Elena van Doorn
Elena van Doorn Nieuws 10 apr 2017 / 13:44 uur

Ook smeren in de lente! Zonnebrand: feiten en fabels

We hebben een zonnige zondag voor de boeg en dat betekent vele uren blootstelling aan de zon voor onze kostbare huid. Alhoewel we ons steeds bewuster worden van de gevaren van de zon, smeren we ons nog steeds niet altijd goed in. En dat terwijl ook op een zonnige lentedag een laagje zonnebrandcrème van belang is.

Dermatologen zien nog altijd een toename van het aantal mensen met huidkanker. Dermatoloog Jorrit Terra van het UMC Groningen sprak in 2015 zelfs over een ‘tsunami’ aan gevallen van huidkanker. In 2014 werden er 53.000 nieuwe gevallen geregistreerd. De voornaamste oorzaak: schade door de zon.

Lees ook: Zes tips om de hittegolf te overleven

Metro zet de grootste fabels en feiten rondom de bescherming van je huid voor je op een rijt, zodat jij straks veilig de zon in kunt.

1. Hoe hoger de factor (SPF), hoe beter

De één waagt zich in de zon met een sunblock, de ander ligt het liefst geolied en wel te bakken met een zo laag mogelijke SPF (Sun Protection Factor).

Feit is dat je minstens een SPF 15 nodig hebt, voor je huid beschermd wordt. Een lagere factor biedt weinig tot geen bescherming. Het is eigenlijk heel logisch; hoe hoger de SPF, hoe meer bescherming het biedt voor je huid.

Met factor 30 is je huid beschermd voor 97 procent van de zonnestralen. Dit is voor de meeste mensen genoeg bescherming. Terra: "Wij bevelen aan; Gebruik dagelijks factor 15, en op zonnige dagen zoals deze week, gebruik je factor 30". Alleen mensen met een overgevoeligheid voor de zon, ofwel mensen die erg snel verbranden, wordt een hogere factor aanbevolen.

Lees ook: Hond in auto laten? Na een uur is het 60 graden

Gebruik het liefst een gezichtscrème met een beschermingsfactor van minstens 15, zodat je dagelijks beschermd bent. Steeds meer gezichtscrèmes hebben deze bescherming. Een goede trend, aldus Terra. Huidkanker komt het meest voor in het gezicht.

2. Je huid moet wennen aan de zon

Dit is waar. Een veelgemaakte fout van mensen is dat ze de eerste dag van de zonvakantie de hele dag in de volle zon doorbrengen. Beter is om die eerste dag wat meer uit de zon te blijven, een hoge factor te gebruiken en regelmatig te smeren. Dan zul je minder snel verbranden als je langer de zon ingaat.

Voorbruinen onder de zonnebank werkt niet, aldus Terra. De zonnebank geeft meestal alleen UVA-straling af. „Deze UVA-straling zorgt wel voor een iets bruine verkleuring, maar niet voor het dikker worden van de opperhuid. Dat doet UVB-straling. En dit is nodig om je tegen zonnebrand te beschermen."

3. Alleen insmeren als je gaat zonnen

Afhankelijk van je huidtype kun je binnen half uur al huidschade oplopen in de zon. Een veelgemaakte fout is dat veel mensen zich alleen insmeren als ze naar het strand gaan of bewust gaan ‘zonnen’, terwijl we ons altijd in zouden moeten smeren als we in aanraking komen met de zon. Zonnebrandcrèmes hebben tijd nodig om in te trekken in je huid. Dus kun je je het beste een half uur voor je de zon ingaat, insmeren.

En denk dan niet dat het daarmee gedaan is. Om de twee à drie uur moet je je opnieuw insmeren. Niet alleen omdat door het zweten en de wrijving van je kleding de sterkte van de factor afneemt, ook omdat je altijd een paar plekjes vergeet. Smeer je je gedurende de dag vaker in, dan kun je er vanuit gaan dat je volledig beschermd bent. Ook blijkt uit onderzoek dan mensen vaak te dun smeren. Een factor kan alleen op volledige sterkte werken, als er dik genoeg wordt gesmeerd. Smeer dus altijd meer dan je denkt dat nodig is, luidt het advies.

Lees ook: Zonnebrandcrème is beperkt houdbaar, maar waarom?

4. Een duurdere zonnebrandcrème werkt beter

Niet waar. In Nederland moet de SPF op het flesje zonnebrandcrème kloppen. Dus of je nu een huismerk SPF 30 neemt of een heel duur merk met dezelfde factor, je bent even goed beschermd. Wel kan er verschil zitten in de smeerbaarheid, of de crème plakt, en natuurlijk kun je een voorkeur hebben voor hoe het flesje eruit ziet. De prijs speelt hierin niet per se mee.

5. Als ik me insmeer, word ik niet bruin

Een veelgehoord excuus om niet te smeren. Toch is dit niet waar. „Je wordt wel degelijk bruin, al zal het geleidelijker zijn". Een crème zorgt er alleen voor dat je niet verbrand. „Daarnaast zorgt het ervoor dat er op latere leeftijd minder huidveroudering optreedt en dat je geen pigmentplekken krijgt."

6. Als ik onder een parasol zit, hoef ik me niet in te smeren

Niet waar! Zelfs al zit je onder een parasol, dan laat deze alsnog 40 procent van de UV-straling door. Daarnaast weerkaatst het zand zo’n 20 procent van de straling. Dus kun je net zo goed verbranden. Ook al zit je in de schaduw van een parasol, smeer je dan alsnog in.

7. Zonnebrandcrème zorgt ervoor dat je langer in de zon kunt blijven

Waar. Maar deze uitspraak bevat wel een misvatting, aldus Terra. „Zonnebrandcrème geeft je alleen een éxtra bescherming tegen de zon." Je kunt na één keer smeren dus niet oneindig in de zon blijven. De factor zal na verloop van tijd alsnog afnemen. Dus nogmaals, smeer je om de paar uur in, zodat je zo goed mogelijk beschermd blijft.

En, ook al heb je een water-resistente anti-zonnebrand, smeer je dan alsnog in als je het water uitkomt. Je bent nog wel voor een deel beschermd, maar de factor is minder sterk geworden.

Lees ook: Video: je huid als je je niet insmeert

En verder?

Wat moet je verder nog weten? Let erop dat je zonnebrandcrème zowel een UVA- als UVB-bescherming bevat. Zon bestaat uit zowel UVA- als UVB-straling, waarbij UVA-straling verantwoordelijk is voor huidveroudering en UVB voor verbanding. Voor beide moet je dus beschermd zijn.

En dan rest je alleen nog te genieten van dat zonnetje. Want ondanks de nadelige gevolgen, doet de zon ook veel goed. „Ga naar buiten en geniet van de zon. Zorg alleen dat je je goed beschermt".

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reageer op artikel:
Ook smeren in de lente! Zonnebrand: feiten en fabels
Sluiten