Anne-Fleur Pel
Anne-Fleur Pel Nieuws 10 jan 2017 / 07:02 uur

Wat is dat toch met die mist? ‘Mist’eries ontrafeld

Mist, mist en nog eens mist. Het lijkt wel alsof Nederland de laatste tijd dagelijks onder een witte sluier verborgen gaat. Is dat gevoel juist? Waar komt die mist eigenlijk vandaan? En worden mistlampen nu de standaardverlichting? Jaco van Wezel, meteoroloog en woordvoerder Weeronline, ontrafelt enkele ‘mist’eries.

Wat is mist en hoe ontstaat het?

Mist is eigenlijk niets anders dan een ‘wolk aan de grond’. Het zijn kleine waterdruppeltjes in de onderste meters van de atmosfeer. De hoeveelheid van deze waterdruppeltjes bepaalt in welke mate het zicht wordt beperkt. Voor het ontstaan van mist moet het ’s avonds en ’s nachts goed kunnen afkoelen en daarvoor moet weinig bewolking aanwezig zijn. Ook mag het niet hard waaien. Deze koudere lucht kan namelijk minder vocht bevatten en daardoor wordt de lucht op een gegeven moment volledig verzadigd en ontstaan waterdruppeltjes. Daarnaast kan mist ook binnendrijven vanaf zee of vanuit onze buurlanden.

Het lijkt of er de laatste tijd meer mist is dan anders. Is dat ook zo?

Afgelopen najaar en deze winter is het inderdaad erg vaak mistig. In De Bilt telden oktober en november allebei maar liefst 14 mistdagen en december 15. Januari staat inmiddels op vier mistdagen. Er is de laatste jaren geen duidelijke trend zichtbaar in het aantal mistdagen. Je ziet wel dat we in 2016 maar liefst 30 mistdagen meer hadden dan in 2015. Vooral in november en december was het verschil groot. Dit is simpel te verklaren door het feit dat het in november en december 2015 vaak hard waaide en in 2016 juist erg rustig was.

Hoe vaak is er dit en vorig jaar een weercode voor mist afgegeven?

Dit jaar is er al vier keer voor dichte mist in delen van het land gewaarschuwd. Vorig jaar was dat 67 keer. Niet iedere mistsituatie is ‘waarschuwingswaardig’. Er wordt gewaarschuwd als het zicht terugloopt beneden 200 meter, want dan wordt het hinderlijk voor het verkeer.

Betekent dit dat we vanaf nu jaarlijks zoveel mist hebben?

Nee, zodra we een jaar met meer wind te maken krijgen in de periode september tot maart kan het aantal mistdagen zomaar lager uitvallen. Dit zagen we ook in de periode november 2015 tot maart 2016. De ligging van hogedrukgebieden en lagedrukgebieden is voor het ontstaan van mist, zeker in de winter, erg bepalend. Onder een hogedrukgebied waait het niet en zit vaak veel vocht in de onderste laag van de atmosfeer opgesloten. Dit resulteert dan in mist. Heb je te maken met veel lagedrukgebieden, dan zorgt de wind voor menging van de atmosfeer en is de kans op mist klein.

Hoe was het een paar decennia geleden?

Mist komt steeds minder voor en daardoor hebben we ook meer zon. Dit komt doordat de lucht in Nederland steeds schoner wordt. Hoe meer luchtvervuiling, des te meer druppels zich op stofdeeltjes kunnen afzetten en des te slechter het zicht wordt. Met minder luchtvervuiling is het zicht in een vergelijkbare situatie nu beter dan 30 jaar geleden. De verwachting is dat de lucht komende jaren nog slechts langzaam schoner wordt en dat een verdere afname van het aantal mistdagen beperkt zal blijven.

Tijd voor mistlampen. Wanneer mag deze gebruiken?

Als je door mist bijna niets meer kunt zien, mag je als automobilist aan de voorkant het mistlicht aandoen, meldt de ANWB. De richtlijn die je kunt aanhouden is minder dan 200 meter zicht. Dus wanneer een weercode klinkt. Is het zicht meer en heb je toch mistlampen aan, dan staat hier een boete van 90 euro voor. Bij zicht niet verder dan 50 meter mag je ook aan de achterkant je mistlamp aanzetten. Dit is een fel rood lampje. Gebruik je dit licht verkeerd, dan kun je je achterligger verblinden en kan dit een boete van 140 euro opleveren. Een goed referentiepunt is het hectometerpaaltje dat om de 100 meter langs de weg staat.

Moeten fietsers geen mistlampen?

Mistverlichting voor de fiets is niet nodig, gewone verlichting is voldoende, zegt Saskia Kluit van de Fietsersbond. Dus laten we er eerst eens mee beginnen dat iedereen fietsverlichting heeft. Dat is het allerbelangrijkste. Mensen in de buitengebieden hebben vaak goede en voldoende verlichting voor mistsituaties. In steden is het zicht altijd wel voldoende gezien de snelheid die gefietst wordt. Bij auto’s gaat het vanwege de snelheid vaak mis. Als je 80 kilometer per uur rijdt en op 50 meter zie je ineens een auto, dan is dat vaak te laat. Op deze wegen rijden geen fietsers.

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reageer op artikel:
Wat is dat toch met die mist? ‘Mist’eries ontrafeld
Sluiten