Mario Wisse
Mario Wisse Entertainment 30 mrt 2018 / 10:00 uur

50 Jaar Paradiso: ‘Vroeger was het een puinhoop’

Journaliste Hester Carvalho (53) schreef een ode aan Paradiso, de beroemde Amsterdamse poptempel – eigenlijk een kerk – die vrijdag precies vijftig jaar bestaat. Uit de ruim 23 duizend optredens die sinds 1968 aan de Weteringschans werden gegeven, selecteerde ze vijftig legendarische shows.

„Het is een combinatie van concerten waarvan ik wist dat ze er sowieso in moesten en dingen waarvan ik heb horen zeggen dat ze belangrijk en bijzonder waren”, zegt Carvalho, die sinds 1990 over popmuziek schrijft voor de NRC. „Ook heb ik geprobeerd om wat genres betreft zo breed mogelijk te zijn.”

Paradiso, een voormalige kerk van kerkgenootschap De Vrije Gemeente aan de Weteringschans in Amsterdam.

‘Was wel leuk’

In Paradiso 50 Jaar voert Carvalho bij de concerten die langskomen concertbezoekers, vaak journalisten en (ex-)Paradiso-medewerkers, op die hun herinneringen aan de bewuste shows delen. „Ik zocht naar een manier om de concerten tot leven te brengen, dat was mijn grootste wens. Wat gebeurde er nou precies op die avonden? Zo kwam ik op deze vorm, want degenen die erbij waren kunnen het vertellen. Ik wilde juist níet muzikanten aan het woord laten want die hebben teveel concertherinneringen en zeggen ‘ja, dat was wel leuk’.”

Doe Maar in Paradiso op 8 april 1983./Foto: Peter Elenbaas

Doe Maar

Het boek is onderverdeeld in tijdvakken van telkens tien jaar. Zelf bewaart Carvalho de beste herinneringen aan de periode van eind jaren zeventig tot eind jaren tachtig, haar coming-of-age jaren. „Natuurlijk bij uitstek de fase waarin je dingen intens ervaart. Maar ook muziekhistorisch was het een bloeitijd, met punk, reggae, Afrikaanse muziek en de opkomst van Nederlandse artiesten als Herman Brood en Doe Maar.”

Waarom kon niemand anders dan jij dit boek maken?
Paradiso is de plek waar ik buiten mijn huis het vaakst kom. Al sinds mijn achtste, toen ik naar de kindermiddagen en het macrobiotische restaurantje in de kelder ging, ben ik er kind aan huis. Ik zat op het Barlaeus Gymnasium tegenover Paradiso en vanuit het natuurkundelokaal kon je de bands zien aankomen. Na school gingen we daar dan naartoe om handtekeningen te vragen en te proberen op de gastenlijst te komen.

Wat maakt Paradiso zo bijzonder?
Dat heeft voor mij voor een belangrijk deel te maken met vertrouwdheid, omdat ik er al zo lang kom. Maar het is ook midden in Amsterdam, de plek waar hét gebeurt. Daarnaast is het een mooie zaal waarvan ik denk dat daar de dingen gebeuren die ik belangrijk vind. Wat het nog extra elan geeft: bands vinden het vanwege de plek, de historie en de sfeer altijd heel leuk om er te spelen.

Heb je een vaste plek?
Ik sta altijd links vooraan. Lang heb ik, net als veel andere journalisten, achterin gestaan, want we wilden ons niet helemaal tussen de fans storten. Totdat iemand zei dat je juist helemaal vooraan moet gaan staan omdat je het optreden daar het meest beleeft. Hij had gelijk.

Wat is het beste dat je er ooit zag?
Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig was ik helemaal verpletterd door The Jam, XTC en U2. Maar dat is al zo lang geleden. Het optreden van Nirvana staat me nog heel erg helder voor de geest. Alabama Shakes ook.

Welke van de concerten die in het boek staan heb je jammerlijk gemist?
Ik ben goed in het missen van legendarische concerten, heel veel dus. De Rolling Stones heb ik niet gezien, Prince niet, David Bowie niet. Amy Winehouse was om 1 uur ’s nachts, het was aan het sneeuwen en ik dacht: ach, die zie ik nog wel een keer.

Alex Turner van Arctic Monkeys in Paradiso, juni 2011.

Bij welke van de – zeker achteraf – legendarische shows in de bovenzaal van Paradiso was je?
Arctic Monkeys heb ik er gezien met een zaal vol Britten die door het dolle heen waren, dus je voelde wel dat het iets kon worden. Ik vond het wel aardig, maar ben later groot fan geworden. Coldplay zag ik er ook een keer, maar dat weet ik eigenlijk niet meer zeker. Ik heb natuurlijk ook weer veel meer gemist dan gezien waarbij ik vooral spijt heb van Jeff Buckley. Hij moest dan ook écht in het boek.

uub van der Lubbe is met De Dijk absoluut recordhouder wat aantal Paradiso-shows betreft: naar verluidt 76 keer.

Paradiso is enorm veranderd: van een paar concerten per week naar soms vier of vijf concerten en evenementen op één avond. Goede ontwikkeling?
Dat er soms vier dingen op een avond zijn vind ik goed, dan kun je veel beleven ook. Vroeger was het een puinhoop, de hoofdact begon eigenlijk nooit voor half elf, er waren vechtpartijen. Paradiso was ook vaak gewoon dicht. Maar dat gebrek aan structuur had ook charme. Waar ik bijvoorbeeld met warme herinneringen aan terugdenk is dat je er na een concert bleef om te kletsen en dansen. Dat gevoel na een concert, met zijn allen ergens staan en dat hebben meegemaakt, is voor mij eigenlijk altijd het hoogtepunt van de avond. Dat is nu voorbij want je wordt heel snel de deur uitgezet. Dat is jammer. Maar tegenwoordig heb je in de kelder een soort afterpartyruimte, dat is ook wel leuk.

Is Paradiso te braaf geworden misschien?
Dat niet, maar Paradiso is wel netjes geworden ja. Net als de muziekwereld. Enerzijds vind ik het prettig: de angstige spanning is eraf en ik ben blij dat concerten tegenwoordig gewoon om half negen beginnen. Maar ik denk ook met tevredenheid terug aan de tijd dat het nog chaos was.

Paradiso 50 jaar. In vijftig legendarische concerten van Hester Carvalho is verschenen bij uitgeverij Nieuw Amsterdam en kost 29,99 euro. Boekpresentatie op zaterdag 31 maart tijdens de viering van 50 jaar Paradiso in Paradiso.

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reageer op artikel:
50 Jaar Paradiso: ‘Vroeger was het een puinhoop’
Sluiten