Meer werkenden leven in armoede, vooral zzp’ers
Het aantal werkenden dat in armoede leeft is gestegen, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In 2024 ging het om 175.000 mensen, zo’n 2 procent van alle werkenden. Bijna de helft van hen had niet het hele jaar werk, bijvoorbeeld door tijdelijke banen of perioden zonder inkomen. De toename volgt op jaren van daling, mede door het wegvallen van coronasteun en de energietoeslag.
Ruim 20.000 meer werkenden hadden in 2024 te weinig geld voor hun huishouden dan een jaar eerder. Het CBS verstaat daaronder dat zij de minimale levensbehoeften niet kunnen betalen. Zelfstandigen zonder personeel liepen met 4,4 procent ruim twee keer zo vaak het risico op armoede als werknemers. Ook langdurige armoede kwam onder zzp’ers relatief vaak voor. Het inkomenstekort van arme zelfstandigen was bovendien groter dan dat van arme werknemers.
Hoewel het CBS niet met zekerheid kan zeggen wat de oorzaak is van armoede onder zzp’ers, wijst het erop dat zij een onzekerder bestaan leiden dan mensen in loondienst. Daardoor zijn hun inkomens volatieler. „Bij het inkomen van zzp’ers zie je meer uitschieters naar boven en naar beneden”, licht een woordvoerder toe. Hij verwacht niet dat de wet rond schijnzelfstandigheid effect heeft op het aantal zzp’ers in armoede. „Bovendien is deze wet pas vorig jaar ingegaan. Dit soort zzp’ers werkte vaak verkapt in loondienst en kreeg dus regelmatig loon gestort.”
‘Schrijnend’
Van de arme werkenden had 63 procent minder dan vier jaar betaald werk als belangrijkste inkomstenbron. Bij alle werkenden was dat 18 procent. Van de werknemers die net aan het werk waren, had vrijwel iedereen een flexibel contract of werkte in deeltijd.
Bijna een kwart van de arme werkenden was jonger dan 25 jaar. Ook wonen zij veel vaker alleen of in een eenoudergezin dan gemiddeld.
CNV-voorzitter Piet Fortuin noemt de stijging van het aantal werkenden in armoede „zeer schrijnend”. De vakbond bezoekt woensdag informateur Rianne Letschert met de oproep dat het nieuwe kabinet moet blijven inzetten op vaste contracten en werknemersrechten ongemoeid moet laten. „De WW-verkorting moet de prullenbak in. Ook aan het ontslagrecht en de ontslagvergoeding moet het nieuwe kabinet niet morrelen. De nieuwe cijfers bewijzen weer dat we met flexibilisering niets opschieten.”
ANP