Jeroen Haverkort
Jeroen Haverkort Nieuws 15 jun 2017 / 09:50 uur

Het is weer zomer: dus zien we ufo’s

Nu de dagen langer en warmer zijn, schieten ook het aantal meldingen van mensen die ufo’s zien omhoog. „Normaal zitten we op zo’n 70 meldingen per maand”, zegt Bram Roza van het ufo-meldpunt. „Bij mooi weer is dat rond de 100. Dat komt omdat de mensen langer buiten zitten.” De grap is snel gemaakt: gevalletje zonnesteek. Maar kom daar niet mee aan bij Roza, die het ufo-meldpunt in 2005 oprichtte. „Voor de meeste van die meldingen is een heel simpele verklaring, maar met 1 op de 100 is echt iets geks aan de hand.”

Belachelijk gemaakt

Roza heeft een medestander in Coen Vermeeren. Hij is lucht- en ruimtevaartingenieur, werkt aan de TU Delft én hij weet zeker dat ufo’s bestaan. „Mensen zeggen vaak dat ik in ufo’s geloof, maar dat geloofsaspect is altijd iets dat in de weg staat van serieus onderzoek. Dat wordt lang niet altijd gewaardeerd. Soms wordt het zelfs belachelijk gemaakt. Maar ik merk wel dat er een kentering plaatsvindt. Dat het normaler is om het over ufo’s te hebben.”

Vermeeren schreef een boek: ‘Ufo’s bestaan gewoon’ en geeft goed bezochte lezingen. „Het zijn allemaal echt geen ‘gekkies’ die in ufo’s geloven hoor”, zegt Vermeeren. „Wereldwijd zijn er mensen die ooit iets onverklaarbaars hebben gezien. Onder hen zijn astronauten, piloten, luchtverkeersleiders en militairen. Allemaal hoogopgeleide mensen die allen iets onverklaarbaars hebben gezien. Dat kun je niet wegzetten als onzin. Zeker als je bedenkt dat in veel gevallen ook radar-verificatie voorhanden is. Dat er nergens serieus onderzoek naar ufo’s wordt gedaan vind ik een failliet van de wetenschap. Ik vind dat je alles moet willen weten, en dat je alles moet durven onderzoeken. Ook als het onwaarschijnlijk of zelfs ongelofelijk lijkt.”

Filmpje

Zelf zegt Vermeeren diverse keren ufo’s te hebben gespot. „Ik kreeg in 2008 een filmpje van een student en ik kon niet verklaren wat ik zag. Dus ik liet het aan sommige collega’s zien. Zij wisten het ook niet, maar haalden vervolgens hun schouders op. Ik snap dat niet. Ik ben altijd op zoek naar antwoorden. Sindsdien is het een fascinatie geworden en ben ik een getraind waarnemer.”

Roza heeft ook een keer een ufo gezien: „Ik was 19 jaar en was onderweg van Gouda naar Haastrecht toen ik midden op de dijk een felle ster zag die continue van vorm veranderde en allerlei richtingen opschoot. Ik zeg niet dat het buitenaardse wezens waren, maar dat ik iets zag wat niet verklaarbaar was.”

Tastbare aanwijzingen

Vermeeren gaat een stapje verder dan Roza: „Er is geen twijfel dat we door buitenaardse levensvormen worden bezocht. Hoezo is dat onverenigbaar met wetenschap? Dat is toch ook het geval met geloof? En voor het bestaan van ufo’s zijn tastbaarder aanwijzingen dan voor de schepper.”

Wat zijn volgens hem dan aanwijzingen? Vermeeren begint over astronaut Edgar Mitchell. De zesde man op de maan die eind jarige negentig uit de school klapte over ufo’s. Ook zou de mensheid sinds Roswell met aliens in contact staan, en de Amerikaanse regering zou alles op alles zetten om dat verborgen te houden. „Maar het is niet in het belang van overheden dat dit allemaal naar buiten komt. Alle systemen van de wereld zouden op de schop gaan: regering, geloof, wetenschap, onze omgang met klimaat. Het onderwerp is bewust dusdanig belachelijk gemaakt dat bijna niemand zijn vingers eraan durft te branden.”

Onderzoek

„Het is jammer dat ufo’s nu weg worden gezet in de hoek waar ook de elfjes, kabouters en eenhoorns zitten”, zegt Roza. „We speculeren niet, maar vragen of het fenomeen wetenschappelijk benaderd kan worden. De afkorting ufo zegt het al: unidentified flying object. Willen we na al die jaren er niet eens een keer achter komen wat dat ‘unidentified’ inhoudt?”

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reageer op artikel:
Het is weer zomer: dus zien we ufo’s
Sluiten