Julia Osendarp
Julia Osendarp Nieuws 25 mrt 2020 / 14:29 uur

Hoe beperken we corona-klagen en blijven we optimistisch?

Thuiswerken, geen borrel in de kroeg en weinig prikkels. Het ziet ernaar uit dat we door het coronavirus tot 1 juni een hele hoop afleiding links moeten laten liggen. Maar hoe komen we die – inmiddels nog – 68 dagen door?

En misschien nog wel belangrijker: hoe blijven we positief? De coronamaatregelen en alle ontwikkelingen daaromheen zijn een voedingsbron voor doemdenkers en klagers. Bart Flos is veranderspecialist en klaagcoach en schreef verschillende boeken waaronder Het anti-klaagboek en Het anti-sleurboek. Volgens hem vindt er momenteel een interessante massa psychologische ontwikkeling plaats. „We kunnen niet meer vluchten. Dat geldt voor iedereen en dat is uniek. We ondergaan het equivalent van een Derde Wereldoorlog.”

Anti-klagen

Tussen al dat thuiswerken en Netflix kijken door ligt een negatieve klaagzang op de loer. Flos legt uit dat er verschillende vormen van klagen zijn. „Treuren, betreuren en zeuren. Voor wat betreft het coronavirus zitten we in de eerste klaagvariant. De anti-klaag-oplossing daarvoor is troosten.”

„Ons overkomt momenteel allemáál iets ernstigs. Je kunt iemand die klaagt over corona daarom het beste troosten”, vervolgt Flos. „Toon medeleven en vraag bijvoorbeeld eens naar de positieve aspecten. Kijk bijvoorbeeld naar de muzikale balkonconcerten in Italië. We trekken naar elkaar toe en de eigenschappen die ons als mens uniek maken.”

Maar is het geoorloofd om te klagen over alle perikelen die we momenteel ondergaan? „Ja en nee”, zegt Flos. „Hier komt de nuance: iemand die klaagt, vindt van zichzelf niet dat hij of zij klaagt. Ik noem dat de klaagparadox. We hebben de neiging om als toehoorder te zeggen: ‘Klaag niet zoveel!’ en we nemen dan afstand.” En daar slaan we volgens de klaagcoach de plank mis. „Toon empathie. Klagen zit weliswaar in onze natuur, maar we kunnen ons beter als anti-klagers gedragen. In deze tijd betekent dat: relativeren en wellicht een beetje bij de overvloed aan corona berichten wegblijven. Daarnaast is begrip voor onze medemens belangrijk. Ieder mens beleeft dit op zijn of haar eigen unieke manier.”

Doemscenario’s

Volgens Flos maakt doemdenken deze tijd gevaarlijk. „Bijvoorbeeld de mensen die de cijfers van Italië met Nederland verkeerd vergelijken. Dat moet je niet doen. Dat is een hopeloos vooruitzicht.” Daarbij benadrukt hij dat we gedwongen worden om af te wachten. „We hebben simpelweg nog niet alle antwoorden en weten gewoon even niet waar het allemaal heen gaat. Houd je aan de regels en wacht af.”

Ook psycholoog en schrijver Jeffrey Wijnberg vindt dat we onszelf niet moeten verliezen in doemscenario’s. „We hebben nu veel tijd om na te denken. Normaal ben je aan het werk of heb je andere afleiding. Er is nu veel bedenktijd en relatief weinig te doen.” Wijnberg moedigt iedere vorm van afleiding aan. „Kijk oude voetbalwedstrijden terug en laat je afleiden door de virtuele wereld. Dat is beter voor het gemoed en het brein.”

Wijnberg vertelt dat de overvloed aan tijd ons uitdaagt dingen te doen waar we eerder geen tijd voor hadden. „Duik de tuin in, begin aan Spaanse les of knap je fiets op. Je hebt nu geen excuses om dat niet te doen.” Daarbij geeft de psycholoog een voorbeeld over zichzelf. „Ik wilde altijd al kaarttrucs leren. Dankzij YouTube heb ik er nu al drie in de pocket”, lacht hij.

Optimisme

Flos: „Stellen zitten thuis en vliegen elkaar in de haren om een dopje van de tandpasta dat niet op de tube zit. Want de mens trekt terug naar superlokale problemen in tijden van globale problematiek.” En dat is helemaal niet zo gek, vindt Flos. De klaagcoach vindt dat we juist de positieve kanten van de situatie moeten omarmen. „Mensen pakken massaal bordspelletjes uit de kast en zitten met elkaar aan tafel. Er worden weer echt gesprekken gevoerd.”

Volgens Wijnberg krijgen we vanwege het coronavirus ruimte om iets te leren. „Nieuwe dingen leren kost tijd, nu hebben we die tijd.” Daarbij legt hij uit dat we onbewust een stukje mindfulness toepassen. „Dat merk ik bijvoorbeeld zelf als ik ga koken. De voorbereidingen voor het eten rekken zich uit in tijd. Alles rekt uit en je doet dingen met meer aandacht en concentratie.”

Normaal

„We moeten elkaar vooral niet de put in praten. Zelf sprak ik kort geleden een man in een winkel die volledig in mineur en somber was over het virus”, zegt Flos.  „Ik heb hem getroost en vroeg hem daarna of hij ook positieve ontwikkelingen zag. Het was even stil, maar na een tijdje concludeerde hij zelf dat het allemaal niet zó erg was en er ook mooie dingen gebeuren.” Volgens Flos is dat de rode draad voor de komende periode. „Kijk, we zitten op dag 28 sinds de eerste besmetting en we moeten nog minstens zeventig dagen. Overigens is de eerste persoon die in Nederland besmet raakte inmiddels weer beter en aan het werk. Dat is hoopvol, maar we hebben nog een lastige tijd te gaan. Laten we naar de goede dingen kijken. De wereld vergaat niet.”

Psycholoog Wijnberg benadrukt dat we als mens gewend zijn om vermaakt te worden. „Daarom vindt iedereen het zo erg dat alle evenementen worden afgelast. Nu moeten we het zelf doen en dat vind ik een positieve ontwikkeling.” Tot slot hoopt hij dat we na deze maanden van isolatie niet alles meer vanzelfsprekend vinden. „Iedereen heeft het verlangen dat alles weer ‘normaal’ wordt. Ik denk dat het besef wel gaat groeien dat alles wat wij ‘normaal’ vinden, ook heel bijzonder kan zijn. Een aanraking of omhelzing is dan ineens toch wel heel bijzonder.”

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reageer op artikel:
Hoe beperken we corona-klagen en blijven we optimistisch?
Sluiten