Els Anker
Els Anker Nieuws 3 okt 2016 / 07:38 uur

Dierendag nog steeds heel hard nodig

Met de introductie van meldpunt 144 en de dierenpolitie eind 2011 heeft het aantal meldingen over dierenleed een grote vlucht genomen. In het eerste jaar na de introductie steeg het aantal met 38 procent (van 46.000 in 2011 naar 64.000 in 2012).

Dat blijkt uit onderzoek van Bureau Beke in opdracht van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. In het rapport Hoe lopen de hazen geeft de organisatie een beeld van vijf jaar dierenpolitie.

Grappenmakers

De dierenpolitie treedt op tegen mensen die dieren verwaarlozen en/of mishandelen, verleent hulp en probeert dierenleed te voorkomen. „Het thema is meer gaan leven bij burgers, maar ook bij professionals”, stellen de onderzoekers. Hoewel overlast (grapjassen, broekzakbellers, verkeerd gekozen nummer) op de meldlijn nog steeds een groot probleem is (30 procent van de gesprekken), komt dat nu minder voor dan in de eerste jaren.

De politie heeft in de verschillende regio’s in Nederland echter niet altijd dezelfde aandacht voor dierenwelzijn, constateert het onderzoeksbureau. Na de val van kabinet Rutte I (2010-2012) werd de fulltime dierenpolitie afgeschaft. In plaats van de vijfhonderd agenten bleven 180 speciaal getrainde dierenagenten zich voltijds bezighouden met het welzijn van de dieren.

„De politie vormt een onmisbare schakel in de aanpak en het signaleren van dierenleed”, aldus Van Beke. „Het is dan ook belangrijk dat de politie de kennis over dierenwelzijn kan onderhouden.”

Benarde situatie

De Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) komt het meest in actie voor verwaarloosde honden. Per jaar gaat het circa om 5.000 honden die uit vaak benarde situaties worden gered. Dieren die geen of te weinig voer krijgen, tussen hun eigen uitwerpselen moeten leven of in te kleine ruimten zitten opgesloten. Daarnaast treffen inspecteurs dieren aan waarvan de vacht zo slecht wordt verzorgd dat die helemaal is verklit en vervuild.

Waarom er meer zaken over honden zijn, laat zich volgens de inspectie gedeeltelijk verklaren door gerichte controles bij opvangcentra. „Daarnaast vermoeden we dat de manier waarop we deze dieren benaderen een rol speelt”, aldus de inspectiedienst. „Voor een zwervende hond wordt direct hulp ingeschakeld, een loslopende kat wordt veelal als normaal gezien. Verder lijken mensen zich niet goed te realiseren wat de zorg voor een hond (of ander dier) inhoudt, met alle gevolgen van dien.”

Benieuwd naar wat inspecteurs van de Dierenbescherming allemaal meemaken? ‘Dierenbeschermers’ volgt medewerkers tijdens hun enerverende werk:

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reageer op artikel:
Dierendag nog steeds heel hard nodig
Sluiten