Rosan de Vos
Rosan de Vos Nieuws 6 feb 2018 / 12:03 uur

Is aan één stuk door slapen nog wel van deze tijd?

Er zijn mensen die zweren bij een polyfasisch slaapschema. Hierbij wordt je slaapritme opgeknipt in meerdere kleine stukjes, verdeeld over 24 uur. Je voelt je fitter en energieker en houdt in een dag meer uren over dan wanneer je ‘gewoon’ acht uur slaapt in de nacht. Zelfs bij grote techbedrijven als Google en Apple zou een slaappatroon als dit heel normaal zijn. Bij deze bedrijven zijn zelfs slaapzalen waar werknemers overdag korte dutjes kunnen doen. Maar in hoeverre is polyfasisch slapen een goed idee?

Zelf de gok wagen

Gerard Kerkhof, hoogleraar psychofysiologie van de 24-uurs ritmiek en slaap aan de Universiteit van Amsterdam, raadt het af. „Mensen die bijvoorbeeld werken in de IT-sector zouden dit qua werk kunnen uitproberen, maar je zult jezelf tegenkomen.” De reden hiervan is dat je misschien minder slaapt, maar alles eromheen wel meer tijd kost. Kerkhof heeft een tijd mensen gevolgd die voor een experiment hun slaappatroon drastisch omgooiden.

„Zo moet je je kleren uittrekken als je gaat slapen, je tanden poetsen als je wakker wordt, een washandje over je hoofd halen om je op te frissen, bovendien kan je nog een beetje slaapdronken zijn. Al met al kost dat verrekte veel tijd, en in de praktijk betekent het dat je kunt fluiten naar je tijdwinst. Er zijn zoveel randverschijnselen die een rol spelen en er zijn mensen die dat gemakshalve vergeten.”

Maar hoe zit dat dan precies, polyfasisch slapen?

„Er zijn wat slaap betreft drie situaties”, zegt Kerkhof. „Je hebt een normale slaaprust, waarbij je ’s nachts slaapt en ’s morgens gewoon weer uitgerust wakker wordt. Het kan ook voorkomen, situatie twee, dat je ’s middags nog een powernap moet doen wanneer je ’s nachts niet genoeg geslapen hebt: je geeft dan toe aan de slaapdruk die zich opgebouwd heeft. In de derde situatie praten we over polyfasische slaap: in dit geval verdeel je dus je slaap in stukjes, verspreid over 24 uur.”

„Neem als voorbeeld een solo-zeiler. De meest ervaren oceaanrijders maken onder invloed van slaaptekort fouten die een beginnend zeiler nog niet eens zou maken. Ze moeten slapen als ze willen winnen. Maar acht uur op één oor liggen? Dat kan niet. Ze slapen daarom polyfasisch: in korte periodes. Dat betekent dat ze bijvoorbeeld steeds een half uur slapen en dan weer iets aan de koers van de boot moeten doen. Maar dit is allesbehalve een ideale slaap, want er is géén duidelijk slaappatroon.”

En laat een redelijk en duidelijk slaappatroon nou net belangrijk zijn. „Als je een hele nacht slaapt, heb je verschillende soorten slaap: een lichte slaap, een diepe slaap en een droomslaap. Ze wisselen elkaar in een kenmerkend patroon af. En als je daar dan mee gaat rommelen, bijvoorbeeld door polyfasisch te slapen of overdag te slapen als je ’s nachts een festival hebt, resulteert dit vaak in een slechtere slaapkwaliteit. Veel mensen denken dat ze overdag op dezelfde manier kunnen slapen als wanneer ze ’s nachts naar bed zouden gaan, maar de structuur is behoorlijk anders. Je biologische klok raakt totáál in de war.”

Lekker slapen en middagdutjes doen?

Volgens Kerkhof heb je een ontzettend sterke discipline nodig om polyfasisch te slapen. Bovendien is het lastig te combineren met een sociaal leven. Misschien toch beter om gewoon ’s nachts je ogen te sluiten. En ’s middags toch een dutje doen? Dat is toch alleen maar lekker. Kerkhof: „Dan ben je even weg van de wereld en neem je wat afstand. Misschien kun je een probleem dat in je hoofd speelt van een andere kant bekijken. Als mensen dat willen, ben ik helemaal voor.”

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reageer op artikel:
Is aan één stuk door slapen nog wel van deze tijd?
Sluiten