Cerise van Vliet
Cerise van Vliet Nieuws 12 apr 2017 / 09:40 uur

Online verdienen nog lastig voor supermarkt

Het is vier uur ’s ochtends, buiten is het aardedonker en waterkoud. Binnen in een warme slaapkamer gaat een wekker af, het is de wekker van Björn van Houte. De 42-jarige boodschappenbezorger moet eruit, de klanten roepen.

Het is kwart voor zeven als Björn daadwerkelijk met zijn afgeladen bestelbus de weg op kan. Voor die tijd hebben de ‘elfjes’, zoals de chauffeur de werknemers van het distributiecentrum consequent noemt, alle boodschappen klaargezet en is de bus ingeladen.

Allerlei boodschappen in het distributiecentrum

In een korte tijd veel doen en heel goed opletten, het is een voorbode voor de rest van de dag. Want boodschappen bezorgen is keihard werken. „Maar het is een stukje service voor de klant, een totaalpakket van mogelijkheden om boodschappen te doen”, vertelt Jos Kuiper die teamleider van de bezorgers is. En dat is precies wat de grote Nederlandse supermarkten doen, Albert Heijn en Jumbo proberen elkaar bij te houden in de ratrace van het digitale boodschappen doen.

Trein

Miljoenen worden geïnvesteerd in de digitalisering van de supermarkt, maar tot nu toe betaalt het zich voor de bedrijven nog niet echt terug. „Als je kijkt naar verschillende onderzoeken, zie je dat nog geen 2 procent van de omzet in food online verkregen wordt”, legt retaildeskundige Fred Rutgers uit. „Het lijkt de zoveelste keer dat er een trein voorbijkomt die niemand wil missen, maar we weten eigenlijk niet waar de trein naartoe gaat. Niemand vraagt zich af of het werkt, maar de concurrent heeft het dus ik moet ook.”

400 miljoen

2 procent is inderdaad niet veel, maar het betekent nog steeds wel miljoenen. Voor Albert Heijn levert het online boodschappen doen ongeveer 400 miljoen op. En dat is te zien, want Björn heeft het er maar druk mee. Meestal klopt hij bij vrouwen aan. „Zij blijven de baas over de boodschappen”, vertelt de enthousiaste bezorger. „Ik kom veel bij zwangere vrouwen, of oudere mensen thuis. Mensen die zelf niet meer naar de supermarkt willen of kunnen.”

Dat valt inderdaad op, bij de vijftien huizen die we langsgaan doen er dertien vrouwen open. Drie zijn er zwanger en vier hebben jonge kinderen thuis. Ook bellen we vaak bij bedrijven aan „die zijn soms wel lastig”, geeft Björn toe. „Soms staat het nummer niet op het pand, of is het hele plein nummer elf, vind de goede deur dan maar eens.” En dat is stressvol, want tijd om te zoeken is er niet.

Strakke planning

De bezorgtijd is strak. Björn zoekt in de bus als een speer de boodschappen van de klant bij elkaar. „Ze staan hier achterin nog verdeeld op koel, vries, kratjes en bulk”, legt Björn uit. Tientallen koelboxen staan opgestapeld in de rekken, daarnaast vriesdozen en weer iets verderop klapkratten vol ‘droge’ boodschappen. De bulkartikelen zijn vooral wc-papier en sixpacks cola.

Zodra de producten uit die verschillende categorieën bij elkaar gevonden zijn, zet Björn ze op de steekkar. En dan maar hopen dat het geen appartement op drie hoog is zonder lift. Eenmaal binnen zet hij de boodschappen in de keuken en dan komt het erop aan: hoofdrekenen! „Een rekenmachine neemt zoveel ruimte in in mijn zak”, zegt Björn, „dus ik reken uit mijn hoofd.” Want lege flessen of klapkratten die weer mee mogen naar het distributiecentrum, worden meteen met de boodschappenkosten verrekend.

Kinderheld

Na het pinnen volgt een vrolijk ‘tot de volgende keer’ en op sommige adressen zwaaien de kinderen hem enthousiast uit. Beide handen gaan in de lucht voor de bezorger. Het maakt zijn dag, de bezorger houdt van zijn werk. „Kinderen kijken op tegen de politie, de brandweer maar nu ook tegen de bezorgman, dat is toch helemaal geweldig?” Als de huidige trend doorzet, kan de vrolijke bezorger zijn hart ophalen.

Dan krijgt hij het nog druk, want online boodschappen doen zit wel in de lift, vertelt retaildeskundige Rutgers. „Ik heb het idee dat grote supermarkten het gevoel hebben dat je niet kunt weigeren mee te doen. Alles gebeurt online tegenwoordig en je wil geen van allen bestempeld worden als de oude organisatie die blind is voor ontwikkeling.”

Luchtkastelen

Maar die ontwikkeling gaat nog wel gepaard met heel veel strubbelingen, waardoor het voor de bedrijven dus nog geen lucratieve business is. „Webwinkels zijn luchtkastelen waar mensen nog steeds in geloven”, zegt Rutgers. „Weinig mensen weten dat het afgelopen jaar nog vijfduizend webwinkels zijn gestopt. Het gros van de webwinkels verdient geen geld.” En dat komt omdat het logistieke staartje dat aan dit verhaal hangt zeer ingewikkeld is.

„Als webwinkel heb je ook je opslag, pand en personeel”, gaat Rutgers verder. Daarnaast is het systeem van de bekende supermarkten in de basis gewoon niet ingericht op online boodschappen doen. „Jumbo en Albert Heijn hebben twee opties. Of je haalt de online bestelde producten uit de supermarkt en levert vanaf een pick-up point of je zet het klaar in een distributiecentrum voor bezorging.”

Nieuw systeem

Die twee opties passen volgens de retaildeskundige niet bij wat we nu willen. „De supermarkt is ingericht op consumenten die zelf hun boodschappen zoeken. Hier zit een heel systeem achter, dat niet werkt voor snelle orderpicking zoals nodig is voor online winkelen. In het distributiecentrum moet ik 37 dozen openscheuren om de verschillende producten bij elkaar te rapen. Het is allebei niet ingericht dit proces snel te doen.”

Picnic

Het bedrijf dat hier slim op inspeelt is Picnic, een relatief jonkie op de markt. In 2015 startte het bedrijf, een week geleden ontving het honderd miljoen euro van investeerders. Het geloof in het bedrijf is groot, ook bij Rutgers: „Picnic heeft een goede kans op succes. Dat komt omdat ze niet worden gehinderd door fysieke vestigingen en een jarenlange geschiedenis.” De oprichter van Picnic, Michiel Muller, is een slimme. Hij zette eerder economische takken op zijn kop, zonder uit die branche te komen.

Dat is precies de succesformule, zegt Rutgers. „Supermarktmannen denken in de traditie van de supermarkt, die komen daar niet meer los van. Michiel komt niet uit die wereld, dus hij kan met een volledig open en nieuwe blik bedenken hoe dit ingericht moet worden. Hij denkt gewoon ‘als ik nu een online supermarkt zou beginnen, hoe moet dat dan zijn?’ en zo maakt hij het proces superefficiënt.” Daarnaast kan een bedrijf als Picnic natuurlijk wel leren van de fouten die supermarktreuzen al hebben gemaakt.

Concurrentie

Zo heeft het bedrijf drie jaar in stilte gewerkt aan een nieuwe distributiemethode, schrijft het op de eigen website. Door die nieuwe methode zijn de kosten zo laag, dat de boodschappen de laagste prijs hebben en ze ook nog eens gratis thuis worden afgeleverd. Bij concurrenten Albert Heijn en Jumbo betaal je al snel 5 euro voor de bezorging. Hoe dat kan? „Door de totaal andere manier van denken en doordat ze geen dure winkels of distributiecentra hebben”, zegt Rutgers.

Volgens hem is dat dan ook de toekomst, een efficiënt distributiesysteem waarmee je snel en goedkoop kunt leveren. Picnic lijkt daarmee een succes te worden, maar ook Albert Heijn en Jumbo zijn niet blind voor de ontwikkelingen van de nieuwkomer. Ongetwijfeld zullen de drie van elkaar leren. In de tussentijd blijft Björn vrolijk boodschappen bezorgen.

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief! 🌐

Wil jij iedere donderdag om 16.00 uur de parels uit het Metroweb, winacties en meer fun ontvangen? 🤹‍♀️

Reageer op artikel:
Online verdienen nog lastig voor supermarkt
Sluiten