Anne-Fleur Pel
Anne-Fleur Pel Nieuws 20 sep 2016 / 14:42 uur

Hulpverleners onder vuur in Aleppo

Het tijdelijk staakt-het-vuren in het Syrische Aleppo vulde Unicef-hulpverlener dr. Esraa Al-Khalaf met hoop. Zo konden hulpkonvooien de afgelopen dagen voedsel naar de geïsoleerde burgers brengen op een klein aantal plekken. Totdat maandagavond een konvooi in de buurt van de stad werd gebombardeerd. Er vielen minimaal twaalf doden waaronder hulpverleners van het Rode Kruis.

Een dag eerder schreef Esraa, voedingsdeskundige voor Unicef, nog een blog over haar leven in een van de gevaarlijkste steden ter wereld. „Een ’normale’ dag in Aleppo is lastig te vinden. Hoe kunnen we normaal leven in deze rampzalige oorlog? Maar we gaan door met leven.”

De schok van het bombardement is groot. Het konvooi was op de heenweg en heeft de mensen niet kunnen bereiken. Alle konvooien zijn nu tijdelijk stilgelegd. „Maar we blijven ons best doen en zijn niet van plan om op te geven”, zei Justin Forsyth, adjunct-directeur voor Unicef dinsdag in een reactie op de aanval.

Dr. Esraa praat met families in een noodopvang in de wijk al-Zahraa in het westen van Aleppo. Foto: Unicef

„Er zijn 300.000 mensen in Aleppo die we dagelijks water brengen. Als we weglopen, zouden zij massaal lijden. We werken aan de kant van de regering en de rebellen en doen ons best. Maar de oorlog moet stoppen. Tot die tijd kunnen we niet naar alle mensen die hulp nodig hebben.”

Voordat de oorlog begon, had de Syrische Esraa een ’gezellig’ huis in Aleppo en een eigen kliniek. Zoals zovelen vluchtte ze voor de oorlog en vond ze een geruïneerde stad toen ze in 2013 terugkeerde. Het huis dat ze vorig jaar betrok, moest ze onlangs ontvluchten vanwege vuurgevechten.

‘Ik mis vroeger’

„Maar ik hou van deze stad, hoewel ik mis hoe het vroeger was”, vertelt ze. „Ik mis hoe ik me compleet veilig voelde als ik na middernacht alleen door de prachtige straten wandelde. Aleppo was de stad die nooit sliep.”

Als voedingsdeskundige ziet Esraa dagelijks veel kinderen. Zoals Ali. Ze ontmoette hem voor het eerst als zes maanden oude, zwaar ondervoede baby wonend in een gebied dat zwaar onder vuur lag. Nadat Unicef hem had geëvacueerd, ging de jongen in acht maanden tijd zienderogen vooruit. „De lach op zijn voorheen betraande, uitgeputte gezicht was de grootste beloning voor mij.”

Maar Ali’s verhaal eindigde tragisch. Hij werd gedood toen hij twee jaar oud was. „Het gebied waar hij zich met zijn familie schuilhield, werd gebombardeerd. Ik zal Ali’s lach nooit vergeten. Ik zie Ali elke keer als ik een kind van zijn leeftijd zie.”

Partners van Unicef ging in juli in oost Aleppo van deur tot deur om noodvaccinaties uit te delen. Foto: Unicef

De stad is opgedeeld in een oostelijk en westelijk deel. Het oosten is onbereikbaar voor hulpverleners van Unicef, maar ze proberen de lokale hulp aldaar zoveel mogelijk te ondersteunen. Tienduizenden mensen zijn op de vlucht en vertonen tekenen van ondervoeding.

Artsen en andere gezondheidswerkers werken onder extreem gevaarlijke omstandigheden, en velen zijn gedood of verwond. Esraa bezocht onlangs een arts die in het ziekenhuis lag met metaalscherven in zijn gezicht nadat zijn mobiele kliniek was geraakt. „Hij keek mij aan en zei: ‘Wat er ook gebeurt, ik wil mijn stad niet verlaten.’”

Liefde en geloof

Dr. Esraa noemt werken in Aleppo een daad van liefde en geloof. „Je verblijft niet in een van de gevaarlijkste steden ter wereld als je niet van de stad, de mensen en de kinderen houdt. Misschien ben ik een dromer, maar ik denk dat wij een verschil kunnen maken.”

Reageer op artikel:
Hulpverleners onder vuur in Aleppo
Sluiten