Anne Kersten
Anne Kersten Nieuws 12 nov 2019 / 18:01 uur

Aanpak anorexia: ‘Ik heb een halfjaar op hulp gewacht’

Als het aan minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) ligt, wordt de komende tien jaar het aantal jongeren met een eetstoornis flink teruggedrongen.

Er komen twee speciale kenniscentra voor de aanpak van eetstoornissen en er komt een werkwijze om patiënten minder onder dwang te voeden. Anorexia moet namelijk eerder worden herkend, beter worden begrepen en beter worden behandeld. Daarbij moeten jongeren met een eetstoornis moeten sneller geholpen worden, staat in het advies van K-EET, een groep kinderartsen en psychiaters, ingesteld door De Jonge.

Juliët Holtschlag (22) is het daar volkomen mee eens. Een halfjaar moest ze wachten tot ze behandeld kon worden voor haar anorexia. En dat terwijl hulp toen hard nodig was. „Mijn ouders en vriend waren radeloos”, vertelt ze.

Aanpak anorexia: 'Ik heb een halfjaar op hulp gewacht'
Juliët Holtschlag / Eigen foto

Rond haar twaalfde begonnen de problemen met eten, vertelt Juliët. „Toen had ik een extreme focus op eten. Ik probeerde steeds af te vallen en was continue bezig met diëten, wat zich afwisselde met eetbuien. Achteraf gezien had ik toen al een eetstoornis, maar pas op mijn twintigste werd er bij mij anorexia geconstateerd.”

Zo’n acht jaar duurde het voordat Juliët de hulp kreeg die ze nodig had. „Ik heb ook niet om hulp gevraagd. Ik dacht dat het mijn probleem was dat ik niet met eten om kon gaan.”

Goede behandeling

Als het aan minister Hugo de Jonge ligt, worden eetstoornissen als die van Juliët eerder herkend. Iets waar Ravian Veenstra, manager behandelzaken bij behandelingscentrum Human Concern, erg blij mee is. „Het is sowieso fijn dat eetstoornissen meer aandacht krijgen.”

Alleen zou hij willen dat er – naast het bespreken van de lange wachtlijsten en behandelingsplekken – ook gepraat wordt over de kwaliteit van de behandeling. „Die staat nu niet ter discussie, terwijl dat uiteindelijk wel is waar het gesprek over moet gaan. De soort zorg die iemand krijgt is belangrijk en moet ook aansluiten bij de betreffende problematiek.” Veenstra ziet te vaak mensen verkeerde hulp krijgen, waardoor ze niet herstellen.

De eetproblemen bleven aanwezig bij Juliët. Zelfs haar ouders wisten er niets van. „Ik schaamde me dat het mij niet lukte om normaal met eten om te gaan. Die eetstoornis was voor mij een manier om van mijn emoties weg te lopen. Over het afvallen had ik namelijk wel controle.” Toen ze ging studeren bleef de focus rondom eten bestaan en sloeg hij zelfs om in anorexia nervosa. „In het derde jaar van mijn studie ging het met het zoveelste dieet langzaam van kwaad tot erger. Ik werd steeds beter in het afvallen, tot het punt dat ik nauwelijks meer at.”

Gesloten deuren

Dat was het moment dat haar ouders en vriend alarm sloegen. „Ik heb nog mijn tentamens afgemaakt en toen was het gedaan”, weet Juliët nog. Verder is die periode een beetje wazig. Echte emoties had ze toen sowieso niet meer. „Die eetstoornis vlakte alles af. Mijn ouders waren heel bezorgd en emotioneel, maar dat deed me niet zoveel. Het kwam gewoon niet binnen.”

Hoewel ze op dat moment ook wel inzag dat het niet langer ging, duurde het nog wel een behoorlijke tijd voordat ze echt hulp kreeg. „Overal kwam ik wachtlijsten tegen. Ik liep tegen gesloten deuren aan en merkte dat er echt een blokkade op de weg naar hulp zit. Ik ging alleen maar achteruit terwijl ik op hulp wachtte.” Juliët’s ouders voelden zich machteloos. „Mijn moeder probeerde me te laten eten, maar het gevecht was te zwaar. Eén hapje brood voelde al als tien kilo aankomen.”

Het ging niet. Dus kwam Juliët via de huisarts op de psychiatrische afdeling van een ziekenhuis terecht. „Het was de enige oplossing, maar geen kwestie van willen”, verzucht Juliët. „Ergens wil je geholpen worden, maar ik was op dat moment niet meer toerekeningsvatbaar. Een eetstoornis is een verslaving en blijft je tegenwerken, ook al wil je echt beter worden.”

Ook in het ziekenhuis bleef Juliët maar afvallen. „Tot het punt dat ik ’s nachts sondevoeding kreeg. Als je in het ziekenhuis wilde blijven, moest je aankomen en dat lukte me zelf gewoon niet meer. Ook al voelde ik me op dat moment nog steeds geen anorexia-patiënt.”

Openbaring

Na zes weken in het ziekenhuis, kon Juliët pas drie maanden later terecht voor deeltijdbehandeling. Die heeft haar gelukkig wel erg geholpen. „Daar leerde ik eindelijk op een normale manier met eten om te gaan. Een openbaring! Op de achtergrond is mijn anorexia altijd aanwezig: gelukkig herken ik de patronen als het minder goed met me gaat en voel ik me nu sterker. Door mijn eetstoornis heb ik uiteindelijk geleerd waar het leven omdraait en waar ík wil dat het om draait.”

Een eetstoornis is een psychische aandoening die zich uit in een verstoord eetpatroon. Er zijn mensen die (veel) te weinig eten en daardoor vermageren, er zijn mensen die eetbuien hebben die kunnen worden gecompenseerd door lijnen, laxeren, braken en bewegen/sporten. Het merendeel van de mensen met een eetstoornis heeft een verstoord lichaamsbeeld en een angst om aan te komen. Obsessief met eten eten en gewicht bezig zijn symptomen die bij de eetstoornis horen en meestal uiteindelijk ook leiden tot beperkingen in het functioneren van iemand, legt Ravian Veenstra uit.

Hoewel er veel verschillende eetstoornissen zijn die zich op verschillende manieren uiten, hebben ze allemaal dezelfde onderliggende problematiek. Dat uit zich alleen op verschillende wijzen. Anorexia is daarbij de meest bekende eetstoornis, volgens Veenstra omdat deze ook gelijk het meest zichtbaar is. Het bij anorexia horende onderwicht brengt ook veel urgente risico’s met zich mee, terwijl het overgewicht van bijvoorbeeld eetbuistoornissen op een andere manier gevaarlijk is en vaak minder zichtbaar.

Anoniem bellen met een herstelde ervaringsdeskundige? WEET hulplijn: 085-1304617. Meer info op weet.info

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reageer op artikel:
Aanpak anorexia: ‘Ik heb een halfjaar op hulp gewacht’
Sluiten