Jurgen van der Hoeven
Jurgen van der Hoeven Nieuws 8 mrt 2017 / 05:05 uur

‘Kind met Down heeft recht op reguliere basisschool’

Heeft een kind met een handicap recht op een plekje op een reguliere basisschool? Dat is de vraag die woensdag moet worden beantwoord door het College voor de Rechten van de Mens. Volgens de 45-jarige Jana Vyrastekova zou inclusief onderwijs een recht moeten zijn voor kinderen met een handicap. Voor haar eigen zoon Kubo, die het syndroom van Down heeft, wilde ze hetzelfde.

Inclusief onderwijs

Al vanaf de geboorte van de nu 13-jarige Kubo onderzochten zijn ouders, woonachtig in Utrecht, hoe ze hem de kans konden geven zich optimaal te ontwikkelen. Al snel concludeerden ze dat ze Kubo naar een reguliere basisschool wilden sturen. Bij inclusief onderwijs zitten kinderen met een handicap op een gewone school en krijgen zij specifieke hulp. Dat is dus anders dan speciaal onderwijs, waar kinderen uit de gewone schoolomgeving worden weggehaald en naar een specifieke plek worden gebracht waar ook andere kinderen met een beperking zitten.

Volgens moeder Jana Vyrastekova heeft het meerdere voordelen om een kind met een handicap naar een reguliere school te sturen: „Ten eerste leren kinderen met elkaar en van elkaar. School is een afspiegeling van de maatschappij en het is een slechte zaak als je een deel van de samenleving wegstopt. Kinderen horen bij elkaar te zijn, dan kunnen ze ook beter met elkaar omgaan als ze volwassen zijn. Wij wilden onze zoon naar een reguliere school sturen, hem laten omgaan met vriendjes in de buurt en hem laten afspreken met vriendjes om te spelen. Niet anders dan normaal dus.”

Jana wijst op wetenschappelijk onderzoek, dat bewijst dat kinderen met een beperking veel meer leren op een reguliere school: „Inclusief onderwijs zorgt voor een veel stevigere cognitieve basis en geeft ook sociaal gezien een betere kans om te leren leven binnen de maatschappij. In de maatschappij gaat alles veel sneller dan bij Kubo zelf. Het is geen oplossing om hem van deze wereld te isoleren. Het is juist goed als hij in die wereld mag meelopen en meedoen”, stelt Jana. Andersom kan het volgens haar geen kwaad als kinderen bij iemand met een beperking in de klas te zitten? „Bij Kubo zie je eigenlijk twee groepen. Bij de ene groep kinderen heeft het weinig effect. Bij de andere groep kinderen, met een groot empatisch vermogen, vindt Kubo heel leuk aansluiting. Hij laat emoties zien, is heel oprecht en die kinderen zien in hoe gezellig hij is. Bovendien voelen ze zich veilig bij Kubo, omdat hij niet meedoet aan kliekjesvorming.”

Problemen stapelen zich op

Toch ging het mis in groep 6, toen de routine die in groep 5 heel goed werkte niet meer in gang werd gezet: „Toen kwamen we in de problemen. Je kunt dat vergelijken met een kind in een rolstoel: als je daar een wiel van wegneemt en zegt: ga maar gezellig meespelen, dan werkt dat gewoon niet.”

De school verklaarde vervolgens ‘handelingsverlegen’ te zijn, waardoor ze geen antwoord meer konden geven op de specifieke instructie- en onderwijsbehoefte van Kubo. De school ging op zoek naar een alternatief in het speciaal onderwijs. En dat was nu net wat Jana en Rene, ouders van Kubo, niet voor hun zoon wilden. In oktober 2015, toen Kubo inmiddels in groep 7 zat, kregen ze de mededeling dat Kubo na de herfstvakantie niet meer welkom zou zijn op school. Daarop stapten de ouders van Kubo naar de geschillencommissie passend onderwijs. Daardoor mocht hij na de vakantie nog wel naar zijn school: „Maar daar werd hij door het schoolbestuur in een achterkamertje gezet. Zonder aanleiding, want met de docent in groep 7 liep het wel weer goed. Dat accepteerden we niet. We hebben met spoed een privéschool gezocht en die heeft hem met spoed opgenomen. Daar zat hij de rest van het schooljaar in de hoop dat we een betere oplossing zouden vinden.”

Dat gebeurde niet en daarom krijgt Kubo nu thuis onderwijs. Gevolg is dat hij zijn vriendjes niet meer dagelijks ziet: „Als hij de kans heeft af te spreken of hij is met vrienden, is hij helemaal hyper en dolgelukkig. Daarnaast merken we dat het leren prima gaat. We zien ontwikkelingen en zien vooral een kind dat staat te trappelen om weer met en tussen andere kinderen te leven en leren."

Kubo krijgt nu thuis les en mist daardoor het dagelijkse contact met zijn vriendjes. Foto: Jana Vyrastekova

VN-verdrag wijst op recht op inclusief onderwijs

De vraag is nu of een school een kind met een beperking wel mag wegsturen van school. Medio 2016 ratificeerde Nederland namelijk het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met een Handicap. In dat VN-verdrag wordt inclusief onderwijs als norm gesteld. Anderzijds mag een school volgens de wet passend onderwijs een leerling doorsturen naar speciaal onderwijs. Is dit in strijd met het nieuwe VN-verdrag? Jana vindt van wel en hoopt gehoor te vinden bij het College voor de Rechten van de Mens: „Onze insteek is dat er te gemakkelijk wordt besloten om kinderen met een handicap naar speciaal onderwijs te sturen. In ons geval werd niet eens gekeken naar opties in het reguliere onderwijs. Volgens het VN-verdrag hebben kinderen recht op inclusief onderwijs en dat is volgens ons ook het beste onderwijs dat een kind met een handicap kan hebben.”

Ze vervolgt: „Deze zaak gaat dan ook niet alleen om Kubo. We hopen dat ouders die regulier onderwijs kiezen voor hun kind worden gesteund door een uitspraak die het recht op deze keus bevestigt. Het gebeurt te vaak dat als het bij een kind met het syndroom van Down even niet meer soepel gaat, wat bij ieder kind kan gebeuren, het kind naar speciaal onderwijs wordt gestuurd. Dan wordt gesteld dat het kind ‘naar een betere plek gaat’. Dat wordt echter niet onderbouwd.” Daarom hoopt Jana op een gunstige uitspraak: „Ik hoop dat duidelijk wordt uitgesproken dat het Internationale Verdrag voor Mensen met een Handicap, geratificeerd door Nederland, niet alleen een stuk papier is, maar dat die rechten echt aan kinderen met een handicap worden ontleend. Voor de duidelijkheid: het gaat niet om een plicht op inclusief onderwijs, maar om het recht op inclusie. Ouders moeten zelf bepalen wat het beste is voor hun kind.”

En wat gaat Kubo in de toekomst doen? Dat weet Jana nog niet: „Ik dacht in groep 6 dat ik nog twee jaar de tijd had om daarover na te denken, maar dat is er niet van gekomen. We hopen dat hij volgend jaar nog op een reguliere school terecht kan. Of dat nu vijf dagen is, om de dag of wat dan ook… alles beter dan dit. En dan gaan we aan de slag om een leuke vervolgonderwijsroute te zoeken, met inclusie als droomuitkomst.”

Het College voor de Rechten van de Mens behandelt de zaak woensdag. Binnen acht weken volgt een uitspraak.

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reageer op artikel:
‘Kind met Down heeft recht op reguliere basisschool’
Sluiten