Kamiel Visser
Kamiel Visser Woningmarkt 7 sep 2026, 
Leestijd: 3 minuten

CBS ziet opvallende kloof: jonge generaties zijn rijker, maar Gen Z blijft achter met koophuis

Jongere generaties hebben in de regel een groter vermogen en meer koopkracht dan voorgaande generaties, blijkt uit een analyse van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dat komt doordat het vermogen de afgelopen decennia in het algemeen is toegenomen. Meer vermogen staat overigens niet gelijk aan een eigen huis: op dat vlak doet generatie Z het juist slechter dan hun voorgangers.

Tussen 1993 en 2024 nam het algemene vermogen in Nederland toe. Dat betekent dat vrijwel alle generaties vermogender zijn dan de generatie die voor hen kwam. Met name in de periode 2014 tot 2022 steeg het vermogen flink doordat de huizenprijzen stegen. Gunstig voor de een, minder gunstig voor de ander.

Waarom millennials en Gen Z pas vanaf hun 30ste meer vermogen hebben

Jongere generaties hebben meestal meer koopkracht en een hoger vermogen dan oudere generaties op dezelfde leeftijd hadden. Zo is op 45-jarige leeftijd de koopkracht van de generatie geboren tussen 1970 en 1985 bijna anderhalf keer zo groot als die van de babyboomers, die tussen 1945 en 1955 zijn geboren. En zo neemt de koopkracht telkens een beetje toe.

Toch zijn er ook kanttekeningen. Tot ongeveer dertig jaar hebben de generaties geboren vanaf 1985 (millennials en gen Z) minder vermogen dan hun voorgangers. Dat komt doordat zij langer doorstuderen en nog geen werkend salaris hebben. Pas rond hun dertigste wordt een inhaalslag gemaakt. Dan hebben millennials en Gen Z juist meer vermogen. Reden daarvoor zijn de stijgingen van de huizenprijzen. Een huis wordt namelijk ook meegerekend als eigen vermogen.

Verschillende generaties profiteren van huizenprijzen, Gen Z niet

Toch is een eigen huis niet voor elke generatie een gegeven. Als begin twintiger hebben de generaties geboren tussen 1955 en 2000 ongeveer even vaak een eigen woning, terwijl de jongste generatie Z hierin wat achterblijft. Reden daarvoor is het woningtekort en de relatief hoge huizenprijzen in ons land.

Wie al een huis had, zag zijn of haar eigen vermogen groeien door die stijgende huizenprijzen. Wie nog geen huis had, zag zijn of haar kansen op een huis juist slinken. Allerlei generaties kunnen profiteren van de huizenprijzen: van babyboomers tot millennials.

Waar millennials en generatie Z het juist beter doen, is hun koopkracht op peil houden wanneer er eenmaal kinderen zijn. Bij oudere generaties stopten vrouwen in dat geval wat vaker met werken, terwijl dat bij jongere generaties minder gebeurt.

41 procent van de starters heeft minder zin om nu een huis te kopen

Dat de woningmarkt nog niet bekoeld is, was al langere tijd duidelijk. De huizenprijzen stijgen nog steeds. De moed zinkt bij starters soms aardig in de schoenen. Eerder berichtte Metro al dat 41 procent van alle starters op de Nederlandse woningmarkt op dit moment minder graag een eigen huis koopt dan aan het begin van dit jaar. Als de woningen veel goedkoper worden, verandert dat de zaak.

Vooral dertigers lijken te zijn bekomen van de ergste drang rond het kopen van een eigen huis. Sterker nog: ruim twee derde van alle ondervraagde dertigers stelt in de huidige markt zelfs helemaal niet (meer) te willen kopen. „Het lijkt erop dat starters hun kansen op de woningmarkt steeds realistischer inschatten en daar ook conclusies aan hangen”, zei Hergen Dutrieux van Viisi Hypotheken eerder al.

„Het is gemakkelijk om je door de huidige situatie uit het veld te laten slaan, maar vergis je niet. Wat niet is, kan nog komen. Soms maakt een relatief kleine verandering van je inkomen, woningaanbod en/of woningprijs al het verschil tussen wel óf niet kopen.”

Dit zijn de best gelezen artikelen van dit moment:

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Kamiel Visser
Geschreven door Kamiel Visser

Kamiel heeft Journalistiek gestudeerd en houdt zich voor Metro bezig met schrijven in de breedste zin van het woord: van flitsende nieuwsberichten tot diepgravende achtergrondverhalen. Een rode draad in zijn werk zijn digitale cultuur, sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen, geschiedenis en minderheidsgroepen. Het liefst een combinatie van meerdere. Altijd met een vlotte pen, vaak met een serieuze toon, en waar het kan met een tikje humor.

Reacties