Bianca Brasser
Bianca Brasser Nieuws 27 jan 2015 / 19:35 uur

‘Waarvoor ga je nou nog naar de V&D?’

V&D is vlees noch vis, zo stelt een jong koppel in de Kalverstraat. De afgelopen weken is het warenhuis keer op keer negatief in het nieuws. Het einde van het V&D-tijdperk of is er nog hoop? Metro nam een kijkje in het warenhuis.

„Twee overhemden gescoord”, zegt Adriana van Loon terwijl ze trots een plastic tasje met zwarte V&D-letters omhooghoudt. De geruite, strak in plastic verpakte, herenoverhemden steken aan de bovenkant uit het net iets te kleine tasje. „Ik had een tegoedbon”, voegt ze er aan toe. „Anders was ik hier niet heen gegaan.” Ze kijkt nog eens rond in de V&D-winkel aan de Kalverstraat waar om de paar meter grote rode borden met witte letters ’Sale’ schreeuwen. „Ik kom hier eigenlijk nooit meer.” Een stilte volgt. „Tenzij ik naar de wc moet.”

Barre tijden

Het gaat niet goed met het van oorsprong oer-Hollandse warenhuis. Het personeel moet 5,8 procent van het salaris inleveren, er worden arbeidsplaatsen geschrapt en aan de verhuurders van de panden is gevraagd om vier maanden geen huur te vragen, daarna wil V&D een structurele huurverlaging. De nood lijkt hoog.

Geen iconen

„Waarvoor ga je nou nog naar V&D?”, vraagt retaildeskundige Paul Moers zich af. „Ze hebben geen iconen. Er is van alles een beetje en daardoor is er net niks. Wat is de doelgroep? Alles en iedereen en daardoor niemand.” De concurrentie waar V&D de laatste jaren mee te kampen heeft, is volgens Moers niet niks. „Ketens als Zara, H&M, Forever 21 en Primark zijn enorm in opkomst. Daar vinden mensen hippe kleding tegen een lage prijs. Waar de Bijenkorf duidelijk een keuze heeft gemaakt en nog meer inspeelt op een doelgroep met geld, heeft V&D niks met de veranderende markt gedaan.”

Suf en duf

De 17-jarige Sanne van der Avoird en haar vriendin Maartje Kloet beamen: „Ik koop eigenlijk overal mijn kleding, behalve bij V&D. Ik zie hier alleen suffe duffe kleding en niet goedkoop.” Maar waarom lopen de meiden dan wel in het warenhuis? „Schoolspullen”, klinkt het in koor. „En misschien voor een sjaaltje ofzo?”, voegt Kloet er na lang nadenken aan toe.

Achter haar komt een jonge vrouw binnen. Met een stevige pas beent ze op het bord af waarop staat aangegeven welke productgroepen op welke verdieping te vinden zijn. Ze zucht. „Ik weet hier nooit waar ik heen moet.” Resoluut draait ze zich om, grijpt haar vriend vast, die net een paar passen binnen heeft gezet, en trekt hem weer mee naar buiten. „Totaal geen overzicht hier”, moppert ze.

Pompen of verzuipen

Is V&D nog te redden? „Fifty, fifty”, zo schat Moers de kansen in. „Het restaurant La Place is een trekker. Maar wat je daar ziet zitten, loopt niet in de winkel. V&D moet iconen bedenken. Kies een categorie: kleding, sieraden, slapen of koken, het maakt niet uit. Kies iets en doe er iets bijzonders mee. De mensen moeten voor dat product of die categorie naar de V&D rennen.”

Daarnaast hoopt Moers dat technologie de winkels binnenkomt. „V&D is nu een winkel van gisteren, ze lopen hopeloos achter. De wereld van gadgets hebben ze volledig gemist. De winkels moeten spannend gemaakt worden. Denk aan fluisteretalages, virtuele paskamers, hologrammen, tablets waarmee je winkelpersoneel kan roepen, noem maar op. De Bijenkorf maakt op dit gebied echt kilometers. Er is werk aan de winkel voor V&D. Pompen of verzuipen.”

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reageer op artikel:
‘Waarvoor ga je nou nog naar de V&D?’
Sluiten