Demi Schoenmakers
Demi Schoenmakers Nieuws 28 nov 2019 / 05:59 uur

Basisschooldocenten dagelijks druk met plas- en poepbroeken

In een kleuterklas zitten gemiddeld twee kinderen die niet zindelijk zijn. Een probleem voor veel leerkrachten, want zij zijn daardoor een half uur per week bezig met verschonen en moeten de klas dan alleen laten. 

Stel je voor: er zitten 35 leerlingen in je klas. Tijdens de les komt een leerling met een pruillipje bij je staan. Ze legt uit dat ze in haar broek heeft geplast. Om haar te verschonen, moet je de klas vol 4- tot 6-jarigen voor enkele minuten alleen laten. Wat doe je?

Eline (29), die liever niet met haar achternaam in de krant wil, is leerkracht op een Brabantse basisschool en merkt dat bij haar op school veel docenten met bovenstaand probleem zitten. „Bij sommigen is het iedere dag weer raak.”

Paniek

De meeste basisscholen verwachten dat een kind zindelijk is als het op school begint. Toch blijkt dit lang niet altijd het geval te zijn. Leerkrachten van groep 1 en 2 hebben hun handen vol aan plas- en poepbroeken, blijkt uit onderzoek van van het wereldwijde hygiëne- en gezondheidsbedrijf Essity, uitgevoerd door Kantar.

Maar liefst een derde van de basisschooldocenten (38 procent) maakt dagelijks mee dat een leerling het in zijn of haar broek doet. Maar als juf of meester van een klas van 30 kinderen heb je niet de tijd om op een dag 5 kinderen te verschonen. Op zo’n moment kost het de leerkracht niet alleen tijd om de leerling te verschonen; dit heeft geregeld ook tot gevolg dat de leerkracht de rest van de klas alleen moet laten. „Het is geen prettige gedachte om zo’n grote klas helemaal alleen te laten”, zegt Eline. „Er kan van alles gebeuren in de klas in de tijd dat je weg bent: kinderen worden druk, ze kunnen in paniek raken of zelfs hun eigen plan trekken.”

Poepbroek

Bovendien heeft het verschonen invloed op het lesprogramma. Ruim driekwart van de leerkrachten (78 procent) geeft aan belemmerd te worden in hun werk door onzindelijke leerlingen en de helft vindt zelfs dat het dagelijkse schoolprogramma hierdoor verstoord wordt.

Daar herkent Eline zich wel in. „Het gebeurt altijd op een moment dat het niet uitkomt. Het gebeurt meestal als je net bezig bent met het lesprogramma dat je de les moet onderbreken, omdat iemand in z’n broek heeft geplast of z’n billen niet kan afvegen. Daarna moet je de les weer herpakken en dat kan soms best lastig zijn in een klas met 30 jonge kinderen. Als jij de les uit loopt, worden kinderen vanzelfsprekend een stuk drukker en gaan gek doen. Je moet er daarna opnieuw voor zorgen dat iedereen jouw aandacht weer heeft en dat kan soms best pittig zijn. Dat kost veel tijd en energie.”

„En het is niet altijd een plasbroek kan ik je vertellen”, lacht Eline. En mochten kinderen wél gewoon naar de wc gaan, dan is nog maar de vraag of ze het toilet schoon achterlaten. Gelukkig hebben ze daar bij Eline op de basisschool wel regels voor. „Binnen onze school wordt benadrukt dat kinderen zindelijk horen te zijn als ze naar school komen. Als wij als leerkrachten ervaren dat we het niet schoon kunnen krijgen, bijvoorbeeld bij een poepbroek, dan worden de ouders ingeschakeld. In dat geval moeten zij naar school komen. Ouders gaan zo extra hard hun best doen, omdat het voor hen niet handig is als ze telkens naar school moeten komen.”

Volgens Eline is dit een van de betere manieren om het probleem aan te pakken. Verder is het belangrijk om met de ouders in gesprek te gaan, als het regelmatig voorkomt. Samen kan er dan gekeken worden naar de oorzaak en een eventuele oplossing. Leerkrachten staan onder grote druk en moeten veel ballen in de lucht houden. Dan kunnen zij taken als het verschonen van leerlingen er eigenlijk niet bij hebben. „Kijk, wij geven onderwijs. Maar ondertussen ben je door dit soort dingen meer aan het opvoeden, dan dat je onderwijs aan het geven bent. En waar ligt dan de grens?”

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reageer op artikel:
Basisschooldocenten dagelijks druk met plas- en poepbroeken
Sluiten