Kyrie Stuij
Kyrie Stuij Nieuws 9 sep 2018 / 19:10 uur

Nog 400 kinderen als Lili en Howick in onzekerheid

Woede, tranen, angst, protesten. Nederland was afgelopen weekend in de ban van Lili en Howick, de Armeense tieners die op de dag van hun uitzetting wegliepen van hun pleeggezin en later die dag alsnog een verblijfsvergunning kregen. ’Schrijnend’, werd de situatie genoemd van de broer en zus die jarenlang zonder verblijfsvergunning in Nederland opgroeiden. Lili en Howick werden na namen als Mauro, Jossef en Sahar het nieuwe gezicht van volgens velen een falend migratiebeleid in Nederland.

,,Het is treurig dat het persoonlijke verhaal van twee kinderen zo op tafel moet worden gelegd, voordat er iets gebeurt’’, stelt Martin Vegter, jurist kinderrechten en migratie bij Defence for Children. De organisatie schat dat er op dit moment ruim 400 kinderen zoals Lili en Howick in Nederland verblijven. Het gaat dan om minderjarige asielzoekers die volgens Defence for Children voldoen aan de voorwaarden van het Kinderpardon, maar toch worden bedreigd met uitzetting.

Kinderen van asielzoekers

Al langer klinkt forse kritiek op de wijze waarop de regering met kinderen van asielzoekers omgaat. Zo werd in 2013 het Kinderpardon ingevoerd. Een regeling met het doel vreemdelingenkinderen, die al langer dan vijf jaar in Nederland verblijven, te beschermen tegen plotselinge uitzetting. Maar vijf jaar later blijken asielzoekerskinderen zo goed als niets te hebben aan het Kinderpardon.

De voorwaarden die aan de regeling kleven zijn namelijk zo streng dat de aanvraag gemakkelijk kan worden geweigerd. Zo werd in 2016 meer dan 95 procent van de aanvragen voor het Kinderpardon afgewezen. Volgens Defence for Children maken advocaten niet eens meer gebruik van het Kinderpardon, omdat het afwijzingspercentage zo hoog is.

Dat asielprocedures een stuk efficiënter en menselijker kunnen is geen nieuw geluid. Diverse organisaties voor kinderrechten lobbyen in Den Haag voor verbetering. Hoe kan het dat er nog steeds zo weinig veranderd is?

,,Het is een lastig onderwerp’’, vertelt Vegter. ,,Je zou denken dat iedereen kinderrechten beter verankerd wil hebben, maar het onderwerp migratie roept veel weerstand op. Sommige politieke partijen zijn terughoudend met het verbeteren van de kinderrechten omdat die menen dat betere omstandigheden leiden tot een grote toestroom van nieuwe vluchtelingen.’’

Volgens Vegter wordt er in zaken als die van Lili en Howick regelmatig met de vinger gewezen naar de rechter, maar uiteindelijk is het de regering die het asielbeleid bepaalt.

In hoger beroep

Op dit moment is het systeem zo ingericht dat asielzoekers lange tijd zonder vergunning in Nederland kunnen verblijven. Dat komt onder meer door de verschillende juridische mogelijkheden om het besluit over een asielaanvraag aan te vechten.

Zo kunnen asielzoekers in hoger beroep en eventueel opnieuw een aanvraag indienen wanneer er iets veranderd is in hun thuisland of in hun persoonlijke situatie. Daarnaast werkt het thuisland niet altijd goed mee aan de terugkeer, wat ook vertraging in de hand werkt.

Moeder

Nu Lili en Howick hun verblijfsvergunning binnen hebben is de vraag wat de toekomst van hun moeder is, die eerder al is uitgezet naar Armenië. Vegter denkt dat de terugkeer van hun moeder mogelijk is. ,,In Nederland kennen we het recht op gezinsleven. Wat dat betreft zou ik denken dat hereniging van het gezin mogelijk is.’’

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reageer op artikel:
Nog 400 kinderen als Lili en Howick in onzekerheid
Sluiten