Margot Smolenaars
Margot Smolenaars Dossier 31 aug 2017 / 13:02 uur

De roker: van stijlicoon tot sneue junk

Roken stoer? Dertig jaar geleden misschien, maar anno 2017 is dat anders. Rokers zijn inmiddels de meelijwekkende uitzondering. Margot Smolenaars zag al rokend hoe die verandering zich voltrok, en beschrijft de ontwikkelingen die zorgen dat er straks een generatie opgroeit die een sigaret gelijkschakelt met een spuit heroïne.

Als je dit leest, zit ik met een nicotinepleister op mijn buik geplakt de eerste uren van ontwenning door te zenuwen. Ik ben gestopt. Voor de zesde keer inmiddels. Het kost een roker gemiddeld zes stoppogingen om de sigaret voorgoed af te zweren. Dus dit keer is het menens.

Mijn rokende leven omspant 28 jaar en begon met een Golden Fiction-sigaret zonder filter. Die lag gewoon bij ons in de kast, naast het snoep en de chips. Mijn ouders rookten niet, maar zorgden goed voor hun rokende bezoekers. Als familie en vrienden langskwamen, stonden er een glaasje sigaretten en een doos sigaren naast de borrelnootjes. Als 13-jarige kon ik dus mijn nieuwsgierigheid naar hoe roken dan vóelde, meteen bevredigen door in een onbewaakt ogenblik een Golden Fiction te ontvreemden uit de kast.

Vind je dat jong? Ach, wat is jong. In Nederland steken jaarlijks 27.000 kinderen voor het eerst een sigaret op als ze 12,9 jaar oud zijn (Trimbos, 2015). Dat is al een stuk ouder dan in 2003, toen die eerste peuk op 11,8-jarige leeftijd in de hens ging bij maar liefst 37.000 kinderen.

Breinorgasme

Precies 7 seconden na het inhaleren, arriveert de nicotine in je hersenen en maakt daar intens genot los. Dat dacht ik tenminste altijd. Tot longarts Pauline Dekker dat beeld ietwat nuanceerde: „Rokers zitten eigenlijk altijd in een dip. Alleen als ze een sigaret roken, voelen ze zich goed, op de nullijn zeg maar, waar niet-rokers altijd zitten.”

Dat lekkere gevoel is de reden waarom rokers die grafadem, rookwalm, gele tanden en geasfalteerde longen voor lief nemen. „Al een half uur na het roken van een sigaret begin je ontwenningsverschijnselen te vertonen”, legt longarts Wanda de Kanter uit. „Die vertalen zich in een gevoel van onrust, ongenoegen, stress, dat alleen verdwijnt door de volgende op te steken. Daardoor gaat de roker ontspanning associëren met roken. Op den duur kaapt de sigaret het beloningssysteem in je hersenen.”

Nicotine is zo effectief, omdat een sigaret niet alleen tabak bevat. Er zitten maar liefst vierduizend stoffen en chemische verbindingen in, die er allemaal voor zorgen dat de werkzame stof doet wat-ie moet doen: de roker verslaafd houden. Zo trek ik niet alleen nicotine mijn lijf in, maar ook benzeen (supergiftig), formaldehyde (waarmee lijken gebalsemd worden), teer (ligt ook op de weg), polonium (radioactief! OMG!) waterstofcyanide (dat is een pesticide), cadmium (zit in batterijen), arseen (juist, rattengif) en ammoniak (wc-reiniger).

Tabaksgenocide

Hoewel het gevoel dat nicotine veroorzaakt, vergelijkbaar is met wat cocaïne of heroïne teweegbrengt, zijn de gevolgen dat niet: nicotine is door al die toevoegingen vele, vele malen verslavender. Nicotine eist ook verreweg de meeste doden. Jaarlijks sterven in Nederland 20.000 rokers. Aan cocaïne overlijden 24 mensen, aan opiaten nul. (Jellinek, 2013).

Vanwege dat belachelijk hoge sterftecijfer vergeleek longarts Pauline Dekker tabak al eens met genocide. Met haar collega Wanda de Kanter startte zij in 2008 een kruistocht tegen de tabaksindustrie om dat hoge sterftecijfer in te dammen. „80 procent van ons werk bestaat uit het behandelen van mensen die ziek zijn geworden door roken. Totaal onnodig, dus. Eén op de vier rokers haalt zijn pensioenleeftijd niet, en tabak ligt in de supermarkt praktisch naast de koekjes. Dat is moreel niet juist”, vindt ze. „Legaal wil niet zeggen dat het normaal moet zijn. Apartheid was ooit ook legaal. Zo is het ook met tabak: het is een kwestie van tijd voor we gaan zeggen: waar waren we in godsnaam mee bezig?”

Johnny Depp rookt ook

Mijn eerste pak shag kocht ik toen ik 14 was, zonder problemen, van mijn zakgeld. De meeste verstokte rokers beginnen rond die leeftijd dagelijks te roken en raken dan binnen vier weken verslaafd, want zo snel gaat het. Rond 17, 18 jaar zat ik op vier pakken shag per week, vijf als ik vaak uitging, wat betekent dat ik zo’n 35 sigaretten per dag verpafte. Mijn studententijd vloog voorbij in een blauwe walm. Als ik na het aanschaffen van mijn rookwaar nog geld overhad, kocht ik ook nog eten. Ik was heel dun in die tijd.

Roken mocht ook overal. In de trein had je nog rookcoupés. Op het schoolplein mocht het, in winkels, de kantine, de kroeg, tijdens concerten, in restaurants. De meeste volwassenen hadden er geen enkel probleem mee om in huis te roken. In de bladen stonden advertenties vol glanzend knappe, viriele, rokende jongeren, sponsorden merken als Drum en Pall Mall zichtbaar concerten en festivals en een hottie als Johnny Depp, toen te zien in 21 Jump Street, werd veelvuldig gefotografeerd met een sigaret in zijn mondhoek (en kijk hoe hij er nu bijloopt).

Betutteling

Tot in 1990 het rookverbod in overheidsgebouwen inging. Dat bleek een opmaat voor het recht op een rookvrije werkplek, die weliswaar in 2004 pas wettelijk ingevoerd werd, maar eind jaren ’90 al was voorgekneed. Onder luid protest van rokers, mind you, want belachelijk. Roken is een eigen keuze, was het argument. Wat een betutteling. Dezelfde discussie werd tot 1 juli 2008, de dag waarop de sigaret uit de horeca verbannen werd, keer op keer herhaald, als een gebroken plaat.

Effect had het wel. De overheidsacties gingen gepaard met – voor het eerst – een forse daling in het aantal rokers. Ongeveer een kwart van de bevolking rookt nu. Rond 1990 was dat nog bijna 40 procent. Toch gooit de overheid nu alle ballen op preventie, om jongeren van het roken af te houden. Aan grote campagnes, maatregelen of acties om het aantal volwassen rokers terug te dringen, waagt ze zich niet. „Preventie is het speerpunt”, bevestigt onderzoeker Gera Nagelhout, die werkt voor onderzoeksbureau IVO en Universiteit Maastricht. „Terwijl blijkt dat het heel lastig is om jongeren te ontmoedigen als veel volwassenen om hen heen roken.”

Nagelhout beaamt dat er een kentering gaande is: op vrijwillige basis worden steeds meer plekken waar veel kinderen komen rookvrij gemaakt. „Speelplekken, pretparken, dierentuinen, kinderdagverblijven”, somt ze op. „Dat noem je sociale denormalisatie: roken wordt steeds minder als normaal gezien.”

Ver weg? Minder waard

Hoe jonger een kind is als het begint met roken, hoe meer vat de verslaving krijgt. Door al zo jong mijn eerste sigaret op te steken, is mijn brein de sigaret gaan linken aan van alles, behalve aan de gevolgen. Delay discounting, heet dat in de wetenschap: zaken die ver in de toekomst liggen, hebben minder waarde. Dus kies ik keer op keer voor dat lekkere gevoel, terwijl ik weet dat ik mijn kans op longkanker aanzienlijk vergroot. In feite stop ik veel geld in mijn eigen, langzame vergiftiging.

Ik ben geen uitzondering: de meeste verstokte rokers beginnen in hun tienerjaren en blijven puberaal denken over hun eigen verslaving: to hell met de gevolgen, geef hier die peuk. Pubers, zo weten we, zijn nu eenmaal niet bezig met de lange termijn. Ze willen dingen, en ze willen het meteen, ongeacht de risico’s. „In de puberteit is de afdeling planning en control tijdelijk dicht wegens reorganisatie”, verwoordt Dekker dat. „De meeste pubers denken niet aan de lange termijn, ook omdat ze er simpelweg niet mee geconfronteerd worden als het om roken gaat. Ze zien alleen mooie, jonge, levenslustige mensen roken.” De reden dat er geen Pink Ribbon-achtige bewustwording rondom longkanker is, is ontnuchterend. „Longkankerpatiënten leven daar niet lang genoeg voor”, zegt Dekker. „Niemand ziet onze patiënten”, voegt De Kanter daar aan toe. „En die 20.000 doden kunnen niet meer spreken.”

Eigen schuld

AnneMarie van Veen kan dat wel. Deze moeder van drie jonge kinderen is nu 44 jaar en begon op haar vijftiende met roken. Op 9 juni 2014 vertelde haar arts dat ze longkanker stadium vier heeft: de ergst denkbare diagnose. Ze leeft nu drie jaar met longkanker. Iedere zes weken gaat ze onder de scan en elke drie weken krijgt ze een behandeling, die vooralsnog aanslaat. Toch zijn haar vooruitzichten grimmig. „Mijn geluk is dat ik een genmutatie heb, waarvoor doelgerichte medicijnen bestaan. Maar zodra de kanker resistent wordt voor die pillen is er niets meer voor mij. Dat kan binnen een paar maanden gebeuren, het kan ook langer duren. Maar ik ga hoe dan ook dood hieraan.”

Verwijten doet ze zichzelf niks. „Nee, waarom zou ik? Het eerste dat mensen vragen als je zegt dat je longkanker hebt, is: maar je hebt toch gerookt? Heb je borstkanker, dan zeggen ze: goh, wat erg.” De onderliggende gedachte: je rookt, en dat doe je toch echt zelf, en dus zijn de gevolgen eigen schuld, dikke bult, onderschrijft Van Veen niet. „Eigenlijk vind ik dat een onbeschofte gedachte. Ik was vijftien toen ik mijn eerste sigaret rookte. Ik kon de gevolgen daarvan helemaal niet overzien.”

Lees AnneMaries hele verhaal hier:

Misdadig

Dat het een keuze is om te beginnen met roken, beamen longartsen Dekker en De Kanter. Beiden zeggen daar meteen achteraan dat dat geldt voor de eerste sigaret, en misschien ook de tweede. „Daarna neemt de verslaving het over”, zegt De Kanter. „Rokers hebben in die zin geen vrije wil meer.”

Daaraan is in veel grotere mate dan de roker de tabaksindustrie debet. En dus willen Dekker en De Kanter de fabrikanten verantwoordelijk stellen voor het verslaafd maken en houden van grote groepen mensen. „De schuld en schaamte liggen nu bij de roker”, zegt De Kanter. „Terwijl die bij de tabaksindustrie hoort te liggen. Zij manipuleren sigaretten om ze verslavender te maken, liegen over de hoeveelheden teer en nicotine die in een sigaret zitten en marketen bewust kinderen om te zorgen dat ze voor iedere dode een nieuwe klant werven. Dat is misdadig.”

Advocaat Bénédicte Ficq deed in september 2016 aangifte bij het Openbaar Ministerie tegen vier tabaksfabrikanten in Nederland, namens Stichting Rookpreventie Jeugd, COPD-patiënt Lia Breed en AnneMarie van Veen. Het doel van de laatste is om de tabaksindustrie te straffen. „Zeker niet om een schadevergoeding te krijgen, want dat zou betekenen dat ik toestem met wat die industrie doet. Ik doe dit om mijn kinderen te beschermen. Ze zijn nu 5, 7 en 8 jaar. Als zij pubers zijn, hoop ik dat zij geen sigaret meer kunnen krijgen.”

Achter de gordijnen

Als het lukt, beleeft Nederland een wereldprimeur: het zou de eerste keer wereldwijd zijn dat tabaksfabrikanten als criminelen worden vervolgd. „Extreem belangrijk”, noemt De Kanter de strafzaak. Maar ook zegt ze: „Als onze overheid steviger maatregelen had genomen, hadden wij dit misschien niet hoeven doen.” Ze doelt op: goede, gratis rookstopbegeleiding, fors hogere accijns, emtionele hard hitting campagnes, véél minder verkooppunten dan de huidige 60.000, fabrikanten dwingen tot plain packaging (dus ook zonder merksymbolen en –kleuren van de fabrikant) en roken uit het openbare leven verbannen. Als je het niet ziet, niet kunt betalen en niet makkelijk kunt krijgen, wordt roken vanzelf een zeldzaamheid, is de gedachte daarachter.

De rokers die Nederland nog heeft, zijn tegen die tijd een uitstervend ras, die achter de gordijnen hun sigaretjes roken. „Die laten we dan met rust”, zegt De Kanter, „een beetje zoals je methadonverslaafden ook laat begaan.” Of ik ook met gesloten gordijnen mijn sigaretjes ga roken: nee, nee, nee. Ik wil het niet. Maar áls ik dan de 90 haal en het bejaardenhuis in moet, zet ik het du moment dat ik over de drempel rol, op een zuipen en roken. To hell met de gevolgen.

Een roker hoef ik niet mijn hele leven te zijn. Verslaafd ben ik tot mijn einde.

Over Metro Dossier

Elk weekend duikt Metro de diepte in! Hoe? Elke zaterdag vind je bij ons verhalen over de meest spraakmakende zaken. We kennen het, doordeweeks moet alles vlug maar gelukkig is er in het weekend tijd om lekker lang te lezen over opzienbarende onderwerpen. Boeiend? Absoluut! Schokkend? Soms. Confronterend? Misschien. Interessant, met een knipoog en vanuit meerdere perspectieven belicht? Altijd!

Onze beste auteurs, vormgevers, filmmakers en fotografen stellen deze bazige dossiers voor je samen. Zo heb jij op maandag gegarandeerd een tof verhaal om te delen met vrienden en collega’s. Met Metro Dossier ben je helemaal up to date. Stop met koppensnellen en verwen je hersencellen!

Ditmaal: roken. We zouden peuken massaal links laten liggen. Maar is dat zo? Hoe hip vinden we roken nog anno 2017?

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reageer op artikel:
De roker: van stijlicoon tot sneue junk
Sluiten