Jessica Heijmans
Jessica Heijmans Nieuws 28 feb 2017 / 13:34 uur

Vrouwen in de Tweede Kamer: hoe staan we ervoor?

Met nog een paar weken te gaan voor de verkiezingen wordt er weer flink gediscussieerd over wie de volgende minister-president van Nederland wordt. Zal Mark Rutte opnieuw het leiderschap op zich nemen? Of wordt het dit jaar Asscher, Buma, Roemers of misschien zelfs Wilders? Eén ding is duidelijk: de kans dat we een vrouwelijke premier krijgen is zeer onwaarschijnlijk.

Opnieuw staan er nauwelijks vrouwen op de eerste plaats van de kandidatenlijsten en is het merendeel van de kandidaten man. GroenLinks-lijsttrekker Jesse Klaver is niet blij met de scheve verdeling en stelt dat de ministers in het kabinet voor de helft uit vrouwen moeten bestaan. „Ik vind het nog steeds bizar dat vrouwen tegen het glazen plafond aan lopen”, aldus Klaver tegenover de NOS. „Het gaat erom dat we iedereen gelijke kansen geven in dit land. En je moet als politiek het goede voorbeeld geven, dus dat gaan we doen in een volgend kabinet.”

Wat is precies de situatie in Nederland?

Van Finland tot Duitsland, en van India tot Brazilië, de wereld kent vele vrouwen die aan de top hebben gestaan. In Nederland is echter nog nooit een vrouw aan de macht geweest. Sinds 1918, toen de eerste vrouw in de Tweede Kamer kwam, is er een stijgend aantal vrouwelijke leden, met als hoogtepunt 2010, toen ruim 42 procent vrouw was. Vrouwen zijn echter nog steeds in de minderheid: momenteel zijn 57 van de 150 Kamerleden vrouw. Naar verwachting zal dit aantal in het nieuwe kabinet niet veel meer worden; ongeveer een derde van de kandidaten voor de verkiezingen is vrouw.

Hoe is dat verdeeld per partij?

Nagenoeg elke grote partij heeft een man op nummer één staan in de kandidatenlijst, gevolgd door een vrouw. Alleen de lijst van de Partij voor de Dieren wordt aangevoerd door een vrouw: Marianne Thieme. Deze partij heeft bovendien het grootste aantal verkiesbare vrouwen in de top 10 staan, namelijk zes. Bij de PvdA bestaat de helft van de top 10 uit vrouwen. D66, SP, GroenLinks, ChristenUnie hebben vier vrouwen in de top 10; de rest van de grotere partijen (VVD, CDA, PVV en 50PLUS) volgen op de voet met drie vrouwen. Alleen de SGP heeft – zoals gewoonlijk – geen enkele vrouw op de kandidatenlijst staan.

Dus: waarom staan er zo weinig vrouwen op één?

Waarom vinden we zo weinig vrouwen in leiderschapsposities? Volgens Marinka Lipsius, expert op het gebied van leiderschap, zijn er veel theorieën over waarom zo weinig vrouwen aan de top staan. „In Nederland zit dit vooral in onze cultuur. We kennen een lange historie van hoe wij aankijken tegenover vrouwen in leiderschapsposities, en dit verandert maar langzaam.”

De verandering moet volgens Lipsius van twee kanten komen. Enerzijds is goed voorbeeldgedrag nodig voor cultuurverandering. „Naarmate meer vrouwen op leiderschapsposities komen en deze goed invullen, wordt het normaal.” Lipsius moedigt vrouwen dan ook aan om moed op te brengen en vanuit eigen kracht te werken, in plaats van een slachtofferrol in te nemen.

Tegelijkertijd moeten mannen de toegevoegde waarde van vrouwen in leiderschapsrollen gaan inzien en niet verwachten dat zij deze rollen op eenzelfde manier invullen. Hierbij gaat het om het omarmen van diversiteit, niet alleen gender, maar ook verschillende culturen. „Mensen moeten zich realiseren welke winst te behalen valt met diversiteit” , aldus Lipsius.

En de verkiezingsprogramma’s dan?

In de verkiezingsprogramma’s van de partijen wordt veel gesproken over emancipatie en gelijkheid. Opinieblad Opzij heeft de partijen op basis van hun verkiezingsprogramma’s langs een ‘feministische meetlat’ gelegd. Het blad concludeerde dat de PvdA, GroenLinks en D66 het beste scoren op het gebied van vrouwenrechten. Zo pleiten GroenLinks en D66 bijvoorbeeld voor economische zelfstandigheid voor vrouwen en wil de PvdA ‘een Nederland waarin iedereen gelijk is’.

De PVV, SGP en 50PLUS scoren daarentegen zeer beroerd op het punt van emancipatie, meent Opzij. In deze verkiezingsprogramma’s wordt zeer weinig tot geen aandacht besteed aan vrouwen. In het programma van de SGP komt het woord ‘vrouw’ trouwens wel vaak voor, maar dit wordt veelal gebruikt in de context van het afschaffen van abortus en prostitutie.

Wat kan de kiezer doen?

Als kiezer is het mogelijk om een voorkeurstem uit te brengen, oftewel een stem voor iemand anders dan de nummer één op de kandidatenlijst. De kiezer kan dan zelf kiezen wie hij of zij graag in het kabinet ziet. Het initiatief stemopeenvrouw.com waarschuwt echter dat de eerste vrouw op de lijst kiezen weinig zin heeft. De stichting stelt dat deze vrouwen vaak toch al in de kamer komen en de voorkeursstemmen die een vrouw extra krijgt dan worden verdeeld over de volgende namen op de kieslijst, en dat zijn in de meeste gevallen mannen. Wat je wel kunt doen? Strategisch stemmen, aldus de stichting. „Maak het verschil door op een vrouw te stemmen die lager op de lijst staat en zonder voorkeurstemmen niet in de Tweede Kamer komt.”

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reageer op artikel:
Vrouwen in de Tweede Kamer: hoe staan we ervoor?
Sluiten