Ebru Umar
Ebru Umar Columnisten 18 jun 2019 / 04:00 uur

‘Onder de grens van het redelijke’

Minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren vraagt zich af of de salarissen van politici en overheidsfunctionarissen niet omhoog moeten. De overheid zou ervoor moeten waken dat de beloning van haar medewerkers ‘onder de grens van het redelijke’ komt.

Een Tweede Kamerlid krijgt 120.000 euro schadeloosstelling.

Een staatssecretaris krijgt 155.000 euro.

Een minister 166.000 euro.

De MP krijgt nog een beetje meer.

Het maximum in overheidsdienst hoort op 194.000 euro per jaar te liggen.

Oud-topman van AkzoNobel, Kees van Lede ‘maakt zich zorgen over de sluipende uitholling van de kwaliteit van de publieke dienst’, aldus de Volkskrant. ‘De maatschappij is hun verschuldigd dat ze fatsoenlijk beloond worden.’

Het modale inkomen in Nederland is 36.000 euro. Dit én minder is wat 80 procent van de hardwerkende Nederlanders verdient. Probeer met die salarissen maar eens een huis te kopen. Een gezin te onderhouden. Een auto te rijden. Niet op de prijzen te letten. Als alleenstaande zou het moeten lukken, maar met kinderen op de middelbare school? Is 36.000 euro niet al ‘de grens van het redelijke’? Politici weten maar al te goed dat het daarmee sappelen is. Terecht natuurlijk dat Kajsa Ollongren zich afvraagt of die beloning van haar medewerkers (= politici in het algemeen) niet omhoog moet.

Politici hebben maar één taak: hoeden over het kapitaal van onze maatschappij. Alleen zijn ze in hun hebzucht en hybris vergeten dat niet zij het kapitaal van onze maatschappij zijn maar vooral leraren, agenten en verplegers. Mensen met zorg-, handhavings- en opleidingstaken. Het startsalaris van een leraar ligt rond de 2500 euro, en kan na tien jaar oplopen tot maximaal 5000. Een agent begint op 1700 euro, een enkeling kan doorgroeien tot 6700 euro. Het jaarsalaris van een verpleegkundige ligt rond de 30.000. Al deze hardwerkende Nederlanders verdienen minder dan modaal: 36.000. Aangezien deze mensen rondkomen van een salaris dat blijkbaar ‘onder de grens van het redelijke ligt’, is de sluipende uitholling van de kwaliteit van de publieke dienst inmiddels geen zorg, maar een feit. Kinderen gaan niet naar school omdat er geen leraren zijn, TBS-moordenaars lopen de poort uit omdat er geen toeziend personeel is en de politie neemt geen aangiftes meer op laat staan dat ze boeven vangt.

Om de AkzoNobel-topman te parafraseren: de politiek is déze mensen én de rest van Nederland verschuldigd dat ze fatsoenlijk beloond worden. In plaats daarvan verloopt de sluipende uitholling van onze maatschappij evenredig met de stijging van de salarissen van politici. Is ‘de grens van het redelijke’ niet om juist Kajsa en co een modaal salaris of minder toe te delen? Is het niet redelijk dat juist politici, van Tweede Kamerlid tot MinPres in hun portemonnee ervaren hoe idioot de voorstellen zijn die zij doen? Met 120.000 euro kan iedereen die warmtepomp aanschaffen, die extra btw afrekenen bij het boodschappen doen en kinderen op schoolkamp sturen. Tenzij Kajsa Ollongren en co bedoelen dat ‘de grens van het redelijke’ voor politici op een ander bedrag dan 36.000 euro ligt natuurlijk.

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reageer op artikel:
‘Onder de grens van het redelijke’
Sluiten