Els Anker
Els Anker Nieuws 12 feb 2017 / 13:30 uur

Taboe: transgender op de werkvloer

Een fors aantal transgenderpersonen in Nederland zegt te worden gediscrimineerd op het werk. „Als man werd ik simpelweg gewoon eerlijker betaald en had ik duidelijk en makkelijk meer aanzien”.

Van ontslag tot aan pesterijen op de werkvloer: het onbegrip voor transgenders is groot. Uit onderzoek van de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht, Transgender Netwerk Nederland en Gendertalent blijkt dat ruim 40 procent wel eens te maken heeft gehad met discriminatie op het werk.

Onbehagen

Genderdysforie is het diepe gevoel van onbehagen dat iemand ervaart als zijn/haar geslacht en identiteit niet met elkaar overeenkomen. De schattingen van het aantal transgenders in Nederland lopen sterk uiteen. Volgens het onderzoek identificeert circa 3,9 procent van de bevolking zich niet eenduidig met het geboortegeslacht.

Het rapport borduurt voort op eerder onderzoek van Rutgers en het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) uit 2010 en 2012. Toen bleek al dat discriminatie een obstakel was bij het vinden van werk. Uit dit nieuwe onderzoek blijkt vooral dat transpersonen met mbo of havo/vwo arbeidsdiscriminatie voor hun kiezen te krijgen. De kans op discriminatie blijkt het hoogste te zijn in de gezondheidszorg.

Transgenderpersonen moetendan ook harder werken om carrière te maken. Meer dan 25 procent van de deelnemers zegt ooit ontslagen of niet aangenomen te zijn vanwege discriminatie, nog eens 20,3 procent zwijgt op het werk over zijn of haar transitie. „Ik ben werkloos omdat mijn werkgever niet wilde opdraaien voor de tijd dat ik ziek ben en niet kan werken”, aldus een deelnemer.

Teleurgesteld

Uit het onderzoek blijkt dat het percentage transgenders dat arbeidsongeschikt of werkloos is, bovendien hoger is dan onder de algemene bevolking: 20 procent versus 10 tot 11 procent van de totale beroepsbevolking. Dit kan deels worden verklaard door de (geslachts)transitie die ze doormaken. Vanaf het eerste gesprek tot en met een eventuele operatie duurt het transitieproces ongeveer drie jaar, hoewel dit per persoon kan verschillen.

„Goed om te lezen dat er veel transgenderpersonen wel gelukkig zijn met hun baan en economisch zelfstandig is”, aldus Corine van Dun, voorzitter van Transgender Netwerk Nederland (TNN) in een reactie. „Maar ik ben ook erg teleurgesteld. Met al die programma’s op radio en tv, artikelen in kranten en bladen ging ik ervan uit dat er meer acceptatie van transgender personen is gekomen. Helaas blijkt nu dat dit nog steeds niet het geval is. Dat nog steeds veel te veel transpersonen aan de kant blijven staan.”

Genderpoli

Ook zijn de behandelwachttijden lang. Het Kennis- en Zorgcentrum voor Genderdysforie (VUmc) kreeg in 2016 ongeveer 700 nieuwe aanmeldingen, onder wie 200 kinderen en adolescenten. In 2008 waren dat er in totaal iets minder dan 200. Sinds de sluiting van de genderpoli van het UMC Leiden in januari zijn er nog maar twee genderpoli’s in Nederland waar transpersonen zich kunnen laten behandelen en opereren. Representatief is het onderzoek echter niet: ruim driehonderd respondenten vulden de vragenlijst in, „te klein voor harde conclusies”.

D66, PvdA en GroenLinks pleiten al langer voor een expliciet verbod op discriminatie van transgenders in de Algemene wet gelijke behandeling. Vorige maand dienden de partijen een initiatiefwet in om transgenders te beschermen. „De acceptatie van transgenders blijft nog veel te ver achter, dat maakt dit rapport nog maar eens pijnlijk duidelijk”, aldus Keklik Yücel (PvdA). „Ik vind het schrijnend om te zien dat transgenders vaker worden gediscrimineerd, te vaak onheus worden bejegend en minder kans hebben op de arbeidsmarkt. Iedereen in Nederland moet in vrijheid en gelijkwaardigheid zichzelf kunnen zijn.”

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reageer op artikel:
Taboe: transgender op de werkvloer
Sluiten