Rens Oving
Rens Oving Nieuws 2 mei 2016 / 15:26 uur

Meer dan 70 jaar heibel om herdenking

‘Foute Keuze’, heette het gedicht van de 15-jarige Auke over zijn oudoom die bij de SS ging. En het was de bedoeling dat hij het op 4 mei 2012 op de Dam in Amsterdam zou voorlezen. Maar na een storm van kritiek werd Auke van het programma geschrapt. Op 4 mei herdenken we de slachtoffers, de oudoom van Auke kon best op een andere dag herdacht worden, was de conclusie.

In 2014 was er ook weer ophef toen de burgemeester van Vorden na de lokale herdenking langs graven van Duitse soldaten wilde lopen. En dit jaar hebben we #geen4meivoormij.

Er blijkt niets nieuws onder de zon. Kritiek op dodenherdenking is zo oud als de herdenking zelf. In de eerste jaren na de oorlog kwam die vooral uit de hoek van Indiëveteranen, die vonden dat hun gevallen kameraden ook een plek in de geschiedenis verdienden. Daar kwamen later de militairen die in Korea hadden gevochten bij.

https://twitter.com/behagelslag/status/727058579769929728

„In de eerste jaren na de oorlog was het nog heel erg zoeken”, zegt historicus Kees Ribbens, van het het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust en Genocidestudies. „Er was wel het besef dat er ‘iets’ herdacht moest worden. Maar hoe dat precies moest, wist men eigenlijk ook niet. Tekenend daarvoor is ook dat 5 mei geen officiële vrije dag werd, dat zou te veel geld kosten en dat kon er tijdens de wederopbouw van het land niet vanaf.”

Er werd dus wel herdacht, maar dat werd vooral particulier en lokaal georganiseerd. En wanneer dat gebeurde, kon ook behoorlijk verschillen. Soms was het op de derde mei, dan weer op de vierde of de vijfde.

Op de Dam

Pas in 1961 kwam er een nationale herdenking op de Dam in Amsterdam. In het bijzijn van de koningin werden om 16.00 uur ’s middags ‘allen die sinds 10 mei 1940 in naam van het Koninkrijk der Nederlanden –als militair of als burger – gesneuveld waren’ herdacht.

Die nationale herdenking moest in de middag plaatsvinden omdat de gemeente Amsterdam ’s avonds haar eigen herdenking hield. De nationale herdenking, met de 2 minuten landelijke stilte om 20.00 uur, zoals we die nu kennen, is pas vanaf 1988.

Wie wel, wie niet

„Er is altijd gedoe geweest over dodenherdenking”, zegt Ribbens. „Wie noem je wel en wie noem je niet? Het is bijvoorbeeld ook opvallend dat de geallieerde soldaten eigenlijk nooit in de herdenking betrokken worden. Het gaat om de Nederlandse slachtoffers.”

En van die Nederlandse slachtoffers waren vlak na de oorlog vooral de militairen en verzetshelden belangrijk. Door de nazi’s vervolgde groepen zoals Joden, homoseksuelen en ook Sinti en Roma werden niet, of slechts als kanttekening, genoemd. Dit veranderde langzaam in de jaren 70, toen bij het grote publiek steeds meer bekend werd over de holocaust.

Foto:ANP

„De laatste jaren is weer een nieuwe discussie ontstaan over aandacht voor NSB’ers en omgekomen Duitse soldaten”, zegt Ribbens. „Maar dat blijkt elke keer bijzonder gevoelig te liggen. Zeker zolang er nog slachtoffers in leven zijn.”

Wie herdenken we?

Wie we herdenken, is met de jaren flink veranderd. In de woorden van het Nationaal Comité 4 en 5 mei klinkt het nu zo:

„Tijdens de Nationale Herdenking herdenken wij de Nederlandse oorlogsslachtoffers. Allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, en daarna in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.”

Die tekst werd in 2011 voor het laatst aangepast. Naast omgekomen kwam toen ook vermoord te staan. Zo moest de doelbewuste vernietiging van Joden, Roma, Sinti en homoseksuelen en andere vervolgde groepen worden benadrukt.

De groep die herdacht wordt, is al heel lang niet meer beperkt tot de slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog, maar het gaat wel expliciet om Nederlanders. Soldaten of burgers, hier in Nederland of ergens anders op de wereld.

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reageer op artikel:
Meer dan 70 jaar heibel om herdenking
Sluiten