Casper van der Veen
Casper van der Veen Nieuws 8 feb 2019

Swapfiets versus Het Zwarte Fietsenplan

De deel- of platformeconomie is booming. Was een Airbnb boeken, een Uber bestellen of een Swapfiets huren een paar jaar geleden nog iets voor een select groepje early adopters, tegenwoordig heeft iedereen de diensten met één druk op de app binnen handbereik. Metro sprak voor een drieluik met mensen die voor zo’n platform rijden en met concurrenten die voor de ‘oude’ economie werken. Vandaag pedaleren we door het derde en laatste deel over de Swapfiets versus Het Zwarte Fietsenplan.

‘Ik geloof totaal niet in de deelfiets’

Toen Maurits Wijzenbeek voor het ondernemerschap koos, twijfelde hij tussen een zaak in kwalitatief hoogwaardige T-shirts en een in fietsen. Het werd dat laatste en inmiddels heeft zijn Zwarte Fietsenplan achttien filialen waar klanten rijwielen kunnen kopen, huren of laten repareren. We spreken de 43-jarige directeur in Amsterdam, waar afgelopen jaren veel initiatieven met deelfietsen werden gelanceerd.

Wanneer begon u met het Zwarte Fietsenplan?

,,Ik deed de financiën voor een klein uitzendbureau toen een vriend mij belde en zei: we kappen met onze baan, we worden ondernemer. In 2005 openden we onze eerste winkel, binnen een jaar de tweede.”

Op wat voor klanten richt u zich?

,,We focussen op stadsvervoer, dus niet op mountainbikes of racefietsen. We zijn niet duur, maar onze fietsen kosten wel geld. Dat komt doordat er meer techniek in een goede fiets gaat dan mensen vaak denken. Ook willen we een eerlijk bedrijf zijn dat een cao en pensioenen biedt aan medewerkers en zitten we op plaatsen waar hoge huren gelden. Daardoor zijn onze klanten vaak werkende mensen. Studenten zijn niet gewend om veel geld aan een fiets uit te geven. ‘Voor een onderhoudsbeurt koop ik drie nieuwe fietsen’, hoor je dan. Dat zijn dan vaak wel gestolen rijwielen die ze kopen”.

Maurits Wijzenbeek van het Zwarte Fietsenplan. Foto: Femmy Weijs

Hoe heeft u experimenten met deelfietsen ervaren?

,,Ik geloof totaal niet in de deelfiets. Die kan hooguit nuttig zijn voor steden en landen waar nog weinig gefietst wordt en waar de overheid dat wil stimuleren. Maar voor een Nederlandse stad is het zinloos.”

Waarom?

,,We zijn gewend van deur tot deur te fietsen, dat kan bij een deelfiets vaak niet. Je moet lopen naar een plek waar die wordt aangeboden, dan nog maar zien of die er staat en na je rit mogelijk nog een stuk lopen. Ook heeft een fiets zoveel onderhoud nodig dat een deelfiets niet fatsoenlijk kan blijven werken zonder onbetaalbaar te worden. Je ziet dan ook nergens deelfietsprojecten functioneren zonder dat die zwaar gesubsidieerd worden. Tevens gaan de projecten vaak slecht om met privacy en duurzaamheid: ze willen veel van je weten en gebruiken oude fietsen die snel afgeschreven worden. Tot slot lossen deelfietsen helemaal geen bestaand probleem op. Je kunt beter het hoge fietsgebruik dat nu al bestaat, wat heel bijzonder is, omarmen”.

En Swapfiets dan? Die pakken het anders aan.

,,Zeker, dat is ook iets anders dan een deelfiets. Ik vind het heel interessant en cool wat zij doen. Zij richten zich op een markt van studenten, die eerst vooral gestolen of oude fietsen kocht. Wel vind ik dat iemand erg duur uit is als een fiets gestolen wordt en de klant geen sleutel heeft. Dat kost 350 euro! Daar kan een klant financieel mee in de knel komen en dat is zo’n fiets ook echt niet waard.”

Hoe kan de gemeente Amsterdam de stad fietsvriendelijker maken?

,,Er zijn steeds meer fietsstraten waar de auto te gast is, dat zou ik graag veel meer zien in de stad. De fietssnelwegen in Amsterdam zijn te gek. Ook moeten er meer stalplaatsen voor fietsen komen. Ik weet dat het impopulair is, maar er zouden parkeerplekken voor auto’s moeten worden opgeheven om op straat meer ruimte te maken voor stalplaatsen voor fietsen. Parkeervakken nemen nu een groot deel van de straat in, terwijl veel Amsterdammers geen auto hebben maar wel allemaal de fiets gebruiken.”

We zijn uit onze voegen aan het groeien’

Steven Uitentuis zette in 2015 Swapfiets op met drie studenten van de TU Delft. Inmiddels herkennen steeds meer mensen de in het oog springende blauwe banden. Metro sprak met de 33-jarige algemeen directeur van de start-up. Voor het interview is het even zoeken naar een geschikte ruimte in het drukke kantoor van Swapfiets.

Waar haalden jullie de inspiratie voor Swapfiets vandaan?

,,Toen we in Delft studeerden zagen we geregeld mensen op barrels van fietsen rijden. Dat terwijl de fiets het meest gebruikte vervoersmiddel van Nederland is. Daar klopte dus iets niet. Óf mensen hadden geen geld voor een fiets – óf ze hadden het geld wel, maar wilden uit angst dat een fiets gestolen werd of kapot ging er niet te veel aan uitgeven. Wij begonnen te rekenen en bedachten een abonnementsstructuur, die betaalbaar was en zorgen wegnam.”

Steven Uitentuis van de Swapfiets. Foto: Femmy Weijs

En toen aan de slag.

,,Het begon met veertig fietsen die we van Marktplaats kochten en opknapten. Via een Facebook-post (‘Wie wil een altijd werkende fiets?’) waren die na twee weken weg, waarna we er nog eens honderd bij kochten. Daarna bedachten we dat we moesten opschalen om winstgevend te worden. Inmiddels rijden er Swapfietsen in 37 steden, waarvan 19 in Nederland.”

Dat altijd werkende verwijst naar dat jullie de fiets fiksen als iets kapot gaat?

,,Binnen een dag heb je een werkende fiets, dat geeft de klant zekerheid. De klant en wij willen hetzelfde: een fiets waarop ze zo lang mogelijk rijden zonder problemen. Dat is anders dan de verkoopindustrie, die juist hoopt dat zaken na een tijd stukgaan zodat ze iets nieuws kunnen verkopen. We werken richting circulariteit en de grote winnaar hierbij is het milieu, doordat we minder nieuwe producten en afval produceren.”

En die arme fietsenmaker dan, die al die blauwe banden langs ziet zoeven?

,,We hebben veel fietsenmakers gesproken en er zijn twee groepen. De ene zegt: jullie pakken mijn markt. Maar er zijn ook fietsenmakers bij ons in dienst gekomen, die veel rust hebben gevonden. Ze hoeven geen zorgen meer te maken om de verkoop van artikelen waar goede marges op zitten, maar kunnen zich storten op hun vak: fietsen repareren.”

Een abonnement bij jullie kost 15 euro, maar voor minder dan 100 euro heb je een goede tweedehands fiets.

,,Het gaat bij ons niet om de fiets, maar om de service. Je koopt ook rust, omdat je geen zorgen hebt om het product. Je weet toch wel dat hij gefikst wordt. Onze doelgroep is dan ook iedereen die graag fiets, maar geen gedoe met zijn rijwiel wil. Wij bewijzen dat je een abonnement kan nemen op een fysiek product, daar zijn we voorloper mee. Door het abonnement heeft iedere fiets een duidelijke huurder, waardoor je geen zwerffietsen krijgt.”

Wat heb je met blauw?

,,We wilden dat het product herkenbaar was op straat en besloten blauwe fietsbanden te monteren, naar Delfts blauw.”

Vond je dit interessant? Lees dan hier het eerste en tweede deel.

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Wekelijks het beste van Metro in je mailbox

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang iedere donderdag om 16.00 uur een selectie van onze mooiste verhalen.

Reageer op artikel:
Swapfiets versus Het Zwarte Fietsenplan
Sluiten