Bianca Brasser
Bianca Brasser Nieuws 19 nov 2015 / 15:13 uur

‘Radicalisering begint soms al op de basisschool’

„Soms begint het al op de basisschool: radicalisering.” De PO-Raad, de sectororganisatie voor het primair onderwijs, riep donderdag leerkrachten op ‘allemaal alert te zijn’. „Een kind is te beïnvloeden, dat weten we allemaal. Dus is het zaak om al in een vroeg stadium signalen te kunnen duiden”, schrijft de raad op zijn website.

Bomhandleiding

Maar die signalen zijn volgens Stichting School en Veiligheid (SVV) niet zomaar op een presenteerblaadje te geven. Zelfs de jongen die een complete handleiding voor het in elkaar knutselen van een bom uitprint, is niet automatisch een jihadist, waarschuwt de stichting op een speciaal in het leven geroepen themapagina die de leerkracht een handvat moet bieden wat betreft radicalisering.

Zomaar stickers plakken op het gedrag van kinderen en jongeren kan zelfs averechts werken. „Het risico dat zij zich in een hoek gedrukt voelen en zich afkeren van de school, hun toevlucht zoeken tot het internet en daar onder elkaar verder radicaliseren, is zeer reëel.”

Gedrag

Maar hoe kan de leerkracht dan alert zijn? En waar zou je als ouder op kunnen letten als je kind met een vriendje thuiskomt waarbij je toch een ‘het zit me niet lekker’-gevoel hebt?

SVV wijst onder andere naar een dit jaar verschenen publicatie ‘Puberaal, lastig of radicaliserend?’ Deze publicatie moet docenten die met kinderen van 10 tot 18 jaar te maken hebben, bijstaan om radicalisering te herkennen. Een van de eerste kenmerken is volgens dit rapport gedragsverandering.

Bijvoorbeeld de wijze waarop een jongere zich uit en kleedt. Er kan een andere houding tegenover de maatschappij worden aangenomen en bepaalde vrienden zouden kunnen worden afgestoten. In plaats daarvan komen radicalere vrienden.

Wij versus zij

Ook de manier van praten en de onderwerpen waar het kind het in de klas over heeft, is iets waar leerkrachten volgens SSV op zouden moeten letten. „Een leerling gaat geloven in een extremistisch wij-zij-verhaal.”

En dan?

„Blijf in gesprek met de leerling waarover je je zorgen maakt”, luidt het eerste advies. „Houdt het niet-pluisgevoel rond de leerling aan? Dan moeten externen worden ingeschakeld.” Dat kunnen collega’s zijn, de ouders van het kind, of bijvoorbeeld de voetbalcoach om de ervaringen met elkaar te delen. Uiteindelijk kunnen instellingen worden ingeschakeld, de gemeente en de politie. Wanneer een leerling zegt naar Syrië te gaan of zegt zich te willen aansluiten bij IS, is een school verplicht direct de politie in te schakelen.

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief! 🌐

Wil jij iedere donderdag om 16.00 uur de parels uit het Metroweb, winacties en meer fun ontvangen? 🤹‍♀️

Reageer op artikel:
‘Radicalisering begint soms al op de basisschool’
Sluiten