting behoren ongeveer 2000 mensen per jaar tot de groep die baat heeft bij begeleiding of behandeling vanuit de ggz. In 2023 verhuisden slechts 280 huishoudens binnen een jaar na detentie naar een vrijgekomen corporatiewoning.
Bemoeizorg moet breder beschikbaar
De Nederlandse ggz wil daarom onder meer dat bemoeizorg structureel beschikbaar komt. Daarbij wachten hulpverleners niet totdat iemand zelf om hulp vraagt, maar zoeken zij mensen actief op. Die vorm van ondersteuning is volgens het rapport momenteel niet overal voldoende beschikbaar.
Daarnaast pleit de sector voor meer passende woon- en behandelplekken en voor betere samenwerking tussen onder meer gemeenten en zorgorganisaties. Een eerste stap zou moeten zijn om zorg vanuit de Zorgverzekeringswet en ondersteuning vanuit de Wmo rond dezelfde persoon beter te combineren. Volgens het rapport moet zo worden voorkomen dat iemand tijdens een overdracht tussen beide systemen zijn begeleiding kwijtraakt.
De Nederlandse ggz benadrukt dat niet één organisatie het probleem kan oplossen. Zorgaanbieders, gemeenten, woningcorporaties, justitie en andere betrokken partijen moeten ervoor zorgen dat ondersteuning ook doorgaat wanneer iemands woon-, zorg- of juridische situatie verandert.
Dit zijn de best gelezen artikelen van dit moment:
- VS gaat executie door vuurpeloton live uitzenden: ‘Eerste openbare executie in de VS in 90 jaar’
- Tom (39): ‘Mijn zoon (9) gaat alleen naar school, ook al vindt mijn ex dat onverantwoord’
- De Beleggingsrekening van Aart (58): ‘Ik heb vrijwel alles dat ik heb verdiend, belegd’
- Femke (41) betaalde 1850 euro voor een nieuwe oprit: ‘Na één flinke regenbui zakte alles weg’
- Christa Pike kan week na mislukte executie weer lopen: ‘Redelijk bij de les’
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.metronieuws.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F01%2FScherm%C2%ADafbeelding-2025-01-10-om-14.31.21.png)