Jeroen Haverkort
Jeroen Haverkort Nieuws 6 jul 2017

Dag mee met de reddingsbrigade: Geen Pamela te zien

Het is druk in wachttoren Noord in Katwijk. Strandwachten Rommert Blankert, Rick van Duijvenbode, Julien van Zetten, Robert-Jan Hendriks, Rogier Hoek, Ronald Zwanenberg, Tim de Vries, Galit Rahim en stagiaires Nicolette van Duijn en Lindsey Houwaard zitten aan het ontbijt. Het is woensdagochtend half tien, stilte voor de storm. De zon schijnt en vanmiddag zijn de basisscholieren vrij. „Alle ingrediënten voor een drukke stranddag zijn aanwezig”, lacht Rommert terwijl hij zijn croissant opeet.

Jong, maar ervaren

Wat opvalt is dat de groep vooral uit twintigers bestaat. Rogier is de oudste met 27 jaar. Maar vergis je niet, deze jongens – en hopelijk straks ook de meiden – weten precies wat ze moeten doen als er iemand in nood is. „Ook al zijn we in de twintig, we hebben aardig wat ervaring”, zegt Rogier. „Dat komt omdat iedereen jong begint met zwemmen. Waar veel kinderen stoppen na diploma A en B, gingen wij door toen we acht jaar waren.”

In het begin worden die zwemvaardigheidstrainingen nog in het zwembad gegeven, maar vanaf twaalf jaar begint ‘het echte werk op het strand’. Naast reddingszwemmen moeten de lifeguards ook EHBO beheersen, een schippersbrevet hebben en als het kan een rijbewijs. „Loop maar mee, dan kun je zien wat we beneden hebben staan”, zegt Rommert. In de garage staan een tractor, een ‘all terrain vehicle’, een SUV en op het strand liggen nog een waterscooter en twee boten. „En dan liggen er bij wachttoren Zuid ook nog twee boten en een waterscooter.”

Soms saai

De Katwijkse brigade heeft het goed voor elkaar. De wachttorens hebben een ruime zitkamer, uitkijkpost, twee omkleedruimtes met douches, een droogkamer voor de wetsuits, een keukentje, garage, EHBO-ruimte en nog wat opberghokken. „De gemeente Katwijk vindt veiligheid erg belangrijk”, zegt Rommert. „We mogen niet klagen.”

Noem het woord strandwacht en de gemiddelde mens denkt aan de televisieserie Baywatch en Pamela Anderson. Toch is de praktijk wat minder glamourous. ‘Baywatchpraktijken’ komen niet voor in Katwijk. „Soms is het wel saai”, lacht Julien. „En een Pamela Anderson zien we hier ook niet, haha. Negentig procent van wat we doen is preventie. Door veel op patrouille te gaan proberen we gevaarlijke situaties te voorkomen. Slechts een enkele keer is er sprake van een levensbedreigende situatie.”

Verdronken Duitsers

Zo’n levensbedreigende situatie hebben de mannen één keer meegemaakt. „Drie jaar geleden werden we ’s avonds opgepiept”, herinnert Rommert zich. „De KNRM (de Koninklijke Nederlandse Reddings Maatschappij, red.) haalde twee Duitsers uit het water die in moeilijkheden waren geraakt. Wij hebben toen geholpen door de boel af te zetten. Er moest ook een traumahelikopter komen. Reanimeren mocht echter niet baten.”

Vandaag wordt het gelukkig niet zo spannend in Katwijk. De drukte valt mee – of tegen, het ligt eraan hoe je het bekijkt. Er is wat consternatie als er een grote oranjekleurige vlek van ongeveer twee kilometer lang wordt waargenomen. Er wordt voor de zekerheid een monstertje gehaald. Even later staat een klein vierkant tupperwarebakje in de wachttoren. Er is duidelijk een lichtoranje laagje te zien dat op het wateroppervlakte drijft. Politie-agenten Arjan en Kim, die ook een kantoortje hebben in de wachttoren, worden erbij gehaald. Ze maken melding van ‘de zaak’ een even later wordt het bakje opgehaald voor onderzoek. „Waarschijnlijk is het zeevonk”, zegt Rick. „Een alg van 0,5 tot 1 millimeter groot. In het donker geeft het blauw licht af, erg mooi om te zien.” Zeevonk is niet gevaarlijk voor mensen, maar kan bij grote concentraties wel irritatie aan huid en luchtwegen veroorzaken.

Vlieguren

Op rustige dagen brengen de strandwachten hun tijd door met oefenen. Julien moet ‘vlieguren’ maken op de waterscooter. Tien in totaal en dan mag hij op voor het examen. Rommert en Robbert-Jan pakken de boot en gaan ‘boeivaren’. „De boei moet iemand in nood voorstellen, je moet er zo dicht mogelijk bij komen terwijl je met de boot vaart mindert”, zegt Robbert-Jan, die uit Hilversum komt. „We gaan al jaren naar dezelfde camping. Op een gegeven moment was de keuze werken in een strandtent of bij de reddingsbrigade. Dit is tof. Het is vrijwilligerswerk, maar wel belangrijk werk. En dit is een hele leuke groep. We ontbijten samen en bij mooi weer werken we tot half tien ’s avonds. Dan eten we hier en doen we soms nog een drankje. Vanaf mei tot september zit je continu op elkaars lip. Daar moet je wel tegen kunnen.”

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Wekelijks het beste van Metro in je mailbox

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang twee keer per week een selectie van onze mooiste verhalen.

Reageer op artikel:
Dag mee met de reddingsbrigade: Geen Pamela te zien
Sluiten